Clara’s Ogen. Hoofdstuk 14, deel 1.

Clara's ogen

14. Buurverrassingen

Ron werd wakker. Hij voelde zich vreemd. Helemaal uitgerust, dat was het niet, maar het voelde alsof een deel van hem er niet helemaal bij was. Alsof een van zijn voeten weg was, maar dat was het probleem niet. Gelukkig werd dat vreemde gevoel door een opwekkende douche weggespoeld, terwijl hij met Clara praatte. Toen hij klaar was om met de bloem verder te gaan, werd er op de deur geklopt.

Het was Bob, die ook Ross werd genoemd.

“Hé, sorry dat ik je stoor, vriend, maar ik heb hulp nodig. Heb je even voor me?” De man met de wilde haardos keek zo verontschuldigend dat Ron hem onmogelijk weg kon sturen.

“Wat kan ik voor je doen?”

“Een handje helpen? Twee handjes als het kan?” Ross legde uit dat hij een makkelijke stoel had besteld en die stond nu beneden. “Ik krijg dat ding in mijn eentje onmogelijk de lift in.” Hij weer naar zijn bovenarm. “Zie je? Dat is niet van een sterke bodybuilder maar van een slappe schilder.”

Ron schoot in de lach en ging met hem mee om te helpen. Het lukte om de stoel de lift in te krijgen, maar de voordeur van Ross’ appartement had er geen zin in. De twee moesten de stoel kantelen en toen, met moeite, kregen ze het geval gedeeltelijk naar binnen.

“Waar heb je dat monster gevonden?” vroeg Ron, toen de stoel half binnen was.

“Op internet. Hij was goedkoop, en op het scherm leek hij een stuk kleiner,” zei Ross. Hij probeerde over de stoel naar binnen te klimmen. “Misschien was dit toch niet zo’n goed idee,” zuchtte hij, zittend op een leuning.

Ron keek nog eens goed. “Oké. Stoel terug, dan met de poten eerst naar binnen, een beetje draaien, dan de zitting en dan de rugleuning. Hoop ik.”

“Wacht even,” zei Ross. “Eerst binnen wat ruimte maken.” Toen hij dat gedaan had, probeerden ze het op de manier die Ron voorstelde, en zowaar, dat lukte.

“En waar moet-ie komen te staan?”

De stoel stond overal in de weg.

“Ehm.” Ross haalde zijn schouders op. “Ik laat hem hier voorlopig staan. Ik vind wel een plekje.” Hij klonk niet erg overtuigd. “Misschien was dit niet zo’n goed idee,” herhaalde hij zijn gevoelens.

Ron wenste de man veel succes. Het leek er niet op dat de stoel ergens zou passen, tenzij Ross een hoop spullen wegdeed.

“Dank je. O, voor je gaat…” Ross trok een kast open. Dat lukte maar net, met de monsterstoel die in de weg stond. “Hier. Voor jou.” Hij hield een tas omhoog. “Voor je hulp.”

Ron pakte de tas aan. “Man! Wat een hoop verf! En goede verf ook nog! Hoe kom je daaraan?”

Ross grijnsde. “Een beetje teveel besteld toen ik een beetje dronken was. Veel plezier ermee.”

“Er zitten mooie kleuren bij,” zei Clara, toen Ron in zijn eigen woning de inhoud van de tas inspecteerde. Hij was het met haar eens.

“Ik zal een van deze kleuren gebruiken voor jouw schilderij, Clara.” Hij borg de tas op en daarna was het tijd om aan de bloem verder te gaan.

~~~

De dagen die volgden, zweefden voorbij in een aangename routine. Clara en hij werkten aan schilderijen overdag en ontmoetten elkaar telkens bijna, elke nacht. Hij ging regelmatig met de schildersgroep uit eten ‘s avonds, en soms gingen ze naar het naburige stadje, voor de verandering.

Op een ochtend ging de telefoon. Het was Barbara. “Hallo, Ron. Hoe staat het leven?”

“Hier gaat alles goed, dank je. Ik heb zin in wat ik doe.”

“Dat is mooi,” zei Barbara. “Zou je vandaag naar kantoor kunnen komen? We hebben een aanvraag waar we jouw expertise voor nodig hebben.”

Ron fronste. “En wat voor expertisevraag is dat?”

Barbara legde uit dat een klant een specifieke wens had geuit, en volgens meneer Ostring was Ron de aangewezen persoon om die wens in vervulling te laten gaan. “Het werk zou hier in het gebouw moeten worden gemaakt. Denk je dat dat lukt?”

Ron keek naar het schilderij. De bloem was eigenlijk bijna klaar. Hij had gehoopt het vandaag af te krijgen. “Goed. Ik kom eraan. Met wat geluk ben ik er over een uurtje.”

“Geweldig, Ron. Meld je even bij Jess als je er bent. Zij zorgt ervoor dat je op de hoogte wordt gebracht.”

“Moet je gaan?” Clara’s stem klonk bezorgd toen Ron de telefoon neerlegde en begon met zijn penselen schoon te maken.

“Het lijkt er wel op. De man met het geld wil dat ik op kom draven,” zei hij, en vertelde haar wat Barbara had gezegd. Clara wenste hem veel succes terwijl hij zich omkleedde.

Hij pakte een jas en zijn sleutels, en verliet toen het gebouw.

De reis naar ‘kantoor’ was eenzaam en stil. Op een of andere manier konden Clara en hij niet ‘verbinden’ als hij ver weg was, en hij miste haar aanwezigheid al snel. Het maakte hem melancholiek op een manier die Vincent waarschijnlijk wel zou herkennen.

Toen hij in het gebouw aangekomen was ging hij op zoek naar Jess, die meteen opgetogen was. “Fijn dat je er al bent, Ron. Kom mee, we hebben echt iets bijzonders. Iets dat helemaal voor jou is, denken we.” Ze nam hem mee naar de lift. Die stopte op de bovenste etage, waar Ron nog nooit geweest was.

Ze stapten in een grote, helder verlichte ruimte met heel veel glas.

Er zaten drie mensen te werken aan grote ezels, die zo opgesteld waren dat ze optimaal van het binnenkomende licht gebruik konden maken. Er stonden nog zes van die opstellingen, en bij een stond een vergrote afbeelding van Vincent’s Sterrennacht. Jess stuurde Ron daarheen.

“Een van onze klanten heeft om een replica van dit schilderij gevraagd, Ron. En omdat jij zo’n Van Gogh-specialist bent, hopen we dat jij dit kunt doen.”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *