Clara’s ogen. Deel 2

Zoals al aangekondigd, elke zondag een stukje van het verhaal over Clara’s ogen. Hier is het volgende deel uit hoofdstuk 1…

Clara's ogen

Na de rit trakteerde hij zichzelf op een biertje en smeet zichzelf daarna in zijn hangmat. Die hing officieel gedeeltelijk in de tuin van de buren maar die vonden dat geen punt als hun zoontje de hangmat ook af en toe mocht gebruiken. Op die manier was dat prettig geregeld.

Terwijl hij daar zo tussen de bomen hing, dacht hij na over zijn leven en de toekomst. Op een of andere manier moest er iets gebeuren, want het kleine plaatsje Midlothian in Virginia waar hij nu woonde zou hem nooit de grote doorbraak opleveren waar hij op hoopte. Daarvoor zou hij naar de grote steden moeten, met de grote mensen en de grote galerijen. Plaatsen als Los Angeles, of New York. Of Miami. New York zou het helemaal zijn, wist hij, maar hij wist ook dat daar al veel te veel berooide artiesten rondliepen die met prutsbaantjes hun bestaan bij elkaar moesten schrapen.

Misschien, zo fantaseerde hij, moest hij naar Frankrijk, waar zijn idool Vincent van Gogh had gewoond. Werken aan schilderijen op het platteland, mooie doeken maken en dan doorbreken in Parijs. Dat klonk geweldig. Oké, hij zou dan wel Frans moeten leren, maar dat leek hem niet zo’n probleem. Hij dagdroomde een tijdje over de agenten die hem zouden bekogelen met uitnodigingen om naar New York te komen, voor een grote expositie in een beroemde galerij, zoals Hauser&Wirth of zelfs de Gagosian Gallery. Dat was wel wat anders dan de kleine tentoonstelling die hij hier in Midlothian eens had gehouden, in een gemeenschapshuis.

Ron merkte pas dat hij in slaap was gevallen toen zus Shelley een straal water in zijn nek spoot uit de fles die ze bij zich had. Van de schrik viel hij bijna uit zijn hangmat.

“Jezus, Shell, moet dat?!”

Shelley klapte dubbel van het lachen. “Mij maakt het niet uit. Jij ligt bijna op de grond, ik niet!”

Ron krabbelde overeind uit de hangmat. “En bedankt hè…” Hij wreef even over zijn gezicht om echt wakker te worden. “Wat brengt jou hier? Ben je je sleutels weer kwijt?”

“Sleutels? Hoezo?” Shelley keek verwonderd, al was ze alom bekend dat niet alleen haar sleutels vaak ergens neerlegde en ze niet meer kon vinden.

“Daarvoor kwam je de laatste drie keer hier, weet je nog?” Hij knipoogde. “Kan ik iets voor je inschenken?” Hij pakte zijn bierblikje. Halfvol en warm.

“Graag!”

Eenmaal binnen dook Ron de koelkast in.

“Is dat Johns zus?” vroeg zijn zus.

“Ja, klopt. Herken je haar?” Dat was positief. “Wat wil je drinken? Cola? Sinas? Bier?”

“Cola! Lekker!”

“Dat…. is jammer.” Ron keek naar de lege fles die hij uit de koelkast had gepakt. Hoe was dat gebeurd? “De Cola is op. Sinas dus?” Dat was prima, vond Shelley, die hem daarna vertelde dat ze was gekomen om hem aan de verjaardag van hun moeder te herinneren.

“Dank je, maar daar had je niet voor hoeven komen, zus. Da’s volgende week zondag,” zei hij, vol vertrouwen.

“Ja, daarom dus. Mam is overmorgen jarig.”

Ron keek even verbaasd. “Je had ook een SMS-je kunnen sturen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *