Clara’s Ogen. Hoofdstuk 11, deel 5.

Clara's ogen

Op weg naar het hotel waar Rons familie wachtte vroeg Felicity een paar dingen over hen, zodat ze geen totale vreemden tegenover zich zou krijgen. Ron grinnikte en vertelde dat hij eigenlijk een beetje een vreemdeling was, vergeleken met zijn familie.

Harvey parkeerde de grote auto in een zijstraat en belde even iemand. “Ik heb de receptie gewaarschuwd, meneer Brooks. Iemand komt uw familie straks brengen. Deze straat is een stuk rustiger,” legde hij uit.

Ron en Felicity stapten uit om op de familie te wachten. Harvey hield de wacht bij een open autodeur.

De dame van het hotel leverde Rons familie keurig af bij de limousine. Terwijl ze aan kwamen lopen, zag Ron dat zijn moeder haar handen over haar mond sloeg van verbazing. Zijn vader leek ook erg onder de indruk te zijn van het vertoon.

Shelley stormde vooruit en sloeg haar armen om hem heen. “Broertje! Wat zie je er mooi uit!”

“Hé, pas een beetje op mijn pak, zo meteen zit ik helemaal in de kreuk!” Ron was zowaar geschrokken van haar stormachtige begroeting. Toen kuste hij zijn moeder op de wang en omhelsde hij zijn vader. “Familie, dit is Felicity, die vandaag mijn steun en toeverlaat is. Felicity, dit is mijn familie.” Nadat de kennismaking achter de rug was, stapte iedereen in de enorme auto en werden ze naar de galerij gebracht waar een uitgebreide lunch op hen wachtte. De andere schilders waren er al en die zaten al te eten en te praten.

Net als bij Laura, dacht Ron, en glimlachte even.

Rons familie was even verbaasd om zoveel artistiek talent bij elkaar te zien, maar ze waren er al snel achter dat het ook maar gewone mensen waren, ondanks hun nogal opvallende kleding. Gewone mensen met een enorme eetlust. Dat dan weer wel.

“Ron? Is die meneer Ostring hier ook?”

“Nee, pa, dit zijn allemaal schilders. Meneer Ostring komt later. Als we naar de hal gaan waar mijn werk hangt.” Toen hij die woorden uitsprak voelde Ron even een koude hand om zijn hart. Dit was echt de dag van de waarheid. De tentoonstelling waar hij maanden naartoe had gewerkt.

“Oké. Goed om te weten. Ik zal dat ook even tegen je moeder en je zusje zeggen.” Toen boog zijn vader zich naar Ron toe. “En zoon, houd dat vrouwtje goed vast. Ze is heel aardig, ze ziet er leuk uit, en als ze kan koken zou dat nog beter zijn.” Toen liep de man weg.

“Ehm…”

“Is er iets?” vroeg Felicity

“Ehm. Nee. Kom, eten we ook wat.”

Ron merkte dat zijn zenuwen sterker waren dan zijn eetlust. Hij deed zijn best maar hij had heel wat minder trek dan hij had gedacht. Toen Marcus voorbij kwam met de mededeling dat er al een aardig aantal belangstellenden was, werd Rons eetlust tot nul gereduceerd.

“Ik krijg geen hap meer door mijn keel,” bekende hij.

“Geen probleem,” zei Marcus, die prompt Rons bord weghaalde en het leeg begon te eten.

“Meneer, u is een varken,” reageerde Ron.

“Een van mijn vele talenten, en ik ben blij dat ik ermee van dienst kan zijn, meneer,” zei Marcus met een buiging. “Jammer dat je geen suiker in je koffie hebt, anders zou ik je daar ook meteen vanaf helpen.”

Marcus wandelde weg met het bord. Cornelia kwam op Ron af, bukte zich even en fluisterde: “Veel succes” in zijn oor. Dat was alles wat hij de rest van de dag van de vrouw zag of hoorde, maar het was nou eenmaal een traditie dat iedereen aanwezig was. Zelfs Cornelia hield zich daaraan.

Toen kwam het grote moment waarvoor iedereen gekomen was, en waar Ron nu het liefst op de vlucht zou slaan. Jess kwam de lunchruimte binnen en vroeg of iedereen mee wilde komen. De schilders wisten de weg en haastten zich naar de gastenruimte. Ron, zijn familie en Felicity werden naar de officiële ontvangstkamer gebracht waar ze de gasten zouden verwelkomen, het merendeel van hen kunstcritici.

Ron voelde zich iets meer op zijn gemak toen hij Charles Simmons zag, de man die zijn eerste werken ‘gekeurd’ had.

“Daar gaat-ie dan, Ron,” zei Felicity, die hem even in een hand kneep.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.