Clara s Ogen. Hoofdstuk 9, deel 2.

Clara's ogen

De telefoon ging. Ron stak zijn penseel tussen zijn tanden en beantwoordde de telefoon daardoor met een soort spraakgebrek.

“Hé, Ron, met Shelley. Wat ben je vandaag aan het doen? Ik heb vanmiddag vrij, als je wilt kunnen we er samen op uit.”

Ron legde het kleurenpalet aan de kant en de penseel ernaast zodat hij verstaanbaar was. “Dat klinkt leuk, zus.”

“Je klinkt weer superenthousiast,” lachte ze. “Ben je druk?”

“Schilderen,” verklaarde hij.

“Wat ben je aan het schilderen?” vroeg ze. “Ik dacht dat je naar huis was gekomen om niet te schilderen.”

“Niet wat maar wie. Ik ben een meisje aan het schilderen.”

Even was Shelley stil. “O god, je gaat me toch niet vertellen dat je in New York de vrouw van je dromen bent tegengekomen? Hoe ziet ze eruit? Schildert ze ook? Hoe heet ze? En wanneer kan ik haar eens ontmoeten?”

Haar stroom van vragen ging nog een tijdje door. Ron kreeg geen tijd om antwoord te geven. Dat was prima want wat zou hij moeten antwoorden?

“Nee, weet je wat, vertel me maar niets over haar. Maak haar schilderij klaar en dan kijk ik als ik er ben. Ik kom zo snel mogelijk en dan moet je me alles over haar vertellen. Sneller schilderen, broertje, want ik wil mijn toekomstige schoonzus zien!”

Met een zucht beëindigde Ron het gesprek. “Net wat ik nodig had,” zei hij tegen zichzelf terwijl hij weer naar het doek keek. Hij zat er vlakbij. De omtrek van haar gezicht stond er al, met fijne potloodlijnen, en hij was net bezig om haar gezicht wat basiskleur te geven. Rond haar ogen was het gezicht al aardig gelukt en ook haar neus begon vorm te krijgen. Om haar mond zat ook al wat kleur. Het was een precisieklus.

Het verbaasde hem een beetje dat hij haar ogen nogal hoog op het doek had gezet, maar nu kwam dat wel goed uit. Zo had hij de ruimte om Clara veel verder uit te werken. Ron pakte het palet op en werkte nog een tijdje aan haar gezicht. Toen hij daarover tevreden was pakte hij weer een potlood en begon hij de details van haar haren in te vullen.

Na een aantal pogingen, die hij telkens weer uitveegde, schudde hij zijn hoofd. “Dit klopt niet,” mopperde hij, en stapte terug van het doek. De omtrek was goed maar er miste iets, en hij kreeg nu niet te pakken wat dat was. Hij besloot dat zo voorlopig te laten en bekeek haar gezicht. Ja, dat ging echt de goede kant op.

Ron genoot even van de ver-weg-uitdrukking die haar ogen hadden, alsof ze naar iets uitkeek, en tegelijk vond hij dat hij Clara’s lichtelijk naïeve kant ook goed had geraakt. Het korte haar stond haar goed, en wat er verder nog met het doek ging gebeuren liet hij even aan de willekeur van een potlood over. Iets met een zomerjurk, besloot dat potlood. Het idee was goed, maar de uitwerking had nog wel het nodige aan aandacht nodig.

Hij was nog steeds druk bezig toen Shelley arriveerde. Hij was zo gefocust op zijn werk dat hij haar niet eens hoorde binnenkomen. Pas toen de deur flink hard dicht knalde draaide hij zich om.

“Hé, schildertje.”

“Hé, zustertje.” Hij grinnikte.

Shelley liep om de ezel heen. “Jeetje, Ron! Dat is een knap ding dat je gevangen hebt! Hoe heet ze?”

“Clara.” Verdomme, dacht hij daarna meteen. “Maar ze is niet echt. Ik heb haar bedacht en getekend.”

“Wat?” Shelley was heel wat gewend van haar broer maar dit ging wel erg ver. “Heb je teveel bier gehad? Dat moet wel. Je geeft een gezicht op een doek toch geen naam?”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.