Clara’s Ogen. Deel 7

Clara's ogen

Met het gesprek achter de rug pakte Ron het blad papier op en keek naar de ogen. Of was het in de ogen? Hoe had hij deze ogen voor elkaar gekregen? Ze moesten groter, wist hij, op een goed canvas, en misschien zou hij er ooit eens een echt gezicht omheen tekenen. Maar die ogen waren nu het belangrijkste.

Hij vond een nieuw doek, zette zijn ezel op en toen begon hij aan het moeilijke werk om de ogen zo perfect mogelijk opnieuw te creëren. Het kostte hem het merendeel van de ochtend om de ogen perfect na te maken. Ze waren nog niet eens ingekleurd maar dat maakte niet uit. Ze stonden er en ze keken naar hem.

Daarna moest hij zich snel omkleden. De middag was volgepland. Hij zou bij iemand het gras gaan maaien, ergens moest een zwembad worden schoongemaakt en daarna zou hij bij de plaatselijke school gaan helpen. Verschillende lokalen waren toe aan een nieuwe laag verf. Hij vond al die dingen leuk om te doen, zeker de school, want de muur van een van de lokalen moest met allerlei afbeeldingen worden versierd. En daar was hij goed in.

~~~

Het was avond. Ron zat lekker buiten, na een verfrissende douche. De ezel met het doek met de twee ogen stond naast hem. Hij bestuurde die ogen; het was alsof hij in iemands ogen keek. Onzin natuurlijk; het waren enkel lijnen op canvas. Hij zou ze makkelijk uit kunnen vegen en er een huis op kunnen schilderen. Maar dat zou niet gebeuren. Dat wist hij. Er was iets met die ogen dat hem diep van binnen raakte, en dat verwarde hem.

“Hoe zou de mens achter die ogen heten,” vroeg hij zichzelf af. De ogen waren beslist vrouwelijk, dus moest het een vrouwennaam zijn. “Alexis.” Nee, dat klopte niet. Alexis klonk voor hem naar een wild iemand en dit waren geen wilde ogen. “Wilma? Ben je misschien een Wilma?” Die naam klopte ook niet.

Bij zijn derde biertje was hij bijna door zijn arsenaal aan vrouwennamen heen maar de ogen waren nog steeds gehuld in anonimiteit. “Je bent een… Betty. Nee, die had ik al gehad. Carla?” Dat voelde eigenlijk wel goed maar niet precies goed. “Wacht. Ik heb het. Clara.” Terwijl hij de naam uitsprak voelde hij een rilling over zijn rug. Die ogen hoorden bij Clara. Daar zou hij een weddenschap op afsluiten. Hij wist toen ook de kleur van die ogen. Grijs-blauw. En dat zouden ze morgen worden, met goed licht.

“Je hebt mooie ogen, Clara,” zei hij. Ron glimlachte.

De rest van de avond keek hij naar Clara’s ogen, terwijl hij er een gezicht omheen dacht en zich afvroeg welke kleur haar ze zou hebben.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *