Clara’s ogen, laatste deel van hoofdstuk 12.

Clara's ogen

De reis naar ‘kantoor’ ging vlot en al snel vond hij Jess, die hem naar het kantoor van meneer Bligh bracht.

Meneer Bligh was een typisch kantoormens, dacht Ron, met het grote verschil dat de man een schreeuwend, oranje jasje droeg dat hem ook nog van geen kant paste. Ron wist met moeite een commentaar binnen te houden. Dit was een belangrijk man voor hem, dus moest hij het lelijke jasje maar even verdragen. Voor de rest was meneer Bligh niets bijzonders.

“Meneer Brook. Komt u binnen.”

“Brooks,” zei Ron terwijl hij ging zitten.

“Wat?”

“Brooks. Mijn achternaam is Brooks, niet Brook.”

“O, juist. Ik snap het. Eens kijken…” De man ging achter zijn enorme bureau zitten. Daardoor leek hij eigenlijk best klein. Ron kreeg een idee om hier eens een overdreven versie van te schilderen. Meneer Bligh bladerde door wat papieren en keek wat spul na op zijn computerscherm.

“Een momentje nog,” zei de man na een tijdje. “Het contract is hier. Ik heb het…” Hij viel stil, en Ron kon enkel raden wat hij had. “Pas nog…” ging meneer Bligh verder.

“Gezien?” Ron kon het niet laten.

“Wat? O, ja, dat. Precies.” De man rammelde op het toetsenbord. Een printer begon te leven en spuugde zes pagina’s met tekst uit. “Hier. Ik wist het.” Meneer Bligh las vluchtig de papieren na. “Hier is uw contract, meneer Brook.”

“Brooks.”

“Brooks?” De man in het oranje jasje keek verbaasd. “Weet u dat zeker? Hier staat overal Brook.”

“Ik ben honderd procent zeker. Het was al Brooks voordat mijn vader was geboren.”

“Juist ja…” De man rammelde weer op het toetsenbord en even later waren er zes nieuwe pagina’s. “Uw contract, meneer Brooks.” Hij sprak de ‘s’ met nadruk, bijna trots uit.

De eerste twee pagina’s werden precies doorgenomen. Volgens de contractenman waren die twee het belangrijkste deel. Ron zou voor een riant salaris gaan werken onder de vlag van Ostring Art Association. De afspraak was dat hij één schilderij per maand zou maken, tenzij hij een speciale opdracht kreeg. Dan was de termijn bespreekbaar. Zulke speciale opdrachten zouden altijd in het kantoorgebouw worden uitgevoerd, met een maximum van drie opeenvolgende dagen per week. Dat om de concentratie niet te hoog op te laten lopen.

“Weet u wat voor speciale opdrachten dat zijn?” Ron wilde dat wel graag weten.

Meneer Bligh knikte. “Herinnert u zich nog de opdrachten in de stijl van de oude meesters? Dat is wat er zal worden gevraagd. De meeste zullen in het gebied liggen waar u het beste in was.”

“Aha, nou snap ik het,” zei Ron. “Dat is wat de klanten op verzoek vragen.”

“Dat klopt, meneer Brook, dat klopt helemaal. De rest van het contract is vrij standaard. Als u het wilt doorlezen en dan ondertekenen. Beide kopieën…”

Ron onderdrukte een zucht en begon de kleine letters te lezen. Het was echt allemaal standaard, droog en voorspelbaar. Na zes alinea’s sloeg hij de bladzij gewoon om. Dit was niet wat hij wilde doen, en de man in het oranje had toch al gelijk. De juridische termen zwommen voor zijn ogen maar hij vocht zich zo goed mogelijk door de tekst heen.

Hij had de ziektekostenvergoeding gezien, de vakantiedagen, de betaling en ook de verplichtingen van zijn kant. Heel fijn was dat hij per maand op kon zeggen. Als hij dat deed zou hij die maand niet betaald krijgen. Ostring Art kon ook het contract beëindigen. In dat geval zou hij de lopende maand nog wel betaald krijgen. Dat klonk prima.

Er was ook een deel over het appartement en de huur die hij daarvoor moest betalen. Het bedrag was een lachertje.

Zijn schilderijen zouden op kantoor en op diverse andere lokaties worden tentoongesteld. Bij een verkoop zou de opbrengst door twee worden gedeeld, de helft voor Ron, de andere voor Ostring. Dat bovenop een salaris klonk prima.

“Hebt u nog vragen, meneer Brook?” Meneer Bligh leerde dat niet af. Hij hield een fraaie pen klaar voor Ron. “Als niet, dan het verzoek om de contracten te tekenen, en de pagina’s te paraferen.”

Ron vroeg zich af of hij Shelley nog moest bellen, maar dat zou wel bizar zijn. Dit zat zo goed in elkaar. De eerste maanden waren prima geweest, en als dat zo bleef dan kon hem niets gebeuren. Hij pakte de pen aan en zette de handtekeningen en parafen.

Meneer Bligh controleerde alles, gaf toen een versie aan Ron en stak zijn hand uit. “Welkom aan boord van Ostring Art, meneer Brook.”

“Het is fijn om bij de bemanning te horen, kapitein Bligh,” zei Ron in een poging de man terug te pakken voor de verkeerde naam. De man met het lelijke jasje leek het niet te merken.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.