Clara’s Ogen. Hoofdstuk 12, deel 3.

Clara's ogen

De avond vloog voorbij. Shelley had uiteraard weer de nodige opmerkingen over een schoonzus waar het langzaamaan tijd voor werd, en ze vond Felicity een prima keus. Zijn ouders raakten niet uitgepraat over de expositie en de verkoop.

Toen Harvey hen bij het hotel afzette, beloofde Ron om hen weer op tijd op te halen om ze naar het vliegveld te brengen. Daarna zou hij wel contact opnemen met meneer Bligh, om de zaken rond het contract te bespreken.

“Hoe was uw dag, meneer Brooks?” vroeg Harvey toen ze op weg waren naar het appartement. “Ik begrijp het helemaal als u niets wilt zeggen. De meeste mensen zijn na zo’n dag helemaal op.”

“Dat klopt aardig,” zei Ron. “Ik had niet verwacht dat dit zoveel energie zou vreten…”

In stilte ging de rit verder. Ron bedankte Harvey voor al het rijden. De chauffeur wenste hem een goede nacht en vertrok. Ron liep naar de deur, pakte de lift en sleepte zich onderhand zijn woning binnen.

Hij trok iets comfortabels aan, pakte een biertje en ging op de bank zitten. Hij moest even de storm in zijn hoofd laten luwen. Al die ervaringen, mensen, vragen…

“Hallo, Ron. Je was erg druk vandaag.”

“Hé, Clara. Ja. Ik ben zelfs te moe om te slapen.”

“Ik was een paar keer bij je vandaag. Volgens mij heb je dat niet eens gemerkt.”

Ron voelde zich onmiddellijk schuldig. “Dat klopt. Sorry.”

“Dat hoef je niet te zeggen, Ron. Je was zo druk bezig, en zo opgewonden over alles.”

Ron glimlachte en praatte een beetje over de dag en zijn succesvolle verkoop. Hij was niet zeker dat ze het allemaal begreep, maar het was wel fijn om op deze manier nog eens op de dag terug te kijken. Het leek alsof er een spanning van hem afviel. Hij vertelde haar ook over zijn zus en haar pogingen om hem richting Felicity te krijgen. Clara vroeg of hij Felicity leuk vond.

“Ja, ze is wel leuk. Ze is grappig en vlot, maar dat is het dan ook. Ik denk niet dat ik verliefd op haar zou kunnen worden, want er is geen vonk.”

“Vonk? Wat voor vonk?”

Natuurlijk. Ze had geen idee van dat soort dingen. Ron probeerde het haar uit te leggen, maar stopte daar al snel mee. Hij was opeens moe, en alles wat hij zei leek haar te verwarren. Hij besloot naar bed te gaan. De volgende dag moest hij zijn familie wegbrengen en dan naar het kantoor en meneer Bligh.

~~~

Wakker worden was een hele klus voor Ron. Zijn paar uur slaap waren gevuld met vreemde beelden van Clara, Felicity en het verkochte schilderij. Hij voelde zich totaal niet als een mens maar hij deed zijn best om dat gevoel met koffie terug te krijgen. Het lukte grotendeels.

Hij merkte dat Clara zich stil hield terwijl hij zich aankleedde en op reis ging naar zijn familie. Die wilde hij netjes bij het vliegveld afzetten. Onderweg wist hij nog een beker koffie te bemachtigen, en dat zorgde ervoor dat hij toch redelijk wakker in het hotel arriveerde.

Shelley was daar al, en na een knuffel vertelde ze dat hun ouders snel genoeg beneden zouden zijn. De twee praatten over de voorgaande dag terwijl ze zaten te wachten.

“Daar is hij, onze kunstenaar,” zei Rons moeder toen ze met haar echtgenoot bij Ron en Shelley gingen zitten. “Wat een prachtige dag, hè, gisteren?” Zij waren er ook nog vol van. Omdat ze tijd genoeg hadden bleven ze nog even zitten om na te genieten van de tentoonstelling.

Eenmaal op weg ging alles goed. Ron had van tevoren alles uitgezocht, en met de notities in de hand ging de reis vlot en zonder problemen. Het ging zelfs zo vlot dat ze op het vliegveld ook tijd hadden om even ergens iets te drinken en nog wat te praten.

Eenmaal bij de gate zei Shelley dat ze binnenkort echt een berichtje van Ron verwachtte. “Een berichtjes waarin je laat weten wanneer de verloving met Felicity een feit is, grote broer.” Ze grijnsde. “Het is een leuke vrouw, slim, en ze past echt goed bij je, Ron.”

“Doe haar de groeten van ons, zoon,” zei zijn vader toen die Ron omhelsde. Zijn moeder kuste hem op de wangen en hoopte dat hij snel weer eens op visite zou komen. Toen moesten de drie verder, en Ron bleef kijken en zwaaien tot ze in de menigte verdwenen waren.

Pas toen hij had gezien dat het vliegtuig vertrokken was ging hij de strijd aan met het openbaar vervoer, in een poging bij het kantoor van Ostring Art te komen. Onderweg bleef hij aan de vorige dag denken, en een gevoel van eenzaamheid overviel hem, omdat zijn familie weer weg was. Hij merkte nu pas hoe belangrijk dat voor hem was. Hij moest echt snel weer eens op visite gaan.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.