Blog

Clara’s Ogen. Hoofdstuk 7, deel 3.

Clara's ogen

Vandaag was een goede dag geweest. Het was nog niet echt laat dus belde hij naar Shelley om haar over zijn dag te vertellen en om te horen welk nieuws er van thuis was. Met hun ouders ging alles goed en ze hadden haar verteld over zijn telefoontje, dus vond ze dat hij daar maar een gewoonte van moest maken.

“Hé, Shell, je hebt de sleutel van mijn huis nog, hè?”

“Wat een vraag. Hoe kan ik anders binnen om naar je post te kijken en om voor die paar planten te zorgen die je nog niet vermoord hebt? Waarom vraag je dat?”

“O ja. Planten. Ehm, in de reservekamer is een rek, tegen de achterste muur. Daar staan wat schilderijen in. Zou jij eens willen kijken of het meest rechtse in dat rek, met een doek erom, er nog staat? Er staan een paar ogen op.”

“Natuurlijk, ik zal ernaar kijken. Waarom, is het belangrijk?”

“Op een bepaalde manier wel, denk ik. Ik wil dat nog eens afmaken. Ik wil gewoon zeker zijn dat het er is.”

Shelley zei dat dat geen probleem was zolang hij haar niet vroeg om het af te maken, of het even te komen brengen.

“Dank je, Shell.”

“Geen punt, broertje. Houd je netjes, en dank je dat je even belde. Slaap lekker straks!”

Ron legde zijn telefoon weg en voelde zich tevreden. Hij wist niet precies waarom hij Shelley had gevraagd om naar dat schilderij te kijken maar hij was blij dat hij het had gedaan. Even dacht hij erover om nog een biertje te pakken maar de klok overtuigde hem dat het bedtijd was.

~~~

“Hallo. Ron.”

“Hoi, Clara. Ik heb op je liggen wachten.” Ron lag in bed, zijn handen achter zijn hoofd en zijn ogen dicht.

“Echt waar?” De ogen werden iets groter, alsof ze echt verrast waren. “Dat maakt me blij.”

“Ik probeer me voor te stellen hoe je eruit ziet,” zei hij. “Ik zie nu alleen je ogen. Begrijp me niet verkeerd, je hebt heel mooie ogen, maar ik ben gewoon benieuwd naar de rest van je.” Ron was verbaasd over zijn woorden. Clara was enkel een stem, en een paar ogen die hij zag als hij die van hem sloot.

“Kun je me vertellen hoe ik eruit zie, Ron?”

Ron had die vraag niet verwacht. “Weet jij dat niet, dan?”

“Nee. Het is hier nog steeds helemaal donker.”

Dit gesprek ging voor Ron weer een bekende kant op dus probeerde hij haar meer over haarzelf te laten vertellen, maar wat hij ook probeerde, ze hield vol dat ze niets over zichzelf wist.

“Hoe zou jij willen dat ik eruit zie, Ron?” vroeg Clara uiteindelijk.

Die vraag had hij niet verwacht dus moest hij daar echt even over nadenken. “Ik denk dat je lichtbruin haar hebt.” Hij hield van lichtbruin haar. “Kort, lichtbruin haar. En je hebt een leuk gezicht. Niet overdreven mooi of zo, dat past bij niemand. Gewoon een leuk, aardig gezicht. Jouw schoonheid zit aan de binnenkant, en dat is alleen te zien als je je hoofd op een bepaalde manier draait, in een bepaald licht.”

Clara’s Ogen. Hoofdstuk 7, deel 2.

Clara's ogen

De groep avondeters was maar zeven personen groot die avond. Er was een nieuw iemand bij deze keer. Ron zou zich deze vrouw beslist hebben herinnerd. Haar naam was Cornelia en alles aan haar was zwart. Haar ogen en haar, haar kleding, haar nagellak en oogschaduw. Zelfs de kettingen en ringen die ze droeg waren zwart, en dat alles stak dramatisch af tegen haar bleke huid.

Ze keek Ron strak aan. De blik in haar ogen gaf hem het gevoel dat ze hem als een kwade geest zag. “Jij…” zei ze, zonder daar verder iets aan toe te voegen. Voor hij iets kon zeggen of vragen, liep ze weg, en aan tafel zocht ze een plek op zo ver mogelijk van hem af. Dat was heel raar. De anderen behandelden hem in elk geval als een gewoon mens, niet als een spook of zo.

Net als de avond ervoor ging het gesprek hoofdzakelijk over wat iedereen aan het doen was. Laura was bezig met iets dat een Salvador Dali-achtig doek moest worden. Dat verbaasde Ron want hij wist wat voor een hekel meneer Ostring had aan Dali. “O, da’s makkelijk genoeg,” verklaarde Laura. “Wat hij niet mooi vindt wordt afgehandeld door Jess. Waarom hij zo door het lint gaat over Dali snapt niemand, maar er zijn klanten die er niet genoeg van krijgen. Ik vind het prima, ik houd van mijn Dali-spul.”

“Dus van ons wordt verwacht dat we ook werk maken waar mensen om vragen. In een bepaalde stijl.” Ron snapte het langzaamaan. Hij hoopte al dat er veel vraag was naar de stijl van Van Gogh.

“Dat en ook andere opdrachten. Meer specifieke dingen,” zei Marcus, een van de oudgedienden in de organisatie. Hij was begin vijftig en zag er meer uit als een zakenman in vrijetijdskleren dan als een schilder. “Je komt er nog wel achter, Ron. Zorg eerst maar dat je je eerste serie doeken af krijgt en dat je je tentoonstelling achter de rug hebt.”

Iedereen was het ermee eens dat die tentoonstelling een bijzondere ervaring was. Zoiets was adembenemend, vooral als je bedacht dat het in New York was. Ron wist dat Laura daar ook mee bezig was, net als een paar anderen aan de tafel.

“Werken voor Ostring Art is geweldig zolang je de juiste instelling hebt,” ging Marcus verder. “Ze hebben veel klanten met stevige bankrekeningen dus is er genoeg werk voor mensen als wij, die voor hun levensonderhoud willen schilderen.”

Ron kreeg het gevoel alsof hij in een gespreid bed was gevallen, met een schatkist vol goud aan elke kant. Schilderen voor zijn levensonderhoud. Dat was wat hij wilde, al zolang hij de eerste keer een penseel had vastgehouden. Dit kon echt wel eens de kans zijn waar hij op had gewacht.

Na het eten liep Ron naar huis met Ross en Marcus. “Kunnen jullie me meer vertellen over die Cornelia? Ze vermijdt me alsof ik een ziekte ben.”

Marcus schoot in de lach. “Cornelia is ongevaarlijk, maar ze is zo gek als een deur. Ze heeft zichzelf wijsgemaakt dat ze dingen ziet die anderen niet kunnen zien. De meesten van ons zijn al beschuldigd van zwarte toverkunsten, dus ben je in goed gezelschap. Als zij iemand vertrouwd dan zijn wij meteen op onze hoede.”

Ron moest daar om lachen en ging met de mannen mee om nog een biertje te pakken voor het slapen gaan. Marcus vertelde wat meer over zijn ervaringen met de organisatie en dat klonk Ron als muziek in de oren. Toen hij naar zijn eigen appartement ging wist hij dat hij de jackpot getroffen had.

Clara’s Ogen. Hoofdstuk 7, deel 1.

Ja, dit is echt van hoofdstuk 7. 😉

Clara's ogen

7. Het leven wordt serieus

Ron werd wakker. Alles was stil. Het viel hem meteen op dat Clara’s ogen er niet meer waren. Net als de ochtend ervoor vroeg hij zich af of het niet allemaal rare dromen waren.

Hij voelde zich beslist nog niet klaar om de realiteit tegemoet te treden maar hij deed het toch maar. Er moest aan een schilderij worden gewerkt en hij wilde een van de nummers bellen die in de map op het bureautje zaten, om even contact te hebben met ‘de organisatie’. Het was voor Ron best vreemd om zo’n tijdelijke aanstelling te hebben maar hij zat voorlopig hoog en droog.

Na een ontbijt en veel koffie haalde hij de ezel tevoorschijn en zette het eenden-in-de-vijver-doek erop. Een tijdje bekeek hij de afbeelding en mijmerde iets over een zwemmend leven. Toen pakte hij de penselen en de verf, en ging hij aan het werk.

De eenden en het water kregen kleur en detail, en toen hij daar tevreden over was nam hij even een pauze. Dit was een goed moment om te bellen, besloot hij.

“Ostring Art, goedemorgen, U spreekt met Barbara, hoe kan ik U helpen?” zei een vriendelijke stem.

“Hallo, ik ben Ron. Ron Brooks. Ik ben nogal nieuw in de organisatie en ik wilde even contact maken met… iemand.” Opeens voelde dit heel raar.

“Hallo Ron!” Barbara klonk alsof ze elkaar al jaren kenden. “Hoe gaat het? Voel je je al een beetje thuis?”

“Ja hoor, alles prima. Ik heb al een aantal van de anderen ontmoet en de meeste lijken me aardige mensen.” Ron stelde zich voor dat Barbara ondertussen op een computer zat te hameren om al zijn gegevens op te roepen. “Ik wilde gewoon even vragen hoe vaak het gebruikelijk is om me te melden bij jullie.”

“Ah, juist. Je kunt altijd even bellen, Ron. Als er iets is, als je je niet lekker voelt of hulp nodig hebt, of gewoon om even een praatje te maken.” Daarna vroeg ze waar hij mee bezig was. Toen ze over de eenden hoorde, zei ze dat ze dol was op eenden. Waarschijnlijk was ze dol op alles waar een bellende schilder over vertelde, maar het klonk wel aardig. “Als je je eenden zat bent dan moet je het maar laten weten, Ron. We hebben een aantal opdrachten van klanten liggen, en ik zie dat meneer T je al heeft geaccordeerd voor zulke opdrachten.”

“Meneer T?” Ron was even in de war.

“Meneer Ostring,” zei Barbara met een giechel. “Zijn voornaam is Terence maar wij zeggen altijd meneer T. Maar vertel dat niet verder, alsjeblieft!”

“Nou snap ik het.” Ron moest even lachen. “Ik zal het laten weten als ik klaar ben met de vijver. Dat zal nog wel een paar dagen duren. Het is niet zo complex maar het heeft wel een prettig gevoel.”

Barbara wenste hem veel succes en beëindigde het gesprek. Daarna ging Ron weer volop aan de slag.

Toen Ross op de deur klopte om hem te waarschuwen voor het avondeten, merkte Ron dat hij vergeten was te lunchen. Geen wonder dat hij zich niet zo geweldig voelde.

“Man, je bent hier aan het werk, je bent geen slaaf, dat moet je snappen hoor,” zei Ross. “Zorg voor jezelf, niemand anders doet dat voor je.”

Ron knikte; thuis was hij zo slordig niet, maar dit was allemaal zo nieuw. Hij liet het werk zien waar hij mee bezig was.

“Knap werk, Ron,” zei Ross. “Ik zou het water groener maken. Jij bent gek op blauw, hè? Misschien een paar bloemen erbij, om het wat op te fleuren.”

“Ja, misschien,” zei Ron, die al wist dat dat nooit zou gebeuren. Dat zou het evenwicht in de afbeelding verstoren.

“Nou, kom je mee? Ik heb honger en jij zult ook wel wat kunnen verdragen.”

Ron grijnsde. “Reken maar.” De lunch overslaan was niet gepland en zijn maag liet dat nu merken.

Clara’s Ogen. Hoofdstuk 6, deel 6.

Juist. Ik zie dat ik ergens een fout heb gemaakt in de nummering van de hoofdstukken. Alles van hoofdstuk 8 is… hoofdstuk 6!

Je zou bijna denken dat ik een mens ben, met zo’n vergissing… Nou ja, we gaan gewoon door. Met het laatste deel van hoofdstuk 6.

Clara's ogen

“Heb ik je bang gemaakt? Dat wilde ik niet. Het spijt me.”

Ron slikte eens hard en probeerde zijn gejaagde ademhaling onder controle te krijgen. Hij ging op het bed zitten. “Ja, ehm, weet je, ik verwachtte dat niet. Je zo opeens te zien, bedoel ik. Je ogen dus. En waarom zie ik alleen je ogen?” Hij voelde zich heel raar. Tegen wie zat hij eigenlijk te praten?

“Dat weet ik niet. Misschien heb ik alleen maar ogen,” zei de stem.

“Dat zou echt raar zijn. Iedereen heeft meer dan alleen ogen. De enige ogen die ik ken die er zo uitzien zijn…” Ron klapte dicht terwijl hem een onmogelijk gevoel bekroop. Zijn huid werd even koud. Dit kon niet. “Nee, dat kan echt niet. Nee. Ik heb gewoon teveel gedronken. Onmogelijk.”

“Wat is onmogelijk?” vroeg de vrouwenstem.

Ron deed zijn ogen weer dicht en zag de twee ogen weer. Er was geen ontsnappen aan. Hoezeer hij dit niet wilde, dit waren de twee ogen die hij zelf had getekend en ingekleurd. De ogen op het doek, thuis. Clara’s ogen. “Nee, ik ben gek aan het worden. Ik ben niet tegen de ogen van mijn eigen schilderij aan het praten. Toch?”

Even was het stil in Rons hoofd. Daarna: “Dus ik ben niet echt?”

Dat was echt iets waar Ron geen antwoord op kon geven. “Dat weet ik niet. Misschien dat een psychiater daar een antwoord op heeft maar… Je klinkt echt terwijl je niet echt kunt zijn. Je bent een onafgewerkt schilderij!”

Er viel een diepe, ongemakkelijke stilte die meer zei dan duizend woorden hadden kunnen doen.

“Clara?”

“Ik ben er nog. Ik begrijp niet wat je bedoelt. Je noemt me Clara. Hoe kan ik jou noemen?”

“Ik ben Ron.” De schilder verbaasde zichzelf door dit bizarre gesprek gaande te houden. Een gesprek dat helemaal niet kon bestaan. Misschien droomde hij toch. Misschien was hij zo snel in slaap gevallen dat het echt niet echt was. Tegelijk waren de ogen die hem aankeken wel erg prettig om naar te kijken en de stem was heel vriendelijk. Lief. Te lief, bijna. Misschien moest hij dit maar even laten doorgaan en ervan genieten.

Hij kroop weer in bed en deed het licht uit. De ogen waren er nog steeds.

“Hallo, Ron. Wat ben je aan het doen?”

“Ik probeer te slapen.”

“O. O ja. Ik herinner me dat. Dat deed je net ook al.”

“En jij doet dat nog steeds niet, hè?”

Clara’s ogen knipperden even. “Nee. Vind je het goed als ik naar je kijk terwijl je slaapt?”

“Ehm.” Dat was een rare vraag. “Nee, ik denk niet dat dat erg is. Het wordt, denk ik, op een gegeven moment wel erg saai.”

“Als het saai wordt dan ga ik. Je kunt nu beginnen met slapen, Ron.”

“Dank je, Clara.” Ron rolde op een zij en grinnikte. Wat een raar gesprek. Toen probeerde hij nergens aan te denken, om in slaap te komen, maar haar ogen bleven in de zijne kijken.

“Slaap je nu?” vroeg ze.

“Nog niet. Als ik slaap ben ik stil.”

“Maar je was net ook stil, Ron.”

Ron haalde diep adem. Hoe kon hij het concept van slapen uitleggen aan een stem met twee zwevende ogen die totaal geen idee had? “Het idee achter slapen is dat je een hele tijd niets hoort en ziet en doet. Tot je weer wakker wordt. En dan hoor en zie je weer dingen.”

“Die tijden heb ik ook Ron. Soms heel lang. Als dat slaap is dan vind ik slaap niet fijn.”

“Dat is jammer, Clara, want ik houd van mijn slaap, en ik heb dat ook nodig. Anders ben ik doodmoe morgen en dan kan ik niets doen.”

“O. Dan moet je je slapen maar doen, Ron. En ik zal stil zijn terwijl ik naar je kijk.” Haar stem was zo zacht en lieflijk dat Ron bijna smolt. Het was een stem waar hij verliefd op kon worden, enkel door hoe ze klonk.

“Dank je, Clara,” fluisterde hij. Daarna viel hij zo snel in slaap dat hij niet eens wist of ze nog antwoordde.

Clara’s Ogen. Hoofdstuk 8, deel 5

Clara's ogen

Ross schudde zijn hoofd, de lange haren dansend. “Dat was ook niet slim, Laura. Gewoon maken wat hij vraagt. Niet dwars zitten. Dan kun je niet stuk bij hem.”

Laura keek over de rand van haar koffiebeker. “Ik ben te creatief, Bob, en dat weet je. Dat heb ik al een miljoen keer gezegd. Ik doe mijn eigen ding als ik daar zin in heb.”

Ross zuchtte en keek Ron aan. “Zij gaat terug naar New Jersey. Dat weet ze nog niet, maar voor mij is dat al lang duidelijk. Ze bijt niet alleen in de hand die haar voedt, ze probeert ‘m verdomme af te bijten, en Ostring kan daar niet om lachen, weet je.”

Ron maakte een mentale notitie om wat meer met Ross te praten. Die man wist blijkbaar heel wat over Terence Ostring en dat kon wel eens handig zijn om ook te weten.

“Zin om straks mee te gaan met de club, om te eten?” vroeg Ross. “Normaal gaan we met een hele groep. Dat scheelt afwassen. Het is geen dure plek, het eten is goed en het is een leuke manier om elkaar even te zien.”

Ron vond dat wel een praktisch idee dus nam hij het aanbod graag aan.

Cool,” zei Ross. “Zorg dat je over een half uur of zo beneden bent. Dan is iedereen er wel zo’n beetje.”

Ron beloofde dat hij er op tijd zou zijn. Toen de visite weg was spoelde hij de koffiebekers om. Dat waren al twee mensen die hij nu ‘kende’, en dat op de eerste dag. Dit ging goed!

~~~

Later die avond, na het eten en de kennismaking met negen andere schilders, zat Ron in de stoel bij het raam. Het zou nog wel even duren voor hij alle namen kende en die bij de juiste gezichten kon zetten, maar de meesten van hen waren aardige lui. Een of twee van hen leken hem lastige gasten, maar misschien was zijn eerste indruk fout. Er was tenslotte een grens aan wat hij kon oppikken van een ander, vooral met elf anderen en een goed bord eten voor zijn neus.

Ron pakte nog een biertje en feliciteerde zichzelf met een goede dag. Morgen zou hij gewoon doorgaan met wat hij aan het doen was en zien wat de dag hem zou brengen.

Toen hij klaar was om naar bed te gaan dacht hij weer even aan de vreemde droom van de nacht ervoor. Zou Clara hem opnieuw bezoeken? Hij dacht met opzet niet aan komen spoken. Dat was niet aardig. Al had het daar wel op geleken.

Het bed was een stuk harder en prettiger dan de wattenbaal in het hotel. Ron grijnsde tegen het donker.

“Clara? Ben je daar?” vroeg hij.

Geen antwoord. Hij voelde zich eigenlijk een beetje gestoord omdat hij nu tegen het plafond lag te praten maar nu wist hij het in elk geval. Hij trok de dekens over zijn oren en rolde op zijn zij. Ron deed zijn ogen dicht – en keek meteen in twee grote, grijs-blauwe ogen.

“Jezus!” Hij was nog nooit zo snel uit een bed gekomen. Hij knipte het licht aan en keek rond, maar de ogen waren nergens te bekennen. Zijn hart stampte in zijn ribbenkast. “Wat was dat?” vroeg hij hardop.

“Hallo. Ik ben Clara. Herinner je je mij niet meer?”

Ron was overtuigd dat hij droomde maar hij kon niet dromen want hij stond koude voeten te krijgen naast zijn bed. “Ehm, hallo Clara.” Hij voelde een druppeltje zweet langs zijn voorhoofd omlaag komen.

Clara’s Ogen. Hoofdstuk 8, deel 4.

Clara's ogen

De tijd had geen betekenis meer terwijl hij werkte. Het beeld op het doek kreeg steeds meer vorm en kleur. Toen hij eindelijk opkeek bleken er aardig wat uren voorbij te zijn gegaan. Tevreden bekeek hij zijn werk nog eens. Dat was al aardig, en het was tijd om te stoppen. Het buitenlicht vervaagde, en verkeerd licht zorgde enkel voor verkeerde resultaten.

Toen er een paar keer hard en snel op de voordeur werd geklopt, sprong Ron bijna uit zijn vel van schrik. Wat was dat nou? Snel legde hij het penseel neer, veegde zijn handen af en liep naar de deur, waarachter een man en een vrouw stonden te wachten.

“Hé!” zei de vrouw enthousiast. “We hoorden dat je de nieuwe bent, en dus dachten we even te komen kijken. Welkom wensen en zo. Ik ben Laura en dit is Ross, daarom noemen we hem Bob.”

Ron grinnikte om die naam. Hij herinnerde zich Bob Ross, de man die iedereen in Amerika aan het schilderen wilde zetten. Laura leek op een echte zigeunerin met haar kleurige rok, een wijde roze blouse en een overdaad aan gekleurde linten die ze in haar lange, zwarte haar had geweven. Ross, die ook Bob was, was een grote man met lang, blond haar dat alle kanten op leek te groeien.

“Hoi, leuk om jullie te ontmoeten,” zei Ron. “Ik ben Ron. Ron Brooks. Kom erin. Wie heeft jullie verteld dat ik hier ben?”

“Dat was iemand van kantoor,” zei Ross. “Die lui laten dat altijd even weten, zodat we een welkomstcommissie kunnen vormen. Meestal Laura en ik,” voegde hij eraan toe. “En daar zijn we dan.”

Al snel zaten de drie in de keuken; de enige plek met genoeg zitplaatsen. Ron zette koffie (voorlopig had hij alleen maar oplos maar dat bleek geen probleem te zijn), en hoorde dat Ross en Laura naast elkaar woonden. Veel anderen van de organisatie waren niet zo mensvriendelijk, zei Laura.

“Die proberen het begrip kluizenaar naar een nieuw niveau te tillen.”

“Klopt,” zei Ross. “Het enige waaraan je kunt zien dat ze nog leven is dat er spullen uit de voorraad worden gehaald.”

“Maar dat kunnen ook de plaatselijke spoken zijn,” vulde Laura aan. Die twee waren echt op elkaar ingespeeld, merkte Ron. “Waar kom jij vandaan?”

Ron vertelde hen een beetje over zichzelf. Laura kwam uit New Jersey en ze woonde hier ongeveer twee maanden. Ross kwam helemaal uit Kansas en woonde hier al ruim een jaar.

“Het is goed leven zo, Ron,” zei de man. “Ik kan doen wat ik wil, schilderen zoveel ik wil en het betaalt ook nog leuk. Ik kan zelfs vrij nemen als ik wil, zonder veel gedoe. Wat wil een mens nog meer?”

Laura was ook heel positief over de hele instelling en de organisatie. “Ik ben wel blij dat ik niet veel met Stringie te maken heb. Ik vind hem een griezel.”

“Stringie?” Ron vermoedde dat hij wist wie ze bedoelde.

“Ostring. De man die alles regelt hier.” Laura grinnikte even.

“Ja, hij is wel anders, dat klopt. Maar hij is wel vriendelijk en zo.”

Laura knikte. “Tot hij de pest in heeft. Dan zie je een heel andere kant van hem. Ik heb eens een Gaugin-achtig iets gemaakt. Best goed gelukt, maar ik had er ook iets van mezelf ingebracht. Jezus, zoals-ie toen tekeer ging. Ik had even het idee dat hij me van de bovenste verdieping naar beneden zou smijten.”

Clara’s Ogen. Hoofdstuk 8, deel 3

Clara's ogen

“Hallo, Ron.”

Het was niet zozeer Clara’s stem die hem liet schrikken, maar meer het feit dat ze dat hier deed, nu, in het park. “O! Hallo, Clara.”

“Liet ik je schrikken? Is dit geen goede tijd om te praten?”

“Dit is een prima tijd, ik had je alleen niet verwacht hier.” Ron zag de ogen en voelde hoe een glimlach zich over zijn gezicht verspreidde.

“Je bent blij me te zien,” zei ze. Het klonk als een constatering, niet als iets waar ze bijzonder trots op was.

“Dat klopt. Het is speciaal om met iemand als jij te praten.”

“Is dat echt zo?”

Rons glimlach werd nog wat groter. Hoe kon Clara zo naïef zijn? Het was net alsof ze zonder enige voorkennis in de wereld was gekomen, maar ze pakte dingen wel snel op. “Ja. Dat is echt zo.”

“Maakt dat mij speciaal, Ron?”

“Hmm. Ja, ik denk het wel.” De glimlach was vastbesloten op zijn gezicht te blijven wonen. Bij het laatste telefoontje naar huis had Shelley bevestigd dat het schilderij van de twee ogen nog steeds stond waar hij het had weggezet, en hij steeds zekerder dat er iets met dat schilderij was gebeurd. Alsof dat Clara tot leven had gewekt. Dat klonk in elk geval een stuk beter dan dat hij op een heel aparte manier hartstikke gek aan het worden was. Maar wat zou er gebeurd kunnen zijn om dit te laten gebeuren?

“Je voelt alsof je slaapt, Ron.”

“Ik zit te ontspannen. Ik zit in een park tegen een boom aan,” legde hij uit.

“Dat klinkt heel fijn.” Het was net alsof er een glimlach in haar stem klonk. “Mag ik een tijdje bij je blijven?”

“Natuurlijk.” Ron was intussen gewend geraakt aan Clara’s onzichtbare aanwezigheid. Elke avond zat ze bij hem op bed, voor hij in slaap viel, en soms kon hij haar nabijheid zelfs overdag voelen als hij er even aandacht aan schonk. Met zijn gedachten bij Clara genoot hij van de vreemde patronen die het zonlicht op zijn oogleden tekende, en hij vroeg zich telkens af hoe hij dat moois in een schilderij zou kunnen verwerken.

“Wat ben je aan het doen, Ron?” vroeg ze. “Ik zie dat je aan allerlei dingen denkt.”

Hij probeerde uit te leggen wat hij in zijn hoofd zag gebeuren, en al ging het meeste langs haar heen, ze bleef luisteren en leek daar genoeg aan te hebben. Hij merkte dat het onmogelijk was om sommige dingen met woorden uit te leggen. Het waren indrukken gevat in emoties, en daar was geen woordenboek voor. Om een reden die hij niet kende begreep Ron dat Clara wel erg goed bleek in het opvangen van zijn emoties. Hij dacht iets en zij ving dan zijn gevoel bijna feilloos op en zo bleven ze praten tot er opeens een koude wind over de schilder heen trok. Hij rilde, en ook dat werd door Clara opgevangen.

“Wat is dat?”

Weer was hij verwonderd. Wist ze niet wat kou was? Hij legde het uit en voor zijn gevoel knikte ze begrijpend toen hij zei dat hij onderhand eens iets te eten moest gaan zoeken. Ron wist al dat ze ook nooit at, nooit honger had, daar hadden ze het al vaker over gehad.

“Ga jij maar eten zoeken, Ron,” zei ze. “Dan spreken we elkaar later weer.” En daarmee was ze opeens weg. Net als zo vaak werd hij de leegte en stilte gewaar die ze achterliet. Even vroeg hij zich af of hij langzaamaan gek aan het worden was, maar schudde dat idee van zich af. Ron Brooks was niet het soort dat gek werd.

Clara’s Ogen. Hoofdstuk 8, deel 2

Clara's ogen

Ze keken eerst naar de vijver met de eenden. Charles was ervan onder de indruk en besteedde er een hoop tijd aan. Hij wees zelfs een aantal details aan waar Ron erg trots op was. “Mooi werk, Ron. Echt heel fraai gedaan.”

Toen kwam de jonge vrouw van Lievens aan de beurt. Ron waarschuwde de man maar meteen om er niet teveel van te verwachten.

“Hmm. Ik zie wat je bedoelt.” Charles knikte bedachtzaam. “Dit is absoluut de verkeerde stijl voor jou.” Hij bekeek de foto en zag onmiddellijk zes plekken waar de lijnen en rondingen niet klopten.

“Ik wist dat vanaf het begin,” zei Ron. “Meer dan dit kan ik er niet van maken. Deze stijl heeft gewoon mijn hart en oog niet.” Hij voelde zich niet rot over deze ‘mislukking’. Het was gewoon zoals het was.

“Houd hier maar mee op, Ron. Zet het doek terug of maak het schoon en zet er iets anders op, iets waar je wel blij van wordt. Hier word niemand vrolijk van. Het zijn gelukkig alleen maar potloodlijnen. Ga naar buiten. Zoek een nieuw onderwerp. Maak hier iets moois van. We kijken wel of we iets kunnen vinden wat beter bij je past. Iets Van Gogh-igs, want dat stond in je dossier, klopt dat?”

Ron knikte en voelde zich opgelucht.

“Prima. We duiken wat op voor je en dan zullen we eens zien hoe goed je daarmee overweg kunt.” Charles vroeg daarna of hij het vijverschilderij mee mocht nemen om het aan de anderen te laten zien.

“Zeker, neem maar mee,” zei Ron. “En dank je voor je eerlijkheid en begrip.”

“Natuurlijk, Ron. Dat is hoe we het verst komen, toch? Als je een bakker bent moeten we zorgen dat je geen auto’s hoeft te repareren.” De man knipoogde.

Toen Charles vertrokken was keek Ron nog eens naar de poging het jonge meisje te tekenen. Het was echt te erg dus draaide hij het doek om. De achterkant van het doek was niet zo’n armoede om te zien. Hoe laat was het eigenlijk? Bijna vijf uur in de middag. Een beetje laat om nog op inspiratie uit te gaan, maar aan de andere kant zou een wandeling wel lekker zijn. Hij pakte zijn sleutels en een jas, liet Marcus weten dat hij niet mee zou eten, en ging toen op weg naar de eendenvijver. Het parkje was een prima doel en de stilte daar zou hem goed doen.

~~~

Ron wandelde op zijn gemak over de aangegeven paden en keek naar het gras en de bomen alsof ze nieuw voor hem waren. Dat was iets dat hij heel vaak probeerde te doen, om iets nieuws te ontdekken. Vaak werkte het niet, maar als het werkte dan was hij de koning te rijk. Hij had al een rondje om de vijver gelopen en per ongeluk een paar eenden bang gemaakt.

Een grote boom leek er speciaal voor hem neergezet. Zo’n uitnodiging kon hij niet afslaan, dus ging hij er op zijn gemak tegenaan zitten, strekte zijn benen uit en keek omhoog, naar de takken en bladeren, waardoor de laatste restjes zonlicht doorheen kwamen. Een beetje wind liet de takken bewegen, waardoor de zon telkens ergens anders omlaag kwam.

Ron knipperde wat met zijn ogen tegen het licht. Het betoverde hem. Op de een of andere manier leek dit wel een bizarre vorm van de nachtelijke hemel met z’n sterrenpuntjes. Dit was een vreemde bladerhemel met overgrote sterren. Hij deed zijn ogen even dicht en verbeeldde zich hoe zoiets in een schilderij te vangen was. Langzaam ontstond er een beeld in zijn hoofd, waar bladeren de vorm van de ‘sterren’ bepaalden, en hoe de nerven van die bladeren ook zichtbaar zouden zijn. Hoe meer licht, hoe meer nerven. Wat een geweldig idee.

Clara’s Ogen. Hoofdstuk 7, deel 4. En een stukje 8.

Clara's ogen

“Heb je nu weer stilte nodig? Zodat je kunt slapen?” Ze klonk bijna bedrukt over het antwoord dat ongetwijfeld zou komen.

“Ja, dat klopt, Clara. Ik moet morgen weer werken. Schilderen.”

“Ik snap het. Maak je ooit eens een schilderij van mij, Ron? Zodat ik kan zien hoe ik eruit zie?”

“Beslist. Dat doe ik een keer. Zeker weten.” Ron dacht meteen aan het schilderij van Clara’s ogen, thuis in de reservekamer. In zijn verbeelding groeide daar heel snel een gezicht omheen, met het korte haar dat om haar hoofd danste als ze bewoog. Op een of andere manier kwam ze volledig tot leven terwijl hij aan dat beeld dacht.

“Waar denk je aan, Ron? Je moet nu gaan slapen.”

“Ik denk aan jou. Hoe je eruit zult zien op het schilderij. Je bent echt leuk, Clara, met een bijzondere, innerlijke schoonheid.”

“O…”

Ron fronste. Had ze zojuist verbaasd geklonken?

“Ik denk dat ik dat wel leuk vind, Ron. Dank je.”

“Graag gedaan,” zei hij.

“Nu moet je slapen, Ron. En ik blijf hier om naar je te kijken.”

“Welte… ehm… fijne nacht, Clara.”

“Fijne nacht, Ron.”

Hij trok de dekens over zich heen en rolde op zijn zij. Het laatste dat hij zich herinnerde was het gevoel alsof er iemand naast hem zat.

8. Evaluatie en een buskaartje

De dagen gingen schilderend voorbij voor Ron. De meeste avonden ging hij met de groep mee uit eten. Die groep wisselde telkens van grootte en samenstelling, en dat was best leuk. Ook praatte hij elke avond met Clara voor hij ging slapen. Soms was ze er ook ’s ochtends even, maar geen van beiden had een idee waarom dat maar zelden gebeurde. Gelukkig was ook de koffer aangekomen die Shelley had gestuurd. Hij had weer schone kleren.

Het vijverschilderij was klaar en hij had ‘het kantoor’ gebeld om dat te laten weten. Barbara, die zijn vast contactpersoon leek te zijn, bedankte hem voor het belletje en zei dat er iemand zou komen kijken, maar na drie dagen was er nog niemand geweest. Er was wel een envelop met de post gekomen met daarin een foto van een schilderij. Er zat een handgeschreven briefje bij met het verzoek of hij dat schilderij kon reproduceren op een groot doek.

Ron kende het doek. Het was een schilderij van een jonge vrouw, gemaakt door Jan Lievens, een Nederlandse schilder die heel erg de stijl van Rembrandt volgde. Ron vroeg zich af waarom ze dit hadden gestuurd, dus ’s avonds onder het eten vroeg hij dat aan iedereen.

Lavinia, een oudere, schuchtere vrouw van de derde verdieping, zei dat ze dat soms deden. Om te zien wat een nieuwe schilder wel en niet kon.

“Dit wordt een uitdaging,” zuchtte Ron. “Ik kan hier niets van. Dat spul van de achttiende eeuw is te statisch, te strak en te clean.”

“Daar moet je je geen zorgen om maken,” zei Lavinia. “Dit is een experiment. Doe wat je kunt, en als je tips nodig hebt dan kun je ons altijd vragen. Werkt het echt niet, dan bel je het kantoor op en zeg je het gewoon. Je verliest hier geen punten mee, hoor.”

Op de zesde dag van zijn ‘stage’ werd er aan de deur gebeld. Ron maakte open en maakte zo kennis met Charles Simmons, een van de kunstcritici die veel voor Ostring Art deed.

“Aangenaam, Ron. Ik ben gevraagd om naar je eerste werk te komen kijken,” zei de man hartelijk, “en om te zien hoe het lukt met de test die Barbara je heeft gestuurd.

Clara’s Ogen. Hoofdstuk 7, deel 3.

Clara's ogen

Vandaag was een goede dag geweest. Het was nog niet echt laat dus belde hij naar Shelley om haar over zijn dag te vertellen en om te horen welk nieuws er van thuis was. Met hun ouders ging alles goed en ze hadden haar verteld over zijn telefoontje, dus vond ze dat hij daar maar een gewoonte van moest maken.

“Hé, Shell, je hebt del sleutel van mijn huis nog, hè?”

“Wat een vraag. Hoe kan ik anders binnen om naar je post te kijken en om voor die paar planten te zorgen die je nog niet vermoord hebt? Waarom vraag je dat?”

“O ja. Planten. Ehm, in de reservekamer is een rek, tegen de achterste muur. Daar staan wat schilderijen in. Zou jij eens willen kijken of het meest rechtse in dat rek, met een doek erom, er nog staat? Er staan een paar ogen op.”

“Natuurlijk, ik zal ernaar kijken. Waarom, is het belangrijk?”

“Op een bepaalde manier wel, denk ik. Ik wil dat nog eens afmaken. Ik wil gewoon zeker zijn dat het er is.”

Shelley zei dat dat geen probleem was zolang hij haar niet vroeg om het af te maken, of het even te komen brengen.

“Dank je, Shell.”

“Geen punt, broertje. Houd je netjes, en dank je dat je even belde. Slaap lekker straks!”

Ron legde zijn telefoon weg en voelde zich tevreden. Hij wist niet precies waarom hij Shelley had gevraagd om naar dat schilderij te kijken maar hij was blij dat hij het had gedaan. Even dacht hij erover om nog een biertje te pakken maar de klok overtuigde hem dat het bedtijd was.

~~~

“Hallo. Ron.”

“Hoi, Clara. Ik heb op je liggen wachten.” Ron lag in bed, zijn handen achter zijn hoofd en zijn ogen dicht.

“Echt waar?” De ogen werden iets groter, alsof ze echt verrast waren. “Dat maakt me blij.”

“Ik probeer me voor te stellen hoe je eruit ziet,” zei hij. “Ik zie nu alleen je ogen. Begrijp me niet verkeerd, je hebt heel mooie ogen, maar ik ben gewoon benieuwd naar de rest van je.” Ron was verbaasd over zijn woorden. Clara was enkel een stem, en een paar ogen die hij zag als hij die van hem sloot.

“Kun je me vertellen hoe ik eruit zie, Ron?”

Ron had die vraag niet verwacht. “Weet jij dat niet, dan?”

“Nee. Het is hier nog steeds helemaal donker.”

Dit gesprek ging voor Ron weer een bekende kant op dus probeerde hij haar meer over haarzelf te laten vertellen, maar wat hij ook probeerde, ze hield vol dat ze niets over zichzelf wist.

“Hoe zou jij willen dat ik eruit zie, Ron?” vroeg Clara uiteindelijk.

Die vraag had hij niet verwacht dus moest hij daar echt even over nadenken. “Ik denk dat je lichtbruin haar hebt.” Hij hield van lichtbruin haar. “Kort, lichtbruin haar. En je hebt een leuk gezicht. Niet overdreven mooi of zo, dat past bij niemand. Gewoon een leuk, aardig gezicht. Jouw schoonheid zit aan de binnenkant, en dat is alleen te zien als je je hoofd op een bepaalde manier draait, in een bepaald licht.”

“En is dat ook in mijn ogen, Ron?” vroeg ze. Ze klonk bijna hoopvol. Het was de eerste keer dat hij een hint van emotie in haar stem opving.

“Jouw ogen, Clara, zijn de ramen naar jouw innerlijke schoonheid. Als iemand de tijd neemt om goed te kijken dan kan iedereen dat zien.” Ron was een beetje verbaasd. Misschien zou hij een schrijver kunnen zijn als hij zulke woorden kon produceren.

“Dank je, Ron. Dat je me zo mooi maakt.”

Terwijl ze dat zei, verbeeldde Ron zich dat er een glimlach om haar, ongetwijfeld sensuele, lippen speelde.

“Graag gedaan, Clara.”