Clara’s Ogen. Hoofdstuk 17, deel 1.

Clara's ogen

17. Naar huis, naar Clara

De volgende dag was Ron vroeg in de stad. Hij wilde zoveel mogelijk voortgang boeken met de Dali als maar mogelijk was. Het schilderij zat vol met kleine details die veel aandacht vroegen en daar was hij snel moe van. Om dat te voorkomen ging hij regelmatig een stukje wandelen.

Telkens als de lift hem langs die bijzondere verdieping bracht, dacht hij weer aan het vreemde gebeuren dat hij daar had gezien. Misschien moest hij hier toch nog eens met iemand anders over praten. Misschien was het wel een idee om eens naar de politie te gaan met dit verhaal. Dat idee kieperde hij snel overboord. Stel dat er niets aan de hand was, en meneer Ostring of iemand anders van de organisatie kwam erachter, dan was zijn carrière hier acuut afgelopen.

Toen Ron bijna klaar was, die dag, kwam meneer Ostring zelf op de bovenste verdieping kijken en maakte een praatje met elke schilder die er bezig was. Ook met Ron.

“Goed werk, Ron. Echt, heel goed.”

Ron wist dat de man niet van Dali hield. “Dank u, meneer. Ik ben ook blij dat het lekker opschiet. Nog een paar dagen en het is af.”

“Uitstekend, Ron. Denk je dat maandag haalbaar is?”

“Als ik morgen en zondag terugkom, moet dat lukken.” Ron keek de bleke man aan. “Mag ik een vraag stellen?”

“Uiteraard, Ron.”

“Ik neem aan dat onze cliënten aardig betalen voor onze replica’s. Ik vroeg me af of die werken verzekerd worden of zoiets. Of dat ze bewakingsdingen hebben, zoals camera’s of iets dergelijks.”

Meneer Ostring fronste even. “Dat is een interessante vraag, Ron. Ja, de schilderijen brengen een aardig bedrag op. Ik weet van sommige afnemers dat ze voor die werken inderdaad beveiligingssystemen hebben laten aanleggen.”

Ron knikte. De man zei niets over camera’s in de lijsten. “Dat snap ik wel. Zeker als ze er een paar hebben. Ze zullen ze ook wel labelen, lijkt me.”

“Wij zorgen dat elk doek geïdentificeerd kan worden, door een merk en een nummer op de achterkant. En ze krijgen een certificaat van echtheid,” legde meneer Ostring uit. “Op die manier is elk doet te achterhalen. We adviseren ook iedereen om foto’s te maken van een doek als het opgehangen is. Mag ik vragen waarom je daar zo nieuwsgierig naar bent?”

Ron was daarop voorbereid. “In musea heb ik vaker beveiligingssystemen gezien, en omdat onze cliënten duidelijk ook van kunst houden vroeg ik me dat gewoon af. Voor het geval dat ik zelf eens een collectie ga aanleggen,” voegde hij er met een knipoog aan toe.

Zijn baas reageerde daar niet op. “Als je goed doorwerkt en deze kwaliteit blijft leveren, dan gaat dat beslist eens lukken, Ron. Je weet misschien dat sommige van onze beste schilders woningen in de stad hebben betrokken. Dat zegt genoeg.”

Ron knikte. Dat zei inderdaad genoeg, want je moest over een behoorlijk bedrag beschikken om hier te kunnen wonen. “Dank u, meneer Ostring,” zei hij, terwijl hij zijn borstels begon schoon te maken.

De baas was al weggelopen, maar kwam terug. “Ron. Als je de Dali zondag af krijgt, dan zit er een leuke bonus voor je aan vast.”

“Ik doe mijn best,” beloofde Ron, “maar ik maak het liever perfect dan snel.”

De lange man knikte en wandelde toen naar de volgende schilder.

Ron ruimde zijn spullen op en ging naar huis, samen met Ross die die dag ook ‘in de stad’ had gewerkt. De reis was traag, de treinen zaten vol en niet op tijd, dus was de wandeling aan het eind een verademing.

“Mijn Vermeer maakt me gek,” klaagde Ross. “Er is iets met die oorbel van ‘Het meisje met de parel’ dat ik maar niet goed krijg. Ik heb al vijf lagen verf weggehaald, geloof je dat?”

“Vijf? Dat is echt erg, Ross.”

De man met de grote haardos knikte. “Vertel me wat. O, jij bent de enige die me nog Ross noemt. Zou je me Bob willen noemen? Daar ben ik aan gewend.”

“Zeker, Ross. Ehm, Bob. Ik ga morgen terug voor de Dali. Als jij er dan ook bent kunnen we even samen naar die parel kijken. Is dat wat?”

“Dat zou geweldig zijn, Ron! Kan ik een biertje voor je kopen straks?”

“Als we gaan eten, reken maar.” Ron hoopte dat Clara zich geen zorgen om hem zou maken. De gedachte was er als vanzelf, realiseerde hij zich. Het verbaasde hem een beetje hoe verbonden hij zich voelde met de vrouw die hij zelf geschilderd had.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.