Clara’s Ogen. Hoofdstuk 12, deel 2.

Clara's ogen

Het duurde niet lang tot Jess terugkwam met een draagbare pinautomaat. Mevrouw Harris maakte vlot het bedrag over. Ron kreeg een kopie van het betalingsbewijs, en niet lang daarna kwam een man in uniform, de chauffeur, met een groot laken. Daar zou het schilderij voorzichtig in worden verpakt na de tentoonstelling. Gelukkig bleef het doek hangen tot iedereen weg was. Mevrouw Harris bedankte Ron en meneer Ostring en wandelde toen weg.

Meneer Ostring keek vergenoegd naar het papieren bewijs van de verkoop. Ron vond dat bijzonder, want zijn organisatie hield daar amper iets aan over. Drie procent, zo stond in het contract. “Dat ging erg goed, Ron,” zei de man. “Gefeliciteerd.”

Shelley kwam dichterbij en plukte het papier uit Rons vingers. “Jezus, Ron, is dit echt? Vijfendertighonderd dollar? Voor dat schilderij?”

“Daar lijkt het wel op, zus,” zei Ron. “Nou ja, het verkocht zichzelf eigenlijk. Ik hoefde er niet veel voor te doen.” Hij was zelf nog steeds verbaasd, want hij had niet verwacht vandaag iets te verkopen. Laura had er drie verkocht bij haar tentoonstelling, maar dat was uitzonderlijk volgens hem. “En ja, dit voelt heel onwerkelijk, Shelley.”

Niet veel later klonk een stem uit de omroepinstallatie die aankondigde dat de galerij over een paar minuten zou gaan sluiten. Ron wist wat er zou gaan gebeuren. Zijn schildervrienden zouden teruggaan naar hun appartementen. Zelf zou hij een korte evaluatie hebben met meneer Ostring en diens partners. Laura en Marcus hadden hem daar al op voorbereid.

De schilder en zijn ‘gevolg’ liepen naar de ontvangstkamer, waar meneer Ostring op hen wachtte, samen met Jess en Charles Simmons.

“Ah, Felicity. Dank je voor je aanwezigheid vandaag. Je kunt je nu wel bij de anderen voegen.” Het was een nette manier van de baas om haar weg te sturen. Felicity kneep even in Rons hand, nam afscheid van de familie en verliet de kamer. Iemand van de galerij haalde de familie toen op; die zouden ‘bezig worden gehouden’ gedurende de evaluatie.

Iedereen die nog over was nam plaats. Meneer Ostring kwam meteen ter zake. “Ron. Nogmaals gefeliciteerd. Dit ging echt erg goed. Er waren, zoals altijd, wat mensen met opmerkingen, maar dat is niets om bezorgd om te zijn. Je werk is heel goed ontvangen. Ik ben wat verbaasd dat er maar een werk is verkocht, ik had op twee of drie gehoopt, maar de waarde van dat ene stuk maakt dat ruimschoots goed. Het was boven verwachting zelfs, waarvoor mijn respect. Het toont dat je potentieel hebt, Ron.”

Ron probeerde iets te zeggen maar kreeg geen kans. Charles Simmons nam het gesprek meteen over. “Normaal gesproken zoeken we mensen die iets beter met de oude meesters overweg kunnen, Ron, maar we hebben het gevoel dat jouw werk toch een aanwinst zou zijn voor onze organisatie, dus willen we je een contract aanbieden.”

Het blok graniet dat in Rons maag was gaan groeien, smolt weg. De opmerking over de oude meesters vond hij nog steeds vreemd, maar dat was iets voor later. En als hij een contract kreeg en hij hoorde daar niets meer over, dan was het wat hem betrof ook prima. Ze vonden zijn werk goed en ze wilden hem houden. “Heel erg bedankt,” zei hij dus. “Ik ben blij dat het allemaal zo goed is gegaan. Hoe gaat het nu verder met dat contract?”

Charles knikte. “Daar kunnen we het morgen over hebben. Kom morgen naar het kantoor en dan praten we verder over de details. Je hoeft nu uiteraard nog niet te beslissen. Morgen praten we en dan kun je zien wat je wilt doen.” De kunstcriticus keek naar meneer Ostring, die knikte.

“Morgen praat je met meneer Bligh, Ron. He is de man van de contracten,” zei de baas van de organisatie. “Hij heeft op al je vragen een antwoord. Voor nu stel ik voor dat je met je familie het succes van vandaag gaat vieren.”

“Dat ga ik zeker doen. Ik heb nog wel een vraag…” Ron viste het betaalbewijs voor zijn schilderij uit zijn zak en legde het op tafel.

“Dat heb je verdiend, Ron,” zei Terrence Ostring. “Een goed teken.”

Jess gaf Ron daarna een kaartje. “Dit is het nummer van Harvey. Hij zal jullie naar een restaurant brengen, en daarna zorgen dat iedereen netjes thuis wordt gebracht. En je familie in het hotel, uiteraard.”

Ron bedankte iedereen en zocht toen zijn familie op. Harvey was in de buurt en stond meteen klaar om het groepje naar een restaurant te brengen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.