Blog

Clara’s Ogen. Hoofdstuk 13, deel 2.

Clara's ogen

Ron liep de trap op en kwam thuis. Wat een vreemde dag was dit weer geworden. Hij trok een oude, comfortabele broek aan en een makkelijk shirt. Daarna zette hij Clara’s schilderij dichter bij het raam en werkte even wat aan haar kleding. Snel genoeg was hij daarna toch weer bezig met haar gezicht. Dat bleef hem boeien. Kort haar in een leuke, vlotte stijl, met de pony net boven haar ogen. Hij was meer en meer tevreden over haar gezicht. In gedachten zag hij haar al in een rode jurk, naar een model dat hij in een van de vele kledingwinkels had gezien. Een jurk met een brede, rode ceintuur. “Je zou er adembenemend uitzien, Clara,” mompelde hij.

“Hallo, Ron. Ik ben blij dat je weer hier bent.”

“Hallo, Clara, fijn om je weer te horen.”

“Je bent mij aan het schilderen,” zei ze. Het was duidelijk dat ze even door zijn ogen keek.

“Dat klopt…” Met veel aandacht werkte hij even aan haar ogen. De ogen waarmee dit schilderij was begonnen en die de hele afbeelding nog steeds overheersten. Toen werkte hij een tijdje aan haar schouders en de bovenkant van de jurk die hij haar wilde laten dragen. Hij werkte zowat een uur aan het schilderij, terwijl Clara en hij bleven praten over van alles en nog wat.

Toen het licht te slecht werd moest Ron stoppen. “Ik vind dat we goed opgeschoten zijn, Clara.”

“En ik vind dat je een goede schilder bent, Ron,” zei ze.

“Ik doe mijn best.” Hij glimlachte, blij met haar waardering. “Ik ben waardeloos met andere baantjes,” zei hij met een grijns, terwijl hij zijn handen waste en de schilderspullen schoonmaakte. Daarna begon hij iets te eten bij elkaar te zoeken. Dat was zijn specialiteit, want hij was niet zo moeilijk met eten.

“Ga je niet uit eten met je vrienden?” wilde Clara weten.

“Nee. Vanavond niet. Ik heb teveel dat in mijn hoofd rondspookt om met veel anderen samen te zijn. Ik heb vandaag genoeg mensen gezien.”

Toen hij met zijn bord op de bank ging zitten om te eten (de tafel lag vol met schildersbenodigdheden) probeerde hij te bedenken wat zijn volgende persoonlijke schilderproject zou worden. Het probleem, als altijd, was dat hij veel te veel keuze had.

“Je hebt heel veel beelden in je hoofd, Ron.” Clara klonk verrast en maakte dat hij in de lach schoot.

“Dat klopt, en ik wil het beste beeld uitzoeken om een nieuw schilderij van te maken.”

“Mag ik helpen?” Clara klonk zo blij en hoopvol als een klein kind.

“Natuurlijk,” zei Ron. Hij vroeg zich af hoe ze dat zou kunnen doen. Alsof hij haar de vraag direct gesteld had, begon ze uit te leggen dat ze een aantal dingen in zijn hoofd kon zien, zolang die iets met haar te maken hadden. Het duurde even voor hij begreep wat ze bedoelde met dingen ‘die met haar te maken hadden’. Dat waren dingen die met schilderen te maken hadden.

“Ik denk dat dat komt omdat jij mij geschilderd hebt, Ron,” legde ze uit. “Dat is de verbinding die wij hebben.”

Ron vond het heerlijk om met haar te praten. Ze was ongecompliceerd en open, en hij was dat naar haar toe ook. Ze was ook heel enthousiast, en dat sloeg snel en spontaan over op hem, dus nadat hij zijn bord leeg had gegeten, ging hij achterover zitten met zijn ogen dicht. Zo liet hij een voor een de beelden en ideeën voor schilderijen voorbij komen.

In het begin was Clara’s hulp niet behulpzaam, want ze wilde het liefst dat hij alles zou schilderen, maar na een tijdje leek ze zich bewuster te worden van de beelden en werd ze heel wat selectiever. Ron merkte al snel dat ze niet veel ophad met vergezichten en wijdse open ruimtes. Dat waren bekende plekken in Virginia, zijn thuisland, die hij op zijn ‘verlanglijst’ had staan. Hij focuste zich nu meer op de kleine dingen. Een bloem, een groep zonnebloemen zoals Vincent die wel eens had geschilderd, en een vogel die tegen de wind in vloog.

Clara was gefascineerd door de enkele bloem waar hij aan dacht. “Dat is mooi, Ron. Wat is dat?”

Omdat er zoveel was dat ze niet wist, verbaasde deze vraag hem niet. Hij vertelde haar over bloemen, planten en bomen. Hij wist dat ze er vaker gezien had, samen met hem, buiten, maar waarschijnlijk had ze die nooit echt gezien.

Clara’s Ogen. Hoofdstuk 13, deel 1.

Clara's ogen

13. Contract in de hand

Ron verliet het kantoor met zijn contract in een binnenzak. Hij probeerde Jess te vinden, maar niemand wist waar ze heen was. Waarschijnlijk weg voor een lunch met de baas, of zo, was het algemene vermoeden. Het of zo liet een bepaald gevoel bij hem achter maar dat was iets dat hem niet aanging. Daarom ging Ron op zoek naar Barbara, de vrouw waarmee hij altijd telefonisch contact had. Dat was makkelijk genoeg. Hij belde haar gewoon op en vertelde haar waar hij was.

Ze bood meteen aan om naar hem toe te komen. Het duurde niet lang of een vrouw met rossig haar en blauwe ogen naar hem toekwam. Het haar was te wijten aan haar Schotse afkomst, vertelde ze hem. Barbara nam hem mee naar een koffiehoek die hij nooit eerder had gezien en vroeg hoe het met hem ging.

Ron vertelde haar over de tentoonstelling en het contract, waar ze helemaal enthousiast over was. Ze feliciteerde hem en zei dat ze het heel jammer vond dat ze niet bij de expositie had kunnen zijn. “En nu weet ik eigenlijk niet wat ik moet doen,” besloot Ron zijn verhaal.

“Nou, je hebt je contract en je hebt een woning,” zei Barbara. “En je hebt de vrijheid om te schilderen wat je wilt. De eerste twee weken word je denk ik niet opgeroepen voor een opdracht, dus geniet van je vrijheid. Maak iets moois en maak daarmee de wereld weer wat fraaier.”

Het hielp Ron enorm toen hij het allemaal zo eenvoudig uitgelegd kreeg. Op deze manier was het leven bijna hetzelfde als in Midlothian, met het verschil dat hij nu een vast inkomen had.

Barbara stond op. “Ik moet nu weer terug naar mijn telefoon, Ron. Het was echt leuk om even met je te praten, en aarzel niet om nog eens terug te komen.” En na die woorden liep ze vlug weg.

Ron keek even rond. De koffiehoek bood geen mogelijkheden om te lunchen, dus besloot hij op stap te gaan en ergens iets eetbaars op te duiken.

~~~

Ron stapte uit de bus die hem in de buurt van het appartementencomplex had gebracht en liep naar huis. Op weg naar zijn eigen verdieping stopte hij even bij Felicity’s voordeur en belde aan.

“Ik kom!” riep de bewoonster. Even later ging de deur open. Felicity had een lang, wit shirt aan dat genoeg verf bevatte om een schilderij te zijn. Met een oranje lint had ze haar lange haren in een staart gebonden. “Hee, jij. Kom binnen!”

“Dank je,” zei Ron. Hij werd naar een tweepersoons bankje gedirigeerd en ging zitten. Hij had niet verwacht dat zij hier twee schildersezels zou hebben staan! “Ik wilde je nog even bedanken dat je er gisteren bij was.”

“Graag gedaan hoor, Ron,” zei Felicity terwijl ze een kleine koelkast opende die onder een tafel stond. Ze gaf hem een blikje bier en ging zelf ook met een blikje naast hem zitten. “Het was leuk om dat allemaal mee te maken, en zo weet ik wat ik kan verwachten als ik zelf eens zover ben.”

“Je krijgt ook de groeten van mijn ouders en mijn zus,” zei Ron. Dat wilde hij echt niet vergeten door te geven.

“Dank je. Het zijn echt leuke mensen. Je hebt geluk met zo’n familie.” Felicity klopte hem op de knie. “Je zus is echt heel leuk.”

Ron lachte. “Ja, Shell is in orde. Heel leuk is misschien wat overdreven. Ze kan best vinnig zijn.”

Felicity grinnikte. “Dat klinkt spannend.”

“Spannend? Hoezo?” Dat was het laatste wat Ron had verwacht.

“Ik vind vrouwen leuk die vinnig kunnen zijn.”

Ron snapte het nu niet meer. “Misschien ben ik superstom maar…”

“Och jesses, je weet het niet, hè?” Felicity keek hem aan.

“Ik weet wat niet?” Ron voelde zich nu echt dom.

Felicity zei: “Ik ben lesbisch. Dat wist je niet. En nu wel. En ik vind je zus leuk. Dus?”

“O nee!” Ron moest nu ook lachen. “Arme Shelley.”

Nu was Felicity aan de beurt om verbaasd te kijken. “Hoezo dat nou weer?”

Ron legde uit dat zijn zus hem de ‘opdracht’ had gegeven om van Felicity haar schoonzus te maken. Daardoor schoot Felicity weer in de lach. “Wat zou het een mop zijn als ik jouw schoonzus zou worden!” wist ze na een tijdje te zeggen.

“Ik denk niet dat dat gaat gebeuren,” zei Ron. Shelley was echt wel op mannen gefocust. “Maar het idee is wel lachen, ja.” Hij vermoedde dat zijn ouders ook niet zo blij zouden zijn met het idee. “In elk geval hartstikke bedankt dat je er gisteren was. Het heeft me heel erg geholpen, Felicity.”

“Echt, ik vond het leuk, Ron. Hopelijk kan ik op jou rekenen als ik voor de haaien word gegooid. Of op je zus?” Ze knipoogde. “Misschien kan ik haar wel bekeren.”

Ze babbelden nog wat na over de expositie tot Ron besloot dat hij haar lang genoeg van het werk af had gehouden. “Ik ga nog even verder met Clara.”

“Clara? Leuke naam? Iets voor mij?” vroeg Felicity, weer met een knipoog.

Hij vertelde haar over het gezicht dat hij had geschilderd. “De naam past bij haar.”

“Leuk, man. Veel plezier en maak iets moois van Clara,” zei Felicity, die hem bij de deur even een knuffel gaf. “Oh, ga je vanavond met ons mee uit eten?”

“Denk het niet. Er zit zoveel in mijn hoofd… Dat wil ik eerst allemaal een plekje geven en daar heb ik rust voor nodig. Maar dank je voor het aanbod.”

Felicity zei dat ze dat helemaal begreep en wenste hem succes met het vinden van plekjes. Daarna sloot ze de deur.

Clara’s ogen, laatste deel van hoofdstuk 12.

Clara's ogen

De reis naar ‘kantoor’ ging vlot en al snel vond hij Jess, die hem naar het kantoor van meneer Bligh bracht.

Meneer Bligh was een typisch kantoormens, dacht Ron, met het grote verschil dat de man een schreeuwend, oranje jasje droeg dat hem ook nog van geen kant paste. Ron wist met moeite een commentaar binnen te houden. Dit was een belangrijk man voor hem, dus moest hij het lelijke jasje maar even verdragen. Voor de rest was meneer Bligh niets bijzonders.

“Meneer Brook. Komt u binnen.”

“Brooks,” zei Ron terwijl hij ging zitten.

“Wat?”

“Brooks. Mijn achternaam is Brooks, niet Brook.”

“O, juist. Ik snap het. Eens kijken…” De man ging achter zijn enorme bureau zitten. Daardoor leek hij eigenlijk best klein. Ron kreeg een idee om hier eens een overdreven versie van te schilderen. Meneer Bligh bladerde door wat papieren en keek wat spul na op zijn computerscherm.

“Een momentje nog,” zei de man na een tijdje. “Het contract is hier. Ik heb het…” Hij viel stil, en Ron kon enkel raden wat hij had. “Pas nog…” ging meneer Bligh verder.

“Gezien?” Ron kon het niet laten.

“Wat? O, ja, dat. Precies.” De man rammelde op het toetsenbord. Een printer begon te leven en spuugde zes pagina’s met tekst uit. “Hier. Ik wist het.” Meneer Bligh las vluchtig de papieren na. “Hier is uw contract, meneer Brook.”

“Brooks.”

“Brooks?” De man in het oranje jasje keek verbaasd. “Weet u dat zeker? Hier staat overal Brook.”

“Ik ben honderd procent zeker. Het was al Brooks voordat mijn vader was geboren.”

“Juist ja…” De man rammelde weer op het toetsenbord en even later waren er zes nieuwe pagina’s. “Uw contract, meneer Brooks.” Hij sprak de ‘s’ met nadruk, bijna trots uit.

De eerste twee pagina’s werden precies doorgenomen. Volgens de contractenman waren die twee het belangrijkste deel. Ron zou voor een riant salaris gaan werken onder de vlag van Ostring Art Association. De afspraak was dat hij één schilderij per maand zou maken, tenzij hij een speciale opdracht kreeg. Dan was de termijn bespreekbaar. Zulke speciale opdrachten zouden altijd in het kantoorgebouw worden uitgevoerd, met een maximum van drie opeenvolgende dagen per week. Dat om de concentratie niet te hoog op te laten lopen.

“Weet u wat voor speciale opdrachten dat zijn?” Ron wilde dat wel graag weten.

Meneer Bligh knikte. “Herinnert u zich nog de opdrachten in de stijl van de oude meesters? Dat is wat er zal worden gevraagd. De meeste zullen in het gebied liggen waar u het beste in was.”

“Aha, nou snap ik het,” zei Ron. “Dat is wat de klanten op verzoek vragen.”

“Dat klopt, meneer Brook, dat klopt helemaal. De rest van het contract is vrij standaard. Als u het wilt doorlezen en dan ondertekenen. Beide kopieën…”

Ron onderdrukte een zucht en begon de kleine letters te lezen. Het was echt allemaal standaard, droog en voorspelbaar. Na zes alinea’s sloeg hij de bladzij gewoon om. Dit was niet wat hij wilde doen, en de man in het oranje had toch al gelijk. De juridische termen zwommen voor zijn ogen maar hij vocht zich zo goed mogelijk door de tekst heen.

Hij had de ziektekostenvergoeding gezien, de vakantiedagen, de betaling en ook de verplichtingen van zijn kant. Heel fijn was dat hij per maand op kon zeggen. Als hij dat deed zou hij die maand niet betaald krijgen. Ostring Art kon ook het contract beëindigen. In dat geval zou hij de lopende maand nog wel betaald krijgen. Dat klonk prima.

Er was ook een deel over het appartement en de huur die hij daarvoor moest betalen. Het bedrag was een lachertje.

Zijn schilderijen zouden op kantoor en op diverse andere lokaties worden tentoongesteld. Bij een verkoop zou de opbrengst door twee worden gedeeld, de helft voor Ron, de andere voor Ostring. Dat bovenop een salaris klonk prima.

“Hebt u nog vragen, meneer Brook?” Meneer Bligh leerde dat niet af. Hij hield een fraaie pen klaar voor Ron. “Als niet, dan het verzoek om de contracten te tekenen, en de pagina’s te paraferen.”

Ron vroeg zich af of hij Shelley nog moest bellen, maar dat zou wel bizar zijn. Dit zat zo goed in elkaar. De eerste maanden waren prima geweest, en als dat zo bleef dan kon hem niets gebeuren. Hij pakte de pen aan en zette de handtekeningen en parafen.

Meneer Bligh controleerde alles, gaf toen een versie aan Ron en stak zijn hand uit. “Welkom aan boord van Ostring Art, meneer Brook.”

“Het is fijn om bij de bemanning te horen, kapitein Bligh,” zei Ron in een poging de man terug te pakken voor de verkeerde naam. De man met het lelijke jasje leek het niet te merken.

 Clara’s Ogen. Hoofdstuk 12, deel 3.

Clara's ogen

De avond vloog voorbij. Shelley had uiteraard weer de nodige opmerkingen over een schoonzus waar het langzaamaan tijd voor werd, en ze vond Felicity een prima keus. Zijn ouders raakten niet uitgepraat over de expositie en de verkoop.

Toen Harvey hen bij het hotel afzette, beloofde Ron om hen weer op tijd op te halen om ze naar het vliegveld te brengen. Daarna zou hij wel contact opnemen met meneer Bligh, om de zaken rond het contract te bespreken.

“Hoe was uw dag, meneer Brooks?” vroeg Harvey toen ze op weg waren naar het appartement. “Ik begrijp het helemaal als u niets wilt zeggen. De meeste mensen zijn na zo’n dag helemaal op.”

“Dat klopt aardig,” zei Ron. “Ik had niet verwacht dat dit zoveel energie zou vreten…”

In stilte ging de rit verder. Ron bedankte Harvey voor al het rijden. De chauffeur wenste hem een goede nacht en vertrok. Ron liep naar de deur, pakte de lift en sleepte zich onderhand zijn woning binnen.

Hij trok iets comfortabels aan, pakte een biertje en ging op de bank zitten. Hij moest even de storm in zijn hoofd laten luwen. Al die ervaringen, mensen, vragen…

“Hallo, Ron. Je was erg druk vandaag.”

“Hé, Clara. Ja. Ik ben zelfs te moe om te slapen.”

“Ik was een paar keer bij je vandaag. Volgens mij heb je dat niet eens gemerkt.”

Ron voelde zich onmiddellijk schuldig. “Dat klopt. Sorry.”

“Dat hoef je niet te zeggen, Ron. Je was zo druk bezig, en zo opgewonden over alles.”

Ron glimlachte en praatte een beetje over de dag en zijn succesvolle verkoop. Hij was niet zeker dat ze het allemaal begreep, maar het was wel fijn om op deze manier nog eens op de dag terug te kijken. Het leek alsof er een spanning van hem afviel. Hij vertelde haar ook over zijn zus en haar pogingen om hem richting Felicity te krijgen. Clara vroeg of hij Felicity leuk vond.

“Ja, ze is wel leuk. Ze is grappig en vlot, maar dat is het dan ook. Ik denk niet dat ik verliefd op haar zou kunnen worden, want er is geen vonk.”

“Vonk? Wat voor vonk?”

Natuurlijk. Ze had geen idee van dat soort dingen. Ron probeerde het haar uit te leggen, maar stopte daar al snel mee. Hij was opeens moe, en alles wat hij zei leek haar te verwarren. Hij besloot naar bed te gaan. De volgende dag moest hij zijn familie wegbrengen en dan naar het kantoor en meneer Bligh.

~~~

Wakker worden was een hele klus voor Ron. Zijn paar uur slaap waren gevuld met vreemde beelden van Clara, Felicity en het verkochte schilderij. Hij voelde zich totaal niet als een mens maar hij deed zijn best om dat gevoel met koffie terug te krijgen. Het lukte grotendeels.

Hij merkte dat Clara zich stil hield terwijl hij zich aankleedde en op reis ging naar zijn familie. Die wilde hij netjes bij het vliegveld afzetten. Onderweg wist hij nog een beker koffie te bemachtigen, en dat zorgde ervoor dat hij toch redelijk wakker in het hotel arriveerde.

Shelley was daar al, en na een knuffel vertelde ze dat hun ouders snel genoeg beneden zouden zijn. De twee praatten over de voorgaande dag terwijl ze zaten te wachten.

“Daar is hij, onze kunstenaar,” zei Rons moeder toen ze met haar echtgenoot bij Ron en Shelley gingen zitten. “Wat een prachtige dag, hè, gisteren?” Zij waren er ook nog vol van. Omdat ze tijd genoeg hadden bleven ze nog even zitten om na te genieten van de tentoonstelling.

Eenmaal op weg ging alles goed. Ron had van tevoren alles uitgezocht, en met de notities in de hand ging de reis vlot en zonder problemen. Het ging zelfs zo vlot dat ze op het vliegveld ook tijd hadden om even ergens iets te drinken en nog wat te praten.

Eenmaal bij de gate zei Shelley dat ze binnenkort echt een berichtje van Ron verwachtte. “Een berichtjes waarin je laat weten wanneer de verloving met Felicity een feit is, grote broer.” Ze grijnsde. “Het is een leuke vrouw, slim, en ze past echt goed bij je, Ron.”

“Doe haar de groeten van ons, zoon,” zei zijn vader toen die Ron omhelsde. Zijn moeder kuste hem op de wangen en hoopte dat hij snel weer eens op visite zou komen. Toen moesten de drie verder, en Ron bleef kijken en zwaaien tot ze in de menigte verdwenen waren.

Pas toen hij had gezien dat het vliegtuig vertrokken was ging hij de strijd aan met het openbaar vervoer, in een poging bij het kantoor van Ostring Art te komen. Onderweg bleef hij aan de vorige dag denken, en een gevoel van eenzaamheid overviel hem, omdat zijn familie weer weg was. Hij merkte nu pas hoe belangrijk dat voor hem was. Hij moest echt snel weer eens op visite gaan.

 Clara’s Ogen. Hoofdstuk 12, deel 2.

Clara's ogen

Het duurde niet lang tot Jess terugkwam met een draagbare pinautomaat. Mevrouw Harris maakte vlot het bedrag over. Ron kreeg een kopie van het betalingsbewijs, en niet lang daarna kwam een man in uniform, de chauffeur, met een groot laken. Daar zou het schilderij voorzichtig in worden verpakt na de tentoonstelling. Gelukkig bleef het doek hangen tot iedereen weg was. Mevrouw Harris bedankte Ron en meneer Ostring en wandelde toen weg.

Meneer Ostring keek vergenoegd naar het papieren bewijs van de verkoop. Ron vond dat bijzonder, want zijn organisatie hield daar amper iets aan over. Drie procent, zo stond in het contract. “Dat ging erg goed, Ron,” zei de man. “Gefeliciteerd.”

Shelley kwam dichterbij en plukte het papier uit Rons vingers. “Jezus, Ron, is dit echt? Vijfendertighonderd dollar? Voor dat schilderij?”

“Daar lijkt het wel op, zus,” zei Ron. “Nou ja, het verkocht zichzelf eigenlijk. Ik hoefde er niet veel voor te doen.” Hij was zelf nog steeds verbaasd, want hij had niet verwacht vandaag iets te verkopen. Laura had er drie verkocht bij haar tentoonstelling, maar dat was uitzonderlijk volgens hem. “En ja, dit voelt heel onwerkelijk, Shelley.”

Niet veel later klonk een stem uit de omroepinstallatie die aankondigde dat de galerij over een paar minuten zou gaan sluiten. Ron wist wat er zou gaan gebeuren. Zijn schildervrienden zouden teruggaan naar hun appartementen. Zelf zou hij een korte evaluatie hebben met meneer Ostring en diens partners. Laura en Marcus hadden hem daar al op voorbereid.

De schilder en zijn ‘gevolg’ liepen naar de ontvangstkamer, waar meneer Ostring op hen wachtte, samen met Jess en Charles Simmons.

“Ah, Felicity. Dank je voor je aanwezigheid vandaag. Je kunt je nu wel bij de anderen voegen.” Het was een nette manier van de baas om haar weg te sturen. Felicity kneep even in Rons hand, nam afscheid van de familie en verliet de kamer. Iemand van de galerij haalde de familie toen op; die zouden ‘bezig worden gehouden’ gedurende de evaluatie.

Iedereen die nog over was nam plaats. Meneer Ostring kwam meteen ter zake. “Ron. Nogmaals gefeliciteerd. Dit ging echt erg goed. Er waren, zoals altijd, wat mensen met opmerkingen, maar dat is niets om bezorgd om te zijn. Je werk is heel goed ontvangen. Ik ben wat verbaasd dat er maar een werk is verkocht, ik had op twee of drie gehoopt, maar de waarde van dat ene stuk maakt dat ruimschoots goed. Het was boven verwachting zelfs, waarvoor mijn respect. Het toont dat je potentieel hebt, Ron.”

Ron probeerde iets te zeggen maar kreeg geen kans. Charles Simmons nam het gesprek meteen over. “Normaal gesproken zoeken we mensen die iets beter met de oude meesters overweg kunnen, Ron, maar we hebben het gevoel dat jouw werk toch een aanwinst zou zijn voor onze organisatie, dus willen we je een contract aanbieden.”

Het blok graniet dat in Rons maag was gaan groeien, smolt weg. De opmerking over de oude meesters vond hij nog steeds vreemd, maar dat was iets voor later. En als hij een contract kreeg en hij hoorde daar niets meer over, dan was het wat hem betrof ook prima. Ze vonden zijn werk goed en ze wilden hem houden. “Heel erg bedankt,” zei hij dus. “Ik ben blij dat het allemaal zo goed is gegaan. Hoe gaat het nu verder met dat contract?”

Charles knikte. “Daar kunnen we het morgen over hebben. Kom morgen naar het kantoor en dan praten we verder over de details. Je hoeft nu uiteraard nog niet te beslissen. Morgen praten we en dan kun je zien wat je wilt doen.” De kunstcriticus keek naar meneer Ostring, die knikte.

“Morgen praat je met meneer Bligh, Ron. He is de man van de contracten,” zei de baas van de organisatie. “Hij heeft op al je vragen een antwoord. Voor nu stel ik voor dat je met je familie het succes van vandaag gaat vieren.”

“Dat ga ik zeker doen. Ik heb nog wel een vraag…” Ron viste het betaalbewijs voor zijn schilderij uit zijn zak en legde het op tafel.

“Dat heb je verdiend, Ron,” zei Terrence Ostring. “Een goed teken.”

Jess gaf Ron daarna een kaartje. “Dit is het nummer van Harvey. Hij zal jullie naar een restaurant brengen, en daarna zorgen dat iedereen netjes thuis wordt gebracht. En je familie in het hotel, uiteraard.”

Ron bedankte iedereen en zocht toen zijn familie op. Harvey was in de buurt en stond meteen klaar om het groepje naar een restaurant te brengen.

Clara’s Ogen. Hoofdstuk 12, deel 1.

Clara's ogen

12. Een grote dag en een aanbieding

Meneer Ostring was de eerste die binnenkwam en Ron feliciteerde. De man genoot zichtbaar van de stroom gasten. Toen iedereen, die in de kunst belangrijk was, binnen was gekomen, gaf meneer Ostring zijn korte toespraak. Ron had die al eerder gehoord, bij Laura’s tentoonstelling, en hij waardeerde het dat de man de moeite had genomen om er toch een beetje persoonlijke draai aan te geven.

Daarna werd Ron geïntroduceerd als de artiest wiens werk vandaag zou worden gepresenteerd aan de geëerde gasten. Meneer Ostring leek het prima te vinden dat Felicity aan Rons zij gekleefd leek. Hij nodigde iedereen uit om van de schilderijen te genieten en zei dat niemand moest aarzelen om Ron aan te spreken als ze een vraag hadden.

Ron zag hoe trots zijn ouders waren, en Shelley’s gezicht verried dat ze nog nooit zo trots op haar broer was geweest als nu.

De gasten applaudisseerden kort na de toespraak en daarna verspreidden de gasten zich door de kleine galerij om Rons creaties te bekijken. Niet alleen de werken voor de expositie waren aanwezig, ook de stukken die hij in de stijl van verschillende oude meesters had gemaakt hadden een plek aan een van de muren. Samen met zijn familie en Felicity liep hij rond en zag dat zelfs zijn poging tot het schilderen van iets van Jan Lievens, een tijdgenoot van Rembrandt, was opgehangen.

“Goeie hemel, waarom hebben ze dat monster niet weggelaten,” zei hij geschrokken.

“Ron, zo slecht is het niet,” zei Felicity, “en je moet dat soort dingen niet zeggen. Daar hebben ze de critici voor uitgenodigd.” Dat maakte hem en ook zijn familie aan het lachen.

Rons moeder kon geen woorden vinden voor de schilderijen, en alle aandacht die hier aan haar zoon werd gegeven.

Een paar minuten later was het uit met de rust en tijd voor zijn familie. Het leek alsof iedereen die uitgenodigd was een vraag had voor Ron. Over zijn werk, zijn achtergrond, en zelfs of Felicity zijn vrouw of vriendin was.

Marcus had gelijk gehad. Het was echt belangrijk dat hij zijn verhaal had voorbereid, zodat hij wel telkens hetzelfde kon vertellen maar toch steeds wat andere woorden kon gebruiken. Anders zou hij zelf in de war zijn geraakt.

De galerij was drie uur open, maar voor Ron voelde het alsof het twee keer zo lang was. Hoe langer ze rondliepen, hoe meer mensen er leken te zijn, en iedereen wilde een paar woorden met hem wisselen of iets over zijn schilderijen horen. Veel mensen vonden zijn werk prachtig, maar het was wel moeilijk om de negatieve kritieken aan te horen. Felicity en ook Shelley herinnerden hem eraan dat niet iedereen hetzelfde mooi vond. Toen hij dat een paar keer gehoord had wist hij zich dat voor ogen te houden. Het hield enorm.

De expositie liep ten einde, toen een elegant geklede dame op Ron afkwam. “Mag ik een woord met u wisselen over dat schilderij?” Ze wees naar een van de oudere doeken die hier ook hingen, een van de paar die hij voor zijn oorspronkelijke ‘keuring’ mee had gebracht. Het was een deel van de Clinch bergketen in Virginia.

“Mijn naam is Adelaide Harris, meneer Brooks, en ik wil dat schilderij hebben.”

Haar directheid verbaasde Ron. Terwijl hij zocht naar hoe hij het beste op haar woorden kon reageren, ging ze al verder.

“Ik begrijp het als u hier liever geen afstand van doet, maar dit werk heeft een ruwheid dat me ontzettend aanspreekt. Noem uw prijs.”

Op dat moment verscheen meneer Ostring. “Kan ik ergens mee van dienst zijn?” De mans woorden tilden een zware last van Rons schouders. Mevrouw Harris herhaalde haar woorden. Ze klonk zowat hebberig toen ze nog eens naar het schilderij keek. “Juisy, ik snap het,” zei meneer Ostring daarop. “We hebben eigenlijk nog geen tijd gehad om prijzen te zetten bij deze werken, maar voor u kan ik een prijsje maken. Voor vijfendertighonderd dollar is het van u.”

Ron viel bijna om toen hij dat bedrag hoorde. Zoveel geld had hij in zijn hele leven nog niet uitgegeven voor al zijn schilderspullen. Het doek waar dit op geschilderd was, was van een slechte kwaliteit, en de verf was niet veel beter. Hij had het een paar keer bijgewerkt in de loop van de tijd, maar dat allemaal leek niets uit te maken voor de elegante vrouw. Die maakte haar handtasje open en haalde er een creditcard uit.

“Laten we dit dan meteen afhandelen, dan kan mijn chauffeur het meteen neemenen.”

Meneer Ostring knikte naar Jess, die meteen wegliep. Terwijl mevrouw Harris verrukt naar het schilderij keek, werd de koop afgehandeld. “Uiteraard, mevrouw Harris,” zei Terrence Ostring. “Ron, blijf jij bij mevrouw en het schilderij, zodat niemand het nog aanraakt?”

“Vanzelfsprekend, meneer Ostring,” zei de schilder, die stond te trillen op zijn benen.

Clara’s Ogen. Hoofdstuk 11, deel 5.

Clara's ogen

Op weg naar het hotel waar Rons familie wachtte vroeg Felicity een paar dingen over hen, zodat ze geen totale vreemden tegenover zich zou krijgen. Ron grinnikte en vertelde dat hij eigenlijk een beetje een vreemdeling was, vergeleken met zijn familie.

Harvey parkeerde de grote auto in een zijstraat en belde even iemand. “Ik heb de receptie gewaarschuwd, meneer Brooks. Iemand komt uw familie straks brengen. Deze straat is een stuk rustiger,” legde hij uit.

Ron en Felicity stapten uit om op de familie te wachten. Harvey hield de wacht bij een open autodeur.

De dame van het hotel leverde Rons familie keurig af bij de limousine. Terwijl ze aan kwamen lopen, zag Ron dat zijn moeder haar handen over haar mond sloeg van verbazing. Zijn vader leek ook erg onder de indruk te zijn van het vertoon.

Shelley stormde vooruit en sloeg haar armen om hem heen. “Broertje! Wat zie je er mooi uit!”

“Hé, pas een beetje op mijn pak, zo meteen zit ik helemaal in de kreuk!” Ron was zowaar geschrokken van haar stormachtige begroeting. Toen kuste hij zijn moeder op de wang en omhelsde hij zijn vader. “Familie, dit is Felicity, die vandaag mijn steun en toeverlaat is. Felicity, dit is mijn familie.” Nadat de kennismaking achter de rug was, stapte iedereen in de enorme auto en werden ze naar de galerij gebracht waar een uitgebreide lunch op hen wachtte. De andere schilders waren er al en die zaten al te eten en te praten.

Net als bij Laura, dacht Ron, en glimlachte even.

Rons familie was even verbaasd om zoveel artistiek talent bij elkaar te zien, maar ze waren er al snel achter dat het ook maar gewone mensen waren, ondanks hun nogal opvallende kleding. Gewone mensen met een enorme eetlust. Dat dan weer wel.

“Ron? Is die meneer Ostring hier ook?”

“Nee, pa, dit zijn allemaal schilders. Meneer Ostring komt later. Als we naar de hal gaan waar mijn werk hangt.” Toen hij die woorden uitsprak voelde Ron even een koude hand om zijn hart. Dit was echt de dag van de waarheid. De tentoonstelling waar hij maanden naartoe had gewerkt.

“Oké. Goed om te weten. Ik zal dat ook even tegen je moeder en je zusje zeggen.” Toen boog zijn vader zich naar Ron toe. “En zoon, houd dat vrouwtje goed vast. Ze is heel aardig, ze ziet er leuk uit, en als ze kan koken zou dat nog beter zijn.” Toen liep de man weg.

“Ehm…”

“Is er iets?” vroeg Felicity

“Ehm. Nee. Kom, eten we ook wat.”

Ron merkte dat zijn zenuwen sterker waren dan zijn eetlust. Hij deed zijn best maar hij had heel wat minder trek dan hij had gedacht. Toen Marcus voorbij kwam met de mededeling dat er al een aardig aantal belangstellenden was, werd Rons eetlust tot nul gereduceerd.

“Ik krijg geen hap meer door mijn keel,” bekende hij.

“Geen probleem,” zei Marcus, die prompt Rons bord weghaalde en het leeg begon te eten.

“Meneer, u is een varken,” reageerde Ron.

“Een van mijn vele talenten, en ik ben blij dat ik ermee van dienst kan zijn, meneer,” zei Marcus met een buiging. “Jammer dat je geen suiker in je koffie hebt, anders zou ik je daar ook meteen vanaf helpen.”

Marcus wandelde weg met het bord. Cornelia kwam op Ron af, bukte zich even en fluisterde: “Veel succes” in zijn oor. Dat was alles wat hij de rest van de dag van de vrouw zag of hoorde, maar het was nou eenmaal een traditie dat iedereen aanwezig was. Zelfs Cornelia hield zich daaraan.

Toen kwam het grote moment waarvoor iedereen gekomen was, en waar Ron nu het liefst op de vlucht zou slaan. Jess kwam de lunchruimte binnen en vroeg of iedereen mee wilde komen. De schilders wisten de weg en haastten zich naar de gastenruimte. Ron, zijn familie en Felicity werden naar de officiële ontvangstkamer gebracht waar ze de gasten zouden verwelkomen, het merendeel van hen kunstcritici.

Ron voelde zich iets meer op zijn gemak toen hij Charles Simmons zag, de man die zijn eerste werken ‘gekeurd’ had.

“Daar gaat-ie dan, Ron,” zei Felicity, die hem even in een hand kneep.

Clara’s Ogen. Hoofdstuk 11, deel 4.

Clara's ogen

“Wat…” dacht hij toen hij merkte dat hij wakker was. Maar… was hij echt wakker? Om hem heen was niets dan een pikzwart niets en daar leek hij in rond te zweven. Het verbaasde hem dat hij niet in paniek was in deze vreemde omgeving. Eigenlijk was het wel prettig hier.

“Hallo, Ron.”

De stem kwam van achter hem, en op een of andere manier lukte het hem om zich om te draaien. Daar was ze. Clara. Een paar meter van hem vandaan.

“Clara.” Hij glimlachte.

“Hoe ben jij hier gekomen?” vroeg ze.

“Ik weet het niet. Ik denk dat ik droom.”

“Droom ik dan ook? Ik heb nog nooit gedroomd.”

Ron keek in haar grote ogen, die een beetje twijfelend, zoekend, niet begrijpend naar hem keken. “Ik heb geen idee, Clara, maar ik ben wel blij dat dit gebeurt.” Hij stak zijn hand uit naar haar. Op dat moment vervaagde ze.

~~~

Ron werd wakker met de herinnering aan de bijzondere ontmoeting nog haarscherp in zijn herinnering. “Clara?”

“Hallo Ron, heb je goed geslapen?”

“Ja, heb ik. En ik heb je gezien.”

“Je zag me? Waar?” Clara klonk verbaasd. “Ik zag jou niet, Ron.” Ze leek echt teleurgesteld. “Denk je dat je dat nog eens kunt doen?” vroeg ze, toen hij haar zijn bijzonder ervaring had verteld. “Ik zou je heel graag zien.”

“Ik hoop dat ik het nog eens kan doen. Ik weet niet hoe ik het deed maar het zou echt geweldig zijn als het nog eens gebeurt.”

Terwijl hij met haar praatte was hij bezig met wat dingen in zijn appartement. Hij hoefde de laatste tijd zijn ogen niet meer dicht te houden om met haar te kunnen praten, en bezig zijn was goed tegen de zenuwen van de komende expositie. Ook voelde hij zich fijn als hij met haar praatte. Haar onschuldige en eenvoudige vragen maakten hem soms aan het lachen en ze gaven hem de ruimte om dingen te vertellen en uit te leggen. Het viel hem op dat haar woordenschat, en ook de manier waarop ze zich nu uitdrukte, een stuk verbeterd was sinds de eerste keren dat ze gepraat hadden.

De klok kroop langzaam naar half twaalf. Het moment dat Harvey hem op zou komen halen. Ron had zijn officiële kledij al aan en wachtte op het telefoontje van de chauffeur. Toen het kwam, verraste het hem toch nog.

“Ik ben zo beneden, Harvey,” zei hij. En tegen Clara zei hij dat hij hoopte dat ze erbij kon zijn, al was het maar in gedachten. “Dat zou echt fijn zijn, Clara.”

“Ik doe mijn best, Ron. Maar als ik er ben dan zal ik stil zijn zodat je niet afgeleid wordt.”

“Je bent de allerbeste,” zei hij met een glimlach, en verliet zijn woning. Op weg naar beneden klopte hij op Felicity’s deur, om haar te waarschuwen dat Harvey op hen stond te wachten. “Als je wilt dan kun je meerijden, steun en toeverlaat,” zei hij door de deur heen.

De deur ging open en Felicity keek hem stralend aan. “Denk je dat dit ermee door kan?”

Ron moest twee keer kijken voor hij helemaal doorhad hoe Felicity zich in de nette kleren had gestort voor het evenement. “Allemensen. Ben jij dat echt?”

“Dan is het goed,” zei ze met een grijns. Ze had haar lange, zwarte haar opgestoken zodat het in golven over haar schouders hing, en de lange, rode jurk paste haar als een handschoen. Het leek wel zijde, voor zover Ron iets van stof wist. “En jij ziet er ook knap uit, meneer de schilder.”

Gearmd stapten ze de lift in, en ook weer uit. Toen ze buiten kwamen stonden de anderen al allemaal te wachten, en een storm van gefluit en geklap stak op. Zelfs Harvey had een wereldgrijns, zag Ron.

Ron en Felicity stapten in de limousine terwijl de anderen het gehuurde busje bestormden. “Waren wij zo toen Laura haar tentoonstelling had?”

Harvey knikte. “Ongeveer net zo,” zei hij terwijl de luxe auto weggleed.

Clara’s Ogen. Hoofdstuk 11, deel 3.

Clara's ogen

Het was nog een hele puzzel met bussen, de trein en een taxi, maar Ron kwam netjes op tijd aan op het vliegveld. De vlucht van zijn familie zou over een half uur arriveren, dus had hij nog ruimte voor een kop koffie. Daar was hij snel mee klaar, en veel te vroeg stond hij bij de aankomstpoort te wachten.

De vlucht was netjes op tijd en niet veel later kon Ron zijn ouders en zijn zus een knuffel geven. “Welkom in de grote stad,” zei hij.

Zijn ouders waren opgewonden om hier weer te zijn. Het was meer dan twintig jaar geleden dat ze New York hadden bezocht, en Shelley was hier nog nooit geweest.

De volgende uitdaging was het vinden van de bagage, maar ook dat ging opvallend snel. Daarna doken ze met z’n allen de wondere wereld van openbaar vervoer in, om uiteindelijk bij het hotel aan te komen.

Ron keek op van de luxe uitstraling. Barbara had niet op een paar centen gekeken, dat was duidelijk, en dat vond hij geweldig. Nadat ze de koffers hadden weggebracht gingen ze de rest van de dag op ‘expeditie’ in de stad en sloten de dag af met een gezellig etentje.

Na het eten bracht hij zijn familie netjes naar het hotel en nam afscheid van ze. “Fijne avond nog, allemaal. We komen jullie net na de middag ophalen,” zei hij. “De galerij gaat om drie uur open maar we gaan eerst met z’n allen lunchen. Dan kunnen jullie mijn medeschilders leren kennen.”

Zijn ouders en ook zijn zus vonden dat een heel leuk idee, en zeiden dat ze er nu al naar uit keken. Na nog een knuffel van iedereen verliet hij het hotel en liep hij naar de ingang van de metro die hem rap naar huis bracht. Onderweg dacht hij weer aan de tentoonstelling. Was dat echt morgen? Hij kon het bijna niet geloven. De tijd was voorbij gevlogen.

Toen hij thuis kwam, wachtte hem een verrassing in de vorm van Felicity, die op een keukenstoel voor zijn deur een boek zat te lezen. Toen hij de lift uitkwam keek ze op. “Hé, reiziger.”

“Hé, schildervrouwtje,” zei hij met een grinnik. “Wat is er loos? Mag je niet naar binnen van je huis?”

“Niets aan de hand. Ik wilde enkel zeker zijn dat alles oké is met je,” zei ze terwijl ze hem even omarmde. “Ik heb beloofd dat ik je zou steunen, en die taak neem ik heel serieus. Hoe ging het met je familie?”

“Prima, dank je,” zei hij terwijl hij de deur openmaakte en haar binnenliet. Ze gingen op de bank zitten en kletsten een tijdje.

“Ze gaan je werk geweldig vinden, Ron, geloof dat maar van mij. Ze spenderen echt geen geld aan een tentoonstelling als ze er geen brood in zien. Dat zei Marcus ook al, weet je nog?” Toen, tot zijn grote verbazing, drukte ze een korte kus op zijn wang. “Dat is voor wat extra geluk morgen.” Felicity stond op en ried hem aan een biertje te pakken en wat te ontspannen. “En dan zie ik je morgen. Bij de lunch. Truste, Ron!”

“Welterusten, Felicity. En… dank je.”

“Tuurlijk. Graag gedaan, schildertje.” En weg was ze.

Ron grijnsde en ging het voorgeschreven bier halen. Hij liep terug naar de bank toen hij Clara’s stem hoorde.

“Ik ben blij dat je hier bent, Ron.”

“Ik ook, Clara. Het is fijn om je weer te horen.”

“Je was lang weg, Ron.” Het klonk niet als een verwijt, enkel als een constatering.

“Klopt. Mijn familie ophalen duurde langer dan ik dacht. En ik heb de dag met hen doorgebracht.”

Even was Clara stil. “Ik heb het gemist om met je te praten.” Ze klonk onzeker, alsof ze moeite had om dit te zeggen.

Ron was even uit het veld geslagen. “Ik vind dat hartstikke jammer, Clara. Ik heb wel vaak aan je gedacht vandaag. En een paar keer gedacht hoe het zou zijn als je er vandaag bij zou zijn geweest.” Hij voelde haar glimlach toen ze zei dat ze dat wist. Dat ze het had gevoeld.

Ron keek naar het schilderij op de ezel. Daar was Clara, maar veel van haar was nog verborgen in onzichtbare schaduwen. Even leek het alsof ze uit het doek kon stappen en bij hem in de kamer kon staan. In zijn verbeelding deed ze dat ook een paar keer.

“Ron?”

“Ja?”

“Wat ben je aan het doen?”

“Sorry, Clara. Mijn gedachten dwaalden af. Ik verbeeldde me dat je hier was.”

“Ik ben hier, Ron.”

“Dat weet ik… maar ik bedoel echt. Fysiek. Als een mens.” He zuchtte. “Dat zou gaaf zijn.”

Clara viel weer stil. Het was duidelijk dat dit ook een moeilijk onderwerp voor haar was. “Misschien moet je gaan slapen, Ron. Ik ben bij je als je slaapt,” zei ze uiteindelijk.

Ron knikte. Hij dronk zijn biertje op en maakte aanstalten om naar bed te gaan.

Clara’s Ogen. Hoofdstuk 11, deel 2.

Clara's ogen

De grote, belangrijke zondag kwam sneller aanstormen dan Ron had verwacht, en hoe dichterbij die dag kwam, hoe minder hij zich klaar voelde voor het evenement.

Op de vrijdag ervoor kwamen Marcus, Felicity en Ross even bij hem op visite.

“Er is niks met je aan de hand, Ron,” verzekerde Marcus hem. “Je bent opgewonden en onzeker, en zo hoort het ook. Dit is nogal een groot moment in je carrière, dus als je je heel rustig zou voelen dan zou er iets mis zijn met je.”

“Niet teveel drinken op de dag” zei Felicity toen. “Je moet een heldere geest hebben als mensen je vragen beginnen te stellen.

Ron knikte en zei dat hij hoopte dat hij geen toespraak hoefde te houden. Marcus verzekerde hem dat dat niet nodig was. Laura had dat tenslotte ook niet gedaan, en hijzelf, lang geleden, ook niet. “Meneer Ostring of een van de partners doen het praten. Jij bent de kunstenaar. Jij hoeft alleen maar duidelijke antwoorden te geven als mensen vragen stellen over je werk.”

“Dat gaat wel lukken. Ik denk wel dat ik het fijn zou vinden als er iemand van jullie in de buurt is waar ik me aan vast kan houden.” Ron was nerveuzer dan hij had gedacht, en tegen deze mensen durfde hij dat toe te geven.

Felicity meldde zich meteen voor die ‘opdracht’. “Als je wilt doe ik zelfs een jurk aan.”

“Een jurk? Jij?” Ron had haar nog nooit in iets anders gezien dan spijkerbroeken en t-shirts.

“Hé, oppassen jij,” mopperde ze gemaakt terwijl ze opstond. “Is het je wel eens opgevallen dat ik een vrouw ben?”

Met erg rode wangen gaf Ron toe dat hem dat wel degelijk vaak genoeg was opgevallen. “En als jij mijn steun en toeverlaat wilt zijn, die dag, dan zou ik dat geweldig vinden.”

“Wat zijn we toch een stel, hè?” zei Marcus lachend. “Als we onbekend zijn dan willen we in het voetlicht staan, en als iemand het voetlicht komt monteren dan doen we het allemaal in onze broek. Geloof me, ik had dat ook, al die jaren geleden. Er waren maar weinig mensen hier die daar geen last van hadden.”

Het vrolijke gepraat deed Ron goed, en toen zijn schildervrienden hun eigen woningen weer opzochten voelde hij zich opgelucht.

“Je hebt aardige vrienden, Ron,” zei Clara toen hij in bed lag. Ron had gemerkt dat het voor haar steeds makkelijker werd om zijn omgeving op te vangen, en ook de mensen die om hem heen waren. “Felicity is aardig. Ik denk dat ze je heel erg zal helpen.”

“Dat denk ik ook,” zei Ron. Hij grinnikte weer om Felicity’s reactie over de jurk. “Ik vind het wel jammer dat ik niet veel tijd heb gehad om aan jouw schilderij te werken, Clara.”

“Dat is niet erg, Ron. Het is al erg mooi aan het worden. Jij ziet me alsof ik mooier ben dan ik… denk dat ik ben.”

Hij pikte haar aarzeling op. “Na de tentoonstelling heb ik weer tijd. Dan zorg ik dat je schilderij afkomt, Clara. Beloofd.”

“Ik weet dat je het af zult maken, Ron. Je hoeft je niet te haasten. Ik vind het fijn dat je tijd met me doorbrengt op deze manier.”

“Ik ook. Het is fijn om met je te praten, Clara.”

“Daar ben ik blij om…”

Uiteindelijk viel Ron in slaap. De volgende dag moest hij naar het vliegveld van Newark om zijn family op te halen, en om ze naar het hotel te brengen dat Barbara voor hen had geregeld.