Clara’s Ogen. Hoofdstuk 16, deel 4.

Clara's ogen

Eenmaal uit de trein holde hij naar huis en klopte als een razende op de deur van Marcus' appartement.

"Ron, jongen! Kom binnen! Wat is er loos? Je ziet eruit alsof je een spook hebt gezien." Marcus liet hem binnen en duwde hem in een stoel. "Ik pak een biertje voor je. Dat heb je, denk ik, wel nodig."

Met het blikje bier in de hand vertelde Ron wat hij had gezien. De oudere schilder liet hem rustig uitpraten en knikte af en toe.

"Ik snap dat je hiervan geschrokken bent, en het is goed dat je meteen naar mij bent gekomen, jongen. Je zag hoe ze veiligheidsspul in de lijst zetten. De klanten vragen daarom. Ze betalen een hoop geld voor hun schilderijen en ze willen die houden. Meneer Ostring vertelde me dat ze daarom camera's en microfoons in de lijsten zetten, en nog meer van die handel, zodat ze een gestolen werk kunnen traceren. Dat gebeurt wel eens, weet je." Marcus knipoogde. "En dat zegt meteen wat van de kwaliteit van ons werk, toch?" Hij klopte Ron op de schouder. "Alles onder controle, Ron. Je hoeft je echt geen zorgen te maken."

"Maar een camera?" Ron vond het nog steeds vreemd.

"Dan kunnen ze meteen de dief filmen en later identificeren. Moderne techniek staat voor niets, Ron. Kijk maar naar de telefoon in je broekzak. Ook zo'n wonderding. Weet je, ik ben blij dat die techniek ons nog niet kan vervangen. Dan kunnen wij lekker blijven schilderen. Dus geen zorgen, Ronnie boy, geniet van je vrijheid en laat Ostring de beveiliging maar regelen."

Ron zuchtte. Dit klonk allemaal heel logisch. "Dank je, Marcus. Ik was echt even heel erg bezorgd."

"Dat was te zien, Ron." Marcus knikte. "Zorg nou maar eerst voor jezelf. Ga wat eten, want we hebben je vanavond gemist. En ontspan je een beetje."

"Ik was bezig met een Dali," verklaarde Ron zijn afwezigheid. "En ik schoot een beetje door." Het voorstel van Marcus was zeker goed. Hij had genoeg ingekocht dus een snelle hap maken was geen probleem.

Toen hij binnenkwam werd hij onmiddellijk begroet door Clara. Haar verwelkoming maakte meteen dat hij zich beter voelde. Terwijl hij wat te eten maakte vertelde hij haar van zijn werk aan de Dali, over de ontdekking en wat Marcus daarvan had gezegd. Toen hij dat eenmaal kwijt was kon hij het van zich afzetten, en na het eten ging hij rustig zitten. Het was te laat om nog iets aan haar schilderij te doen, maar hij kon naar haar kijken terwijl ze praatten.

"Je voelt al veel beter dan toen je binnenkwam, Ron," zei ze.

"Dat klopt." Ron verbaasde zich amper nog over hoe goed Clara hem aanvoelde.

"Je hoeft je geen zorgen te maken, zei Marcus," herhaalde ze, "en dat is goed." Toen voelde Ron dat ze zuchtte.

"Wat is er, Clara? Waarom die zucht?"

"Ik heb je gemist, Ron. Het was zo fijn toen je hier was." Ze klonk een beetje verlegen nu.

"Ik mis jou ook, schoonheid." Zijn ogen dwaalden weer naar haar gezicht op het doek. "Wat ben je toch een mooie vrouw." Hij meende dat, en niet alleen omdat hij haar gezicht gecreëerd had.

"Dank je. Ik vind jou een mooie man, Ron."

"Dat is alleen maar omdat je geen andere mannen kent," grinnikte hij.

"Zou je weer hierheen kunnen komen?" vroeg ze. "Net als gisteren? Dat zou me erg blij maken. Zeker als je me weer zou kussen."

Ron stond op en keek naar het schilderij. "Ik weet niet zeker hoe ik dat gisteren deed, Clara, maar laten we het eens proberen. We weten al dat het voor mij makkelijk genoeg is om weer hier terug te komen. Je hoeft me er enkel uit te smijten." Daar moesten ze allebei om lachen.

Ron legde het schilderij weer op tafel en deed de lamp aan, net als de dag ervoor. Nu moest hij alleen nog duizelig worden. Dat was gisteren ook zo. De kunst was enkel om een goede manier te vinden om die duizeligheid op te roepen.

"Ron! Wat ben je aan het doen?" Clara klonk verbaasd terwijl hij als een malle rondjes ging draaien.

"Mezelf duizelig maken. Gisteren was ik ook duizelig," antwoordde hij terwijl het leek te lukken. Hij stopte en greep bijna naast de tafel. Hij boog voorover, klaar om in het schilderij te vallen, maar dat gebeurde niet. "Da's raar… het werkt niet…" Er was dus nog iets anders dan gisteren. Gisteren zat het schilderij nog vol met vlekken en spatten, en dat wilde hij niet nog eens doen. Die klieders wegwerken was genoeg werk geweest.

"Misschien is dat het…" zei hij toen hardop.

"Misschien is wat het, Ron?"

Reacties