Clara’s Ogen. Hoofdstuk 11, deel 1.

Clara's ogen

11. De grote dag komt

Het telefoontje van Barbara kwam als een schok verpakt als een verrassing. “Hallo Ron, hoe is het? Ik heb geweldig nieuws voor je. Wat vind je van volgende week zondag?”

Ron fronste. “Dat klinkt echt naar zo’n dag tussen zaterdag en maandag.”

“Precies, Ron! En dan hebben we je tentoonstelling gepland!”

“O. Ehm, wat? O!” Het nieuws drong met vertraging tot hem door. “Je meent het!” Hij verkeerde meteen in een hoerastemming, terwijl een sliertje twijfel erdoorheen kroop. Hij had zijn laatste werk klaar, dat wel, maar hij was niet zeker of hij er zelf klaar voor was.

“Iedereen is blij voor je, Ron,” schetterde Barbara, “en een van de partners, meneer Burns, heeft al aangekondigd dat hij een van je doeken wil kopen.”

De telefoon viel bijna uit zijn handen. “Geen geintje?” Het was geen geintje.

“Dat is supergeweldig, Barbara! Maar wat moet ik nu allemaal gaan doen?”

“Geen zorgen, grote schilder. Morgen komt er een auto om je op te halen. Dan breng je je laatste werk mee. Wij zorgen dat het netjes ingelijst wordt, en dan is er ook iemand die je een knap pak aanmeet.”

“Pak?” Ron werd meteen zenuwachtig. Hij was geen vriend van knappe pakken.

“Beslist, Ron. Je moet er pico bello uitzien. Dat deed Laura toch ook bij haar tentoonstelling? En maak je geen zorgen, je hebt alle inspraak bij de keuze, maar je moet er wel goed uitzien.”

~~~

De volgende dag kreeg Barbara helemaal gelijk. Harvey kwam hem ophalen, met de enorme auto, en nadat ze zijn schilderij ‘op kantoor’ hadden afgegeven werd hij naar een grote, bekende kledingwinkel gebracht. Daar bracht hij een groot deel van de ochtend door, maar toen zijn tentoonstellingsoutfit eenmaal bij elkaar was, voelde hij zich perfect op zijn gemak in die kleding. Het had niets weg van de stijve pakken die hij zo haatte.

Hij bekeek zich nog eens in de spiegel. De donkerrode broek en het rode vest maakten het bijna witte, zijden hemd bijna lichtgevend. Hij kreeg ook nieuwe schoenen, maar een sjaaltje wuifde hij weg. “Er zijn genoeg kunstenaars die zoiets doen, maar ik heb liever niets om mijn nek waaraan ik kan worden opgehangen,” was zijn reden hiervoor.

Hij vroeg de dame die hem hielp om een foto te maken. Die kon hij dan naar Shelley en zijn ouders sturen. Dat was uiteraard helemaal geen probleem.

Met zijn nieuwe spullen zat hij in het restaurant van de kledingwinkel en stuurde een berichtje naar Harvey dat hij klaar was. Daarna stuurde hij de foto rond en belde zijn ouders, om ze te vertellen over de tentoonstelling. Ze waren verbaasd dat het zo snel al zou gebeuren maar ze waren ook heel blij voor hem. Zijn moeder zei dat ze het meteen door zou geven aan Shelley, en dat kwam goed uit want Harvey wandelde net naar binnen.

Die avond vertelde Ron het nieuws ook aan zijn medeschilders, die allemaal heel enthousiast reageerden. Zelfs Cornelia, die normaal gesproken heel erg op zichzelf was, wenste hem veel succes.

Marcus, degene die het langst bij Ostring Art werkte, gaf Ron een klap op de schouder. “Goed gedaan, jongen. Zo’n tentoonstelling betekent dat je iets te bieden hebt. Er zijn genoeg mensen die komen en weer gaan zonder dat ze iets speciaal neer hebben kunnen zetten, dus welkom bij de club.”

Iedereen die aan tafel zat beloofde naar de expositie te komen, en degenen die er vanavond niet bij waren zouden worden gewaarschuwd. Op die manier zou er altijd genoeg transport zijn op Rons grote dag.

In de dagen dat die grote dag dichterbij kwam werd Ron steeds nerveuzer. Clara voelde dat aan en slaagde er regelmatig in om hem weer kalm te krijgen. Ron was verbaasd over het effect dat zij en hun gesprekken op hem hadden.

Hij belde zijn ouders en zijn zus nog eens, om over de tentoonstelling te praten. Ze waren allemaal heel blij voor hem en zouden er graag bij zijn, maar het was toch even te duur om met z’n allen te komen vliegen, en zijn ouders waren te oud om die zes uur in een bus te zitten, en nog eens zes uur terug. Ron besloot Barbara te bellen en zijn dilemma uit te leggen.

“Ron, lieverd, goed dat je hierover belt. Natuurlijk moet je familie erbij zijn. Als jij een deel van de vliegtickets betaald, laten we zeggen de helft, dan betalen wij de rest en dan zorgen wij ook dat ze in een fatsoenlijk hotel kunnen overnachten. En uiteraard regelen wij dan het vervoer naar en van de galerij.”

Ron was helemaal ondersteboven van al die gulheid. Hij bedankte haar en belde meteen weer naar zijn ouders, die net zo ondersteboven waren. Zijn moeder zei dat ze dat goede nieuws ook meteen aan Shelley zou laten weten.

Shelley hing vijf minuten later al aan de telefoon om haar broer te bedenken. “Je bent helemaal te gek, Ron! Hoe heb je dat voor elkaar gekregen? Heb je een wit voetje bij de grote baas of zo?”

Ron schoot in de lach. “Ik ken Barbara, dat blijkt genoeg te zijn,” zei hij.

“Ahhhh. dus je hebt toch een belangrijke vriendin,” grapte Shelley. “Lijkt ze een beetje op je Clara?”

Nu moest Ron lachen en daarna kletsten ze nog een beetje tot Shelley weer aan het werk moest.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.