Schrijven in het Nederlands

Beste lezer,

Het is voor mij nog steeds een bijzonder gevoel om in het Nederlands te schrijven. Ik had meer dan 30 boeken in het Engels op mijn naam staan voor ik voor het eerst iets in het Nederlands durfde te beginnen, en dat kwam door een vriendin die wilde leren schrijven.

Omdat voor haar Nederlands het makkelijkste was zijn we daar dus mee begonnen. Uit die tijdelijke samenwerking ontstond het allereerste begin van het boek “Gezocht: held“.

De basis die ik voor het samenwerkingsverhaal in mijn hoofd had lag er en al met al is het een goed boek geworden. Ik durf dat als schrijver rustig te zeggen, zo brutaal ben ik tenslotte wel. 🙂

En nu is daar dus het nieuwe fantasy-verhaal dat me een paar weken geleden opeens te binnen schoot. Het ‘loopt’ op dit moment als een trein, ik zit al dik over de 100 pagina’s en het is spannend aan het worden.

Wat me de laatste weken opgevallen is dat ik meer met onze taal aan het spelen ben gegaan. In het verhaal komen bijzondere en bizarre wezens uit een ‘Schaduwwereld’ aan bod, en de namen die daarvoor naar boven komen vind ik soms geweldig!

Ik moet bekennen de de Grafspin die momenteel in het verhaal voorkomt een van de mindere goden is. Die ga ik denk ik nog eens hernoemen, maar dat komt nog wel. En de Yerenieten krijgen misschien ook een andere naam, maar ook dat is van later zorg. De moderne wonderen van zoeken en vervangen zijn wat dat betreft een zegen voor de tekstmaker van vandaag.

Dit verhaal geeft me voor mijn gevoel veel meer vrijheid dan bijvoorbeeld ‘In de ban van de stier‘. In dat boek wilde ik zoveel mogelijk feiten gebruiken, dus ging er heel veel tijd in onderzoek zitten.

Voor het nieuwe fantasy-verhaal (waar ik nog geen echte titel voor heb, ik noem het voorlopig maar ‘Molens’) kan ik niet veel onderzoeken tenzij het om molens gaat. Die komen tenslotte vaak terug in het verhaal.

Het is trouwens ongelofelijk zoveel verschillende soorten molens er zijn in Nederland.

Ik ga maar weer eens aan het ‘werk’.

Tot ziens!

Taalstrijd

Beste lezer,

engels nederlandsZoals u mogelijk weet schrijf ik in twee talen. Engels en Nederlands. Meestal niet tegelijkertijd, maar soms gebeurt dat. Nu (en ik bedoel niet nu op dit moment, maar de laatste tijd en nog steeds) doe ik dat dus. Ik schrijf in het Engels en in het Nederlands tegelijk. Dat komt door het vervolg op ‘Gezocht: held‘. Ja, er komt een vervolg. Ik heb de basistekst hiervoor vorig jaar geschreven, in November. De maand van Nanowrimo. En nu schrijf ik die tekst opnieuw in het Nederlands. En nee, het is niet vertalen. Het is echt de tekst opnieuwe schrijven, vanwege de verschillen tussen de twee talen.

Woordgrappen, dubbele betekenissen, uitdrukking, dat zijn allemaal taalonderdelen die je niet zomaar even vertaalt. Je schrijft ze echt opnieuw. Dit betekent ook dat ik veel Engelse tekst ook opnieuw schrijf.

Vraag van een denkbeeldige lezer: hoe zit dat dan? Je had dat Engels toch al geschreven?

Antwoord van de schrijver: ja, dat klopt. Ik schreef eerst het Engels. Dan schrijf ik dezelfde zin of alinea in het Nederlands waardoor ik moet nadenken over de structuur van die zin om de woorden in de Nederlands grammatica, spelling en stijl te krijgen. Soms pakt die zin beter uit dan zijn Engelse origineel waardoor ik die dan ook weer aanpas om ‘m beter te maken. En voila (dat is Frans en betekent kijk daar, nu we toch in de talen zitten), het Engels is herschreven.

Dit blijkt een geweldige manier te zijn om een verhaal in het Nederlands om te schrijven. Ik denk na over het Engels origineel en daardoor kan ik beide versies een paar keer veranderen voordat het precies goed is. Dat neemt nogal wat tijd in beslag, maar uiteindelijk is het resultaat er ook naar.

 

Het Cuijks verhaal. Een update.

Beste lezer,

cuijks wapenEr zit weer schot in het Cuijks verhaal. Het bewerken van de tekst gaat gestaag door, zij het niet snel (het moet tenslotte goed gebeuren). Er zit ook voortgang in de vertaling van sommige zinnen uit het boek naar de Cuijkse streektaal (zeg nou zelf: ‘streektaal’ klinkt beter dan ‘dialect’, toch?) Ik hoop nog steeds dat het boek rond mei 2016 klaar is. Van alle kanten komt hulp en informatie, en ook voor de lancering komen steeds meer boeiende perspectieven in beeld.

Ik geef toe dat dit een hoop vage informatie is, maar preciezer kan ik nog niet zijn.

In elk geval zijn er steeds meer mensen in de ban van het boek!

Vroeger las je gewoon een boek…

Beste lezer.

Ja, vroeger. Ouwe knakker aan het woord denk je waarschijnlijk en dan heb je nog gelijk ook.

Vroeg las je gewoon een boek. Toen was het niet zo makkelijk om boeken te publiceren en werd er nog heel wat aandacht aan een uitgave besteedt.

Tegenwoordig is het anders. Iedereen geeft boeken uit, self-publishing maakt dat heel eenvoudig, en dat merk je dan ook.

Momenteel ben ik een (Engels) boek aan het lezen wat als idee hartstikke geweldig is. (Voor mij in elk geval.) Het is echter wel een hele kluif om het verhaal te lezen want het is volgens mij totaal niet door een ander gecontroleerd op fouten, stommiteiten en andere zaken. Gelukkig heb ik dit nog niet vaak meegemaakt omdat ik probeer mijn boeken goed te kiezen, maar soms gaat het mis. Dan krijg ik weer een goedbedoelde uitgave in handen met het verzoek om het eens te lezen en te laten weten wat ik ervan vind.

Ik ben er wat kieskeuriger in aan het worden. Boeken krijgen is natuurlijk hartstikke leuk maar als die je plezier in het lezen vergallen is het niet zo geweldig, vooral als je een beetje van taal houdt. Gelukkig zijn er nog heel wat boeken die wel goed voor elkaar zijn. Lekker doorlezen dus!

(Dit artikel verscheen ook op dizzie.nl.)

 

Nederlandse ballast

Beste bezoeker,

Evolutie_Nederlandse_taal

Wist u dat Nederlands de taal is met de meeste ballast? Volgens een proefschrift van taalwetenschapper Sterre Leufkens is het Nederlands vergeven van de onzinnige dingen, zoals de verschillende lidwoorden (de en het). Het interessante in haar onderzoek van 22 talen is vind ik dat ze het Nederlands vergeleken heeft met talen als (en ik citeer) het Bantawa, het Bininj Gun-Wok, het Egyptisch-Arabisch, het Samoaans, het Sandawe, het Kharia, het Khwarshi, het Kayardild, het Teiwa, het Tidore, het Sheko en het Sochiapan Chinantec.

Egyptisch-Arabisch en Samoaans kan ik nog wel thuisbrengen. De rest zegt me helaas niet zo vreselijk veel. Als ze het dan toch ver had willen zoeken had ze het Nederlands van mij ook mogen vergelijken met het Klingon (de kunstmatig gemaakte taal uit Star Trek), het Elfs (uit de beroemde boeken van Tolkien) en het Na’vi (dat gemaakt werd voor de film Avatar). Maar ja, da’s misschien wat ver van huis.

Ze zegt dat ze met opzet deze ver-van-huis talen heeft gekozen om te laten zien wat er mogelijk is met taal.

Nederlanders zeggen: ‘Er loopt een hond door de straat.’ Efficiënt is: ‘Een hond loopt door de straat.’ ‘Er’ is, stelt Leufkens, een ‘leeg element’, net als ‘het’ in ‘het sneeuwt’. ‘Het’ betekent daarin niets. Transparant is: ‘Sneeuw valt.’

Leuk gevonden, maar de ‘er’ en de ‘het’ zijn mijns inziens toch wel belangrijk. ‘Er’ is een afkorting van ‘daar’ (hetgeen een lokatie aangeeft). Een hond loopt door de straat zegt niets over de plek; een hond loopt tenslotte wel vaker door een of andere straat. Dat het sneeuwt zal wel wezen, het weer dat dit veroorzaakt is tenslotte geen hij of zij. Dit zal wel een kwestie van wennen zijn, van taalontwikkeling en (zoals ze stelt) het feit dat niet veel mensen het Nederlands als tweede taal hebben. Dat zou vanzelf een vereenvoudiging veroorzaken zoals al lang geleden met het Engels is gebeurd. (Apart dat hier wel Engels ter sprake komt, en dat terwijl veel Engelsen steen en been klagen over de puinhoop die hun taal eigenlijk is omdat er 1001 niet-Engelse invloeden op los zijn gelaten.)

Uiteraard moet men dit soort proefschriften niet zo serieus nemen als ik hier zojuist gedaan heb. Het gaat bij zoiets denk ik meer over de stelling en hoe zoiets verdedigd wordt dan over een echt fenomeen in de taal. Taal is niet alleen een zaak van efficiency maar ook van cultuur. Een cultuur waarin het sneeuwt en waarin ook sneeuw valt (ten opzichte van sneeuw die omhoog vliegt of zoiets). Een cultuur waar hier, daar of ergens anders een hond door de straat loopt. Een dusdanige vergelijking met het Duits, Frans of Engels zou redelijk spaak lopen omdat die talen tenslotte ook vergeven zijn van eenzelfde soort ballast. Het regent in die talen als es regnetit’s raining, il pleut. Dat die regen valt en niet opstijgt is daar al duidelijk

Ik vind dit gewoon leuk om te doen. Of om het efficienter te zeggen: leuk te doen voor mij.