Clara’s Ogen. Hoofdstuk 11, deel 3.

Clara's ogen

Het was nog een hele puzzel met bussen, de trein en een taxi, maar Ron kwam netjes op tijd aan op het vliegveld. De vlucht van zijn familie zou over een half uur arriveren, dus had hij nog ruimte voor een kop koffie. Daar was hij snel mee klaar, en veel te vroeg stond hij bij de aankomstpoort te wachten.

De vlucht was netjes op tijd en niet veel later kon Ron zijn ouders en zijn zus een knuffel geven. “Welkom in de grote stad,” zei hij.

Zijn ouders waren opgewonden om hier weer te zijn. Het was meer dan twintig jaar geleden dat ze New York hadden bezocht, en Shelley was hier nog nooit geweest.

De volgende uitdaging was het vinden van de bagage, maar ook dat ging opvallend snel. Daarna doken ze met z’n allen de wondere wereld van openbaar vervoer in, om uiteindelijk bij het hotel aan te komen.

Ron keek op van de luxe uitstraling. Barbara had niet op een paar centen gekeken, dat was duidelijk, en dat vond hij geweldig. Nadat ze de koffers hadden weggebracht gingen ze de rest van de dag op ‘expeditie’ in de stad en sloten de dag af met een gezellig etentje.

Na het eten bracht hij zijn familie netjes naar het hotel en nam afscheid van ze. “Fijne avond nog, allemaal. We komen jullie net na de middag ophalen,” zei hij. “De galerij gaat om drie uur open maar we gaan eerst met z’n allen lunchen. Dan kunnen jullie mijn medeschilders leren kennen.”

Zijn ouders en ook zijn zus vonden dat een heel leuk idee, en zeiden dat ze er nu al naar uit keken. Na nog een knuffel van iedereen verliet hij het hotel en liep hij naar de ingang van de metro die hem rap naar huis bracht. Onderweg dacht hij weer aan de tentoonstelling. Was dat echt morgen? Hij kon het bijna niet geloven. De tijd was voorbij gevlogen.

Toen hij thuis kwam, wachtte hem een verrassing in de vorm van Felicity, die op een keukenstoel voor zijn deur een boek zat te lezen. Toen hij de lift uitkwam keek ze op. “Hé, reiziger.”

“Hé, schildervrouwtje,” zei hij met een grinnik. “Wat is er loos? Mag je niet naar binnen van je huis?”

“Niets aan de hand. Ik wilde enkel zeker zijn dat alles oké is met je,” zei ze terwijl ze hem even omarmde. “Ik heb beloofd dat ik je zou steunen, en die taak neem ik heel serieus. Hoe ging het met je familie?”

“Prima, dank je,” zei hij terwijl hij de deur openmaakte en haar binnenliet. Ze gingen op de bank zitten en kletsten een tijdje.

“Ze gaan je werk geweldig vinden, Ron, geloof dat maar van mij. Ze spenderen echt geen geld aan een tentoonstelling als ze er geen brood in zien. Dat zei Marcus ook al, weet je nog?” Toen, tot zijn grote verbazing, drukte ze een korte kus op zijn wang. “Dat is voor wat extra geluk morgen.” Felicity stond op en ried hem aan een biertje te pakken en wat te ontspannen. “En dan zie ik je morgen. Bij de lunch. Truste, Ron!”

“Welterusten, Felicity. En… dank je.”

“Tuurlijk. Graag gedaan, schildertje.” En weg was ze.

Ron grijnsde en ging het voorgeschreven bier halen. Hij liep terug naar de bank toen hij Clara’s stem hoorde.

“Ik ben blij dat je hier bent, Ron.”

“Ik ook, Clara. Het is fijn om je weer te horen.”

“Je was lang weg, Ron.” Het klonk niet als een verwijt, enkel als een constatering.

“Klopt. Mijn familie ophalen duurde langer dan ik dacht. En ik heb de dag met hen doorgebracht.”

Even was Clara stil. “Ik heb het gemist om met je te praten.” Ze klonk onzeker, alsof ze moeite had om dit te zeggen.

Ron was even uit het veld geslagen. “Ik vind dat hartstikke jammer, Clara. Ik heb wel vaak aan je gedacht vandaag. En een paar keer gedacht hoe het zou zijn als je er vandaag bij zou zijn geweest.” Hij voelde haar glimlach toen ze zei dat ze dat wist. Dat ze het had gevoeld.

Ron keek naar het schilderij op de ezel. Daar was Clara, maar veel van haar was nog verborgen in onzichtbare schaduwen. Even leek het alsof ze uit het doek kon stappen en bij hem in de kamer kon staan. In zijn verbeelding deed ze dat ook een paar keer.

“Ron?”

“Ja?”

“Wat ben je aan het doen?”

“Sorry, Clara. Mijn gedachten dwaalden af. Ik verbeeldde me dat je hier was.”

“Ik ben hier, Ron.”

“Dat weet ik… maar ik bedoel echt. Fysiek. Als een mens.” He zuchtte. “Dat zou gaaf zijn.”

Clara viel weer stil. Het was duidelijk dat dit ook een moeilijk onderwerp voor haar was. “Misschien moet je gaan slapen, Ron. Ik ben bij je als je slaapt,” zei ze uiteindelijk.

Ron knikte. Hij dronk zijn biertje op en maakte aanstalten om naar bed te gaan.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.