Clara’s Ogen. Hoofdstuk 11, deel 2.

Clara's ogen

De grote, belangrijke zondag kwam sneller aanstormen dan Ron had verwacht, en hoe dichterbij die dag kwam, hoe minder hij zich klaar voelde voor het evenement.

Op de vrijdag ervoor kwamen Marcus, Felicity en Ross even bij hem op visite.

“Er is niks met je aan de hand, Ron,” verzekerde Marcus hem. “Je bent opgewonden en onzeker, en zo hoort het ook. Dit is nogal een groot moment in je carrière, dus als je je heel rustig zou voelen dan zou er iets mis zijn met je.”

“Niet teveel drinken op de dag” zei Felicity toen. “Je moet een heldere geest hebben als mensen je vragen beginnen te stellen.

Ron knikte en zei dat hij hoopte dat hij geen toespraak hoefde te houden. Marcus verzekerde hem dat dat niet nodig was. Laura had dat tenslotte ook niet gedaan, en hijzelf, lang geleden, ook niet. “Meneer Ostring of een van de partners doen het praten. Jij bent de kunstenaar. Jij hoeft alleen maar duidelijke antwoorden te geven als mensen vragen stellen over je werk.”

“Dat gaat wel lukken. Ik denk wel dat ik het fijn zou vinden als er iemand van jullie in de buurt is waar ik me aan vast kan houden.” Ron was nerveuzer dan hij had gedacht, en tegen deze mensen durfde hij dat toe te geven.

Felicity meldde zich meteen voor die ‘opdracht’. “Als je wilt doe ik zelfs een jurk aan.”

“Een jurk? Jij?” Ron had haar nog nooit in iets anders gezien dan spijkerbroeken en t-shirts.

“Hé, oppassen jij,” mopperde ze gemaakt terwijl ze opstond. “Is het je wel eens opgevallen dat ik een vrouw ben?”

Met erg rode wangen gaf Ron toe dat hem dat wel degelijk vaak genoeg was opgevallen. “En als jij mijn steun en toeverlaat wilt zijn, die dag, dan zou ik dat geweldig vinden.”

“Wat zijn we toch een stel, hè?” zei Marcus lachend. “Als we onbekend zijn dan willen we in het voetlicht staan, en als iemand het voetlicht komt monteren dan doen we het allemaal in onze broek. Geloof me, ik had dat ook, al die jaren geleden. Er waren maar weinig mensen hier die daar geen last van hadden.”

Het vrolijke gepraat deed Ron goed, en toen zijn schildervrienden hun eigen woningen weer opzochten voelde hij zich opgelucht.

“Je hebt aardige vrienden, Ron,” zei Clara toen hij in bed lag. Ron had gemerkt dat het voor haar steeds makkelijker werd om zijn omgeving op te vangen, en ook de mensen die om hem heen waren. “Felicity is aardig. Ik denk dat ze je heel erg zal helpen.”

“Dat denk ik ook,” zei Ron. Hij grinnikte weer om Felicity’s reactie over de jurk. “Ik vind het wel jammer dat ik niet veel tijd heb gehad om aan jouw schilderij te werken, Clara.”

“Dat is niet erg, Ron. Het is al erg mooi aan het worden. Jij ziet me alsof ik mooier ben dan ik… denk dat ik ben.”

Hij pikte haar aarzeling op. “Na de tentoonstelling heb ik weer tijd. Dan zorg ik dat je schilderij afkomt, Clara. Beloofd.”

“Ik weet dat je het af zult maken, Ron. Je hoeft je niet te haasten. Ik vind het fijn dat je tijd met me doorbrengt op deze manier.”

“Ik ook. Het is fijn om met je te praten, Clara.”

“Daar ben ik blij om…”

Uiteindelijk viel Ron in slaap. De volgende dag moest hij naar het vliegveld van Newark om zijn family op te halen, en om ze naar het hotel te brengen dat Barbara voor hen had geregeld.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.