Clara’s Ogen. Hoofdstuk 10, deel 2.

Clara's ogen

Eenmaal weer ‘thuis’ zat Ron alweer snel in de dagelijkse routine en dat werd een wekelijkse routine. Hij werkte aan de schilderijen voor zijn expositie, soms samen met Laura die al bijna klaar was met haar collectie. Barbara van kantoor belde af en toe om te horen hoe het ging. Ron was zo bezig met zijn werk dat hij constant vergat om zich daar even te melden. Hij waardeerde die persoonlijke aandacht wel.

Er was een nieuw lid van de schildersgemeenschap gearriveerd; een jonge vrouw genaamd Felicity. Tussen Ron en haar ontwikkelde zich snel een hechte vriendschap, maar hij bleef met Clara praten, wiens gezicht steeds meer vorm kreeg gedurende de momenten die hij reserveerde om aan haar portret te werken.

Op een dag kondigde Laura aan dat ze klaar was voor haar expositie. Alle andere schilders waren blij voor haar, en op de grote dag had zowat iedereen tijd gemaakt om bij haar grote moment te zijn. Iedereen was netjes gekleed, en de expositie werd gehouden in een kleine maar erg nette galerij in een rustig deel van New York. Meneer Ostring en Jess waren er, net als Barbara. Dat was een verrassing voor Ron; hij had haar eigenlijk nog nooit gezien.

De hele expositie was een groot succes. Laura’s werk was niet altijd wat Ron mooi vond, maar dat was een van de bijzondere dingen aan hun vak: je kon alle kanten op en er waren altijd wel mensen enthousiast over iets wat je had gemaakt.

Aan het eind van de avond was er een kleine receptie, in besloten kring. De schilders waren er, meneer Ostring en Jess, en een aantal mensen die Ron niet kende. Vol trots liet Laura daarna weten dat vier mensen al een bod hadden uitgebracht op een aantal van haar werken. Daar kreeg ze een staande ovatie voor, want vier geïnteresseerden was best veel.

Vanaf dat moment kreeg de tijd voor Ron vleugels. Hij had nog maar een paar weken om zijn laatste twee schilderijen te maken. Een als een opdracht om iets in de stijl van Marc Chagall te maken, en de laatste voor zijn eigen expositie. Hij was daar zo druk mee dat hij amper tijd had om iets aan Clara’s beeltenis te doen. Hij was blij dat haar gezicht zo goed als klaar was, en de haarlijn was ook klaar; een vlotte korte coupe.

De gesprekken met Clara waren een vast onderdeel van de avonden geworden, en soms ook van de ochtenden. Het feit dat ze er ‘s morgens niet altijd was maakte de verbinding met haar stem bijzonder. Zo werd dat geen vaste prik, want routines waren gevaarlijk.

Na een dag hard werken aan de Chagall-improvisatie, die nu af was, trakteerde Ron zichzelf op een biertje. Hij was erg tevreden over hoe het werk uit de verf was gekomen, en hij grijnsde om zijn woordgrapje. Het was echt goed geworden, tot zijn eigen verbazing. Alle andere opdrachten, behalve de twee in de stijl van Van Gogh, waren allemaal aardig gelukt, maar deze en de Van Goghs waren echt goed geworden. Meneer Ostring had Ron zelfs opgebeld nadat hij de Van Gogh-reproducties had gezien.

“Je bent moe, Ron,” zei Clara. Ze was er onmiddellijk nadat hij zijn ogen even dicht had gemaakt. Het voelde voor hem alsof haar gezicht heel dicht bij het zijne was, en meteen zag hij een paar details die hij misschien nog kon verbeteren.

“Ben ik ook, Clara. Dit was een uitputtingsslag maar wel de moeite waard. Morgen kan ik het even wat kalmer aan doen. Ik heb alleen nog het laatste doek voor mijn tentoonstelling, en dat is bijna klaar, dus de druk is wel van de ketel af.” Hij genoot van de sensatie van haar glimlach die hij nu ook kon zien. Haar glimlach was meestal amper te merken, maar hij kende haar gezicht inmiddels zo goed dat hij elke kleine beweging opving.

“Je zou kunnen gaan wandelen,” stelde Clara voor. “Ik heb gezien dat wandelen goed is voor je.”

Ron knikte. “Misschien moet ik dat doen. Ik blijf nog even zitten. Even tot rust komen. En met jou praten.”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.