Clara´s Ogen. Het laatste stukje Hoofdstuk 9.

Clara's ogen

Zoals altijd was het etentje bij zijn ouders een vrolijke en smakelijke aangelegenheid. Shelley had geholpen in de keuken, omdat hun moeder ook de jongste niet meer was. Mevrouw Brooks wilde dat nog steeds niet geloven, maar ze was toch altijd blij met wat hulp.

Na het eten zat iedereen na te genieten in de huiskamer, de meesten met een glas wijn, Ron met een biertje. Ron vertelde honderduit over het vreemde welkom in New York, hoe hij tot het contract was gekomen en over het appartement waar hij nu woonde. Hij liet ook wat foto’s zien die hij met zijn telefoon had gemaakt. Shelley was wederom onder de indruk dat hij nog steeds scheve en slechte foto’s maakte, maar moest toegeven dat New York er, ook schots en scheef, indrukwekkend uitzag.

“En je weet zeker dat geen van de schilderessen daar een goede match voor je zijn?” vroeg ze nog eens.

“Heel zeker. Laura is erg leuk maar ze is een zigeunerin. Ik heb geen idee hoe vaak zij per week in haar eigen bed slaapt,” zei Ron. “En Cornelia… die vertrouwt helemaal niemand.” Hij herhaalde het commentaar van Marcus, dat Ron niemand moest vertrouwen die door Cornelia werd vertrouwd. “En de anderen… nee. Niet voor mij.”

“Ron, je bent gewoon te kieskeurig,” zei zijn moeder terwijl ze de hand van haar echtgenoot even vastpakte. “Net als je vader, en die vond ook iemand.”

“Ik wil gewoon een schoonzus,” zei Shelley met een grijns op haar gezicht. “Ik blijf erbij dat hij ergens een schatje verstopt heeft. Hij is haar aan het schilderen, wisten jullie dat?”

Door die opmerking zei Rons moeder dat hij maar eens moest opschieten en die juffrouw eens mee moest brengen, waarna Ron uitlegde dat hij enkel maar een meisje aan het schilderen was dat hij zelf bedacht had.

“Geloof mij maar,” zei Shelley, “hij heeft best een goede smaak. Als ze echt was zouden jullie haar heel leuk vinden.” Ze keek naar haar broer. “Zeker dat je haar niet stiekem ergens hebt gezien?”

Ron schudde zijn hoofd. “Zeker weten. Dat zou ik me herinneren.” De gedachte aan Clara liet hem glimlachen, en dat was weer koren op Shelley’s molen om hem nog even langer te plagen. Iedereen moest erom lachen.

Het was knap laat geworden. Ron en Shelley stonden bij hun auto’s.

“Moet je morgen alweer weg,” zei zijn zus wat spijtig.

“Ja. Een paar dagen is een paar dagen.”

Shelley zei dat ze hem op tijd op zou halen en naar de bus zou brengen. “En niet te lang wachten voor je weer een keer hierheen komt, lange.”

Ron beloofde dat.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.