Clara’s ogen. Hoofdstuk 10, deel 4.

Clara's ogen

Ze likte wat ijs van haar vingers. “Natuurlijk. Zolang je het niet erg vindt dat ik een smeerboel maak van mezelf…”

“Hoor jij wel eens stemmen?”

Felicity keek hem vragend aan. “Ja, natuurlijk. Ik hoor die van jou nu, tenzij ik me vergis.”

Ron voelde zich wat opgelaten. “Nee, niet zo. Ik bedoel meer stemmen in je hoofd. Alsof je ze aan de telefoon hebt, maar dan zonder telefoon.” Hij wilde bijna dat hij hier niet over begonnen was.

Felicity keek hem weer aan, terwijl het ijs op haar jeans droop. “Je bent serieus, hè?” Toen hij knikte zei ze: “Soms praat ik tegen mezelf, in mijn hoofd. En je wilt niet weten wat ik dan soms zeg. 18+ komt dan niet eens in de buurt.” Ze knipoogde.

“O ja, die ken ik,” bekende Ron. “Maar ik heb de laatste tijd het gevoel alsof ik tegen iemand in een schilderij praat.”

Haar wenkbrauwen schoten omhoog. “Dat is een nieuwe voor me. Ik heb van schrijvers gehoord die met de personages praten die ze beschrijven… Misschien heb jij onderdrukte schrijversgevoelens en ben je per ongeluk in het verkeerde vak terecht gekomen.”

Ron was opgelucht dat ze hem toch serieus nam. In elk geval een heel eind.

“Ik zou me geen zorgen maken, Ronnie,” zei ze, terwijl ze hem met een door het gesmolten ijs plakkerige hand op de knie klopte. “Zolang je je nog bewust bent van wat de echte wereld is en wat niet, en zolang je af en toe een praatje maakt met mij, dan zit je wel goed. O shit.” Toen pas merkte Felicity het ijs-patroon op haar broek. “Ik heb mijn dag weer… Hier, kun jij dit even vasthouden?” Ron wilde het restant van haar ijsje aanpakken, maar het ding was zo glibberig dat het uit haar hand viel en op zijn been landde. “O god, nee, Ron, sorry!”

Ondanks de plakkerige kou op zijn been schoot Ron in de lach. Een paar mensen in de buurt keken op, om te zien of ze iets spannends misten. Hij veegde het spul zo goed mogelijk weg en begon weer te lachen. Felicity probeerde ook de vlekken weg te krijgen en begon met hem mee te lachen. Het was ook te komisch!

“Volgende keer moeten we naar het kleinere parkje gaan,” vond Ron. Toen Felicity vroeg waarom, verteld hij over de eendenvijver. “Als we dan weer zo’n troep maken, lopen we gewoon de vijver in om het eruit te weken.”

Weer schoten ze allebei in de lach, nu om dat rare idee. Felicity zei dat de eenden dat misschien niet eens zo leuk zouden vinden.

Omdat ze nu wel erg plakkerig waren, besloten ze om maar terug te gaan naar huis en daar iets anders aan te doen.

“Bedankt voor de leuke wandeling, Ron,” zei Felicity toen ze de lift uitstapte. “Ik had dat even nodig.”

“Ik ook,” zei Ron. “En ik zal daar steeds aan denken als ik deze broek aantrek.”

Ze gaf hem een snelle, korte knuffel. “Tot bij het eten, Ron.” Toen ging de liftdeur dicht en was ze, terwijl hij nog een etage omhoog ging.

Toen hij zijn appartement binnenkwam waren Clara’s ogen het eerste dat hij zag. Hij had het schilderij op de ezel laten staan. Onmiddellijk voelde hij zich schuldig, alsof hij haar op een of andere manier ontrouw was geweest door met Felicity te gaan wandelen.

“Dit wordt echt te gek voor woorden,” zei hij tegen zichzelf terwijl hij de plakkerige broek uittrok en die in de wasmand gooide. Toen hij weer iets schoons aanhad ging hij bij Clara zitten en keek hij in haar ogen. “Te gek voor woorden misschien, maar wel de moeite waard,” besloot hij.

“Wat is de moeite waard, Ron?” vroeg Clara. Dat verraste hem. Het gebeurde niet vaak dat ze met hem praatte terwijl hij zijn ogen wijd open had. Ron vertelde haar over de wandeling met Felicity en hoe hij zich voelde toen hij haar afbeelding weer had gezien. “Daar hoef je je toch niet slecht over te voelen, Ron? Zij is daar, en ik ben hier. Je kunt toch bevriend zijn met mij en met haar?” Op die manier klonk het zo eenvoudig.

Ron knikte, al kon zij dat niet zien. “Dat is zo. En het was leuk om te gaan wandelen, maar ik zou liever met jou gaan wandelen.”

“Dat is lief van je, Ron, maar ik kan niet met je meegaan. Felicity wel.” Haar logica deed hem denken aan Seven of Nine, het personage van Star Trek Voyager.

“Dat klopt, maar ik vind het toch jammer.”

“Het is zoals het is, Ron. Ik ben al heel blij dat we kunnen praten, en dat ik kan zien hoe jij me ziet.”

Hij glimlachte. “Het is nog licht genoeg. We zullen eens kijken of ik nog wat meer aan je schilderij kan werken zodat je nog echter wordt.”

Vol overgave stortte hij zich op het doek, en als Ross niet op de deur had geklopt zou hij het avondeten vergeten zijn.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.