Clara´s ogen. Hoofdstuk 10, deel 1.

Clara's ogen

10. Felicity

“Hallo Ron,” zei Clara toen hij in bed lag.

“Hé, Clara.” Daar was de glimlach weer. “Hoe is het met je?” Ze bleef stil. Ze kon het hem dus weer niet vertellen. Dat intrigeerde hem. “Shelley vindt je ook leuk,” zei hij daarop. “Zij is mijn zus.”

“Dat is leuk.” Haar reactie klonk wat koel. Misschien wist ze niet wat een zus was, bedacht Ron.

“Morgen neem ik je mee terug naar New York. Je schilderij, bedoel ik dus. Ik ga echt mijn best doen om dat af te maken. Ik wil weten hoe je eruit ziet.” Diep in zijn hart wist hij dat al maar dat wilde hij eigenlijk nog niet weten. Op die manier bleef er nog iets mysterieus om Clara zweven.

“Dat vind ik fijn. Was het leuk vandaag?” Op een of andere manier voelde Ron iets meer diepte in haar stem, meer volume. Alsof ze beter leerde praten door al hun gesprekken.

“Ja, het was leuk. Dank je. Ik hoop dat jij je niet alleen hebt gevoeld.”

“Nee.”

Ron schudde zijn hoofd. “Er is zoveel aan jou dat ik niet begrijp, Clara.”

“Is dat echt zo?”

“Ja. Teveel dingen, misschien zelfs. Ik weet niet waar je bent. Ik heb geen idee hoe je hier terecht bent gekomen. Jij wel?”

“Ik weet het niet zeker, Ron. Jij bent de eerste met wie ik praat. En ik weet ook niet hoe ik hier terecht ben gekomen.”

“En je hebt geen idee waar je bent. Dat is ook zo’n puzzel.” Hij probeerde zich voor te stellen hoe het was om ergens te zijn zonder te weten waar dat was. Of wat het was. Want ze had nog nooit kunnen uitleggen hoe haar omgeving eruit zag, behalve ‘donker’.

“Ja. Jij moet nu gaan slapen, Ron,” zei ze.

“Dat klopt.” Hij zuchtte even.

“Is er iets mis, Ron?”

Rons wangen gloeiden in het donker toen hij toegaf dat hij haar het liefst in zijn armen wilde hebben en dan in slaap vallen. “Dat gebeurt niet vaak, Clara, maar jij doet iets met me dat ik niet kan verklaren.” En niet kwijt wil, dacht hij erachteraan. En weer voelde hij die vreemde sensatie terwijl ze glimlachte.

“Slaap lekker, Ron.”

“Goedenacht, Clara…”

~~~

De volgende dag ging veel te snel voorbij. Ron was druk met dingen bij elkaar zoeken en in tassen stoppen, en hij pakte Clara’s Ogen heel goed in. Veel te snel stond Shelley aan de deur om hem op te halen, zodat hij hun ouders nog even kon zien voor ze hem naar de stad en het busstation bracht.

Eenmaal daar gaf hij zijn zus een enorme knuffel en vroeg wat hij haar schuldig was voor de benzine, maar dat wuifde ze weg. “Zorg maar dat je veilig aankomt, en bel even als je er bent,” zei ze. Hij beloofde dat te doen.

De bus was behoorlijk vol deze reis, dus moest Ron een paar toeren uithalen om goed te kunnen zitten en het doek niet te beschadigen. De chauffeur had aangeboden om het in de bagageruimte te stoppen maar daar wilde Ron niets van weten.

Het was een vermoeiend eerste deel van de reis. Daarna kwam de stoel naast hem vrij en kon hij het schilderij en een tas naast zich kwijt in plaats van bovenop hem.

Tegen de tijd dat hij in zijn appartement aankwam was hij doodmoe. Vooral in het begin had hij doodsangsten uitgestaan dat Clara’s Ogen zouden worden beschadigd. Hij was het gaan zien als meer dan een schilderij. Het was, op een vreemde manier, de personificatie van de vrouw met wie hij, in zijn hoofd, al die gesprekken had. Na een telefoontje naar zijn zus pakte hij het snel uit en zette hij het doek op de kleine bank. Hij ging er tegenover zitten en bekeek de ogen, en de omtrek van het gezicht.

“Ben ik nou officieel gek aan het worden?” vroeg hij. Er kwam geen antwoord, dus het was waarschijnlijk niet zo erg. En niemand had Vincent van Gogh verteld dat hij gek was, dus dat was extra bemoedigend. Wat was het voordeel van de twijfel toch een geweldig iets.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.