Clara’s Ogen. Hoofdstuk 17, deel 2.

Clara's ogen

De anderen van de schildersgroep waren al vertrokken toen ze in het appartementencomplex kwamen, dus gingen ze meteen door naar het restaurant. Aan het eind van een lange tafel waren nog twee stoelen vrij. Bijna iedereen had al gegeten en stond op het punt te vertrekken, maar een paar mensen bleven nog even plakken om met de laatkomers over hun projecten te praten.

Ron vertelde hen over de hint van de bonus die meneer Ostring had genoemd. “Gebeurt dat vaker?”

Laura knikte. “Zeker. Als er iets speciaals is, dan staan ze al snel met iets extra’s te wapperen.” Ze grijnsde. Het was duidelijk dat ze er al ervaring mee had. Bob, voorheen Ross, zorgde voor Rons pilsje, en na een snelle hap eten ging de rest van de groep ook naar huis.

~~~

“Hallo, Ron,” zei Clara toen hij binnenkwam.

“Hallo, lieve Clara.” Hij glimlachte en voelde een enorme aandrang om zijn armen om haar heen te slaan. “Ik heb heel wat aan je gedacht vandaag.” Dat was niet overdreven. Bijna elk moment dat hij niet had geschilderd, waren zijn gedachten bij haar geweest.

“Dat vind ik zo fijn, Ron. Ik heb aan jou gedacht. Heel vaak. Kun je naar me toekomen, Ron? Of ben je moe? Je was zo lang weg dat ik me een beetje zorgen maakte.” Haar stem was zacht en zorgzaam.

“Ik wil graag naar jou toekomen, lieverd,” zei Ron, terwijl hij al rondkeek naar wat verf die hij op zijn vingers kon smeren. Hij zorgde dat het de goede soort verf was, met dezelfde geur. Gelukkig had hij daar een hoop van liggen.

Ron legde haar schilderij op tafel, knipte de lamp aan en deed wat verf op zijn hand. Hij legde de tube weg en rook aan zijn vingers. Daarna leunde hij op tafel, om op het draaierige gevoel te wachten. Terwijl hij begon te vallen wist hij dat hij daar nooit aan zou wennen…

De vlekken schoten langs hem heen en daar was de hand die hij greep. Een moment later lag hij op zijn rug in Clara’s… wereld. Wereld, want een kamer was het niet echt.

Zij zat op haar knieën naast hem en hield zijn hand vast terwijl hij rechtop ging zitten.

“Dit is echt een rare manier om hierheen te komen,” zei hij met een knipoog.

Clara reageerde daar niet op. Ze omhelsde hem en kuste hem op de mond. Ze had zo’n haast dat ze over de vloer rolden. “Mijn Ron, mijn Ron,” zei ze, tussen de kussen door. “Ik ben zo blij dat je hier weer bent, dat ik je weer kan voelen.”

Ron lag op zijn rug met Clara bovenop hem. Haar haren hingen als een korte sluier om haar gezicht. Haar glimlach en haar ogen was alles wat hij op dat moment zag. “Had ik nog maar een paar extra armen, dan kon ik je vasthouden en tegelijk je gezicht strelen.”

Ze glimlachte weer. Toen bracht ze langzaam haar gezicht naar het zijne, tot haar wang op zijn lippen rustte. “Nu houd je me vast en streel je tegelijk mijn gezicht,” fluisterde ze. Toen draaide ze haar hoofd en kuste hem. Daarna vroeg ze: “Als je meer voor iemand voelt dan je kunt zeggen… is daar een woord voor, Ron? Ik bedoel dat het zo sterk is dat je elk moment bij die persoon wilt zijn.”

Ron knikte. “Als je dat echt voelt, dan houd je van die persoon.”

“Dan denk ik dat ik van jou houd, Ron.” Ze kuste hem weer. Toen ze haar hoofd optilde stonden er een paar tranen in haar ogen. “Ik houd van je, en dat maakt me bang, Ron.” Haar stem trilde, voor zover die nog te horen was.

Ron tilde een hand op en streelde haar haren. “Ik weet niet of het helpt, maar ik houd ook van jou, Clara. En ik ben ook een beetje bang.” Eerlijk gezegd was hij vreselijk bang voor het gevoel dat hij voor haar had, vooral vanwege wie ze was, maar dat wilde hij niet zeggen.

“Hoe maakt het jou bang, Ron?” vroeg ze. “Als jij het tegen mij zegt, dan probeer ik tegen jou te zeggen hoe het mij bang maakt.”

Ron keek in haar ogen, die nu een stuk donkerder leken. “Ik ben nooit in een echte relatie met iemand geweest. Er was nooit iemand die ik mijn grote liefde wilde of kon noemen. En opeens was jij daar, en ik krijg je niet uit mijn hoofd, al zou ik willen, en…” Hier moest hij even diep ademhalen. “En wat me nog de meeste angst aanjaagt is dat jij hier woont, en ik… daarbuiten.”

Clara knikte. “Dat is waar ik het bangst voor ben, Ron. Hoe kunnen we voor altijd bij elkaar zijn als we niet altijd bij elkaar kunnen zijn?” Ze verschoof een beetje en legde haar hoofd op zijn borst. “Ik ben bang, Ron. Bang dat jij op een dag niet meer hierheen kunt komen. Dat we elkaar niet meer vast kunnen houden zoals we nu doen.” Ze hield hem zo stevig vast als ze maar kon. “Ik wil je niet verliezen, Ron. Ik zou zonder jou niet kunnen leven, weet je dat?”

De schilder voelde overal het koude zweet. Het was waar. Zonder hem zou ze letterlijk geen leven hebben. Ze kwam uit zijn verbeelding, uit zijn creativiteit. Als hun verbinding nu verbroken zou worden, wat zou er dan met Clara gebeuren? De schrik sloeg hem om het hart en naar de keel, en hij had daar geen enkele verdediging tegen. “We moeten een manier vinden om bij elkaar te blijven, Clara. Dat we altijd samen kunnen zijn. Die moet er zijn.” Hij zag hoe Clara haar tranen probeerde weg te vegen, maar ze bleven komen.

“Maar jij kunt hier niet voor altijd blijven, Ron.”

“Dat weet ik, maar heb je al eens de andere kant op gedacht? Misschien kun je met me meegaan, naar mijn wereld.

De blik die in haar ogen kwam liet zijn hart bijna breken. “Daar heb ik ook aan gedacht, Ron, maar dat idee… maakt me misschien nog banger.” Ze gleed van hem af en stond op. Terwijl ze om zich heen wees, zei ze: “Dit is alles wat ik ken, Ron. Het is veilig hier. Jij hebt dit allemaal voor mij gemaakt. Ik weet niet wat daarbuiten is…”

Ron stond ook op en legde zachtjes zijn handen op haar wangen. “Dat is een onderdeel van het leven, Claralief. Een deel van opgroeien. Naar plaatsen gaan die je niet kent, en die leren kennen.”

“Maar ik weet niet of ik dat kan, Ron…”

“Ik ben toch ook hierheen gekomen? Ik wist ook niet of ik dat kon – nou ja, het gebeurde eigenlijk meer dan dat ik het wilde, maar is het niet fijn dat het lukte?” Zijn vingers werden vochtig van haar tranen.

Hij trok Clara tegen zich aan. “Komt allemaal goed, schatje,” zei hij fluisterend. “Niets aan de hand, maak je geen zorgen.”

Ze knikte tegen zijn schouder en klemde zich vast als een bang kind. Ron streelde haar haren en haar rug, en hij fluisterde opbeurende woordjes tot ze een beetje kalmeerde.

“We wachten hier gewoon mee, oké? Tot jij het gevoel hebt dat je er klaar voor bent. We hoeven hier geen haast mee te maken, Clara, en zolang ik verf heb kan ik hierheen komen. Zo vaak als we willen.”

“Ja…” Ze keek hem aan. “Dank je, Ron. Voor alles. Je hebt al zoveel voor me gedaan, en ik kan niets terugdoen voor je…” Clara beet op haar onderlip, iets wat hem opviel. Zo’n menselijk iets.

“Dat moet je niet zeggen, Clara.” Met een vinger tilde hij haar gezicht naar het zijne. “Jij helpt mij op meer manieren dan je kunt bedenken. Ik heb je ogen getekend, en geschilderd, maar daarna begon je met me te praten. Me te motiveren. En je liet me verliefd worden op je, jij mooie vrouw. Dat is niet niets, toch?” Met een duim veegde hij een paar verloren tranen weg en daarna kuste hij haar.

Toen Clara weer iets kon zeggen, bedankte ze hem weer. “En ik wil niet dat je gaat, Ron, maar je moet nu weer teruggaan. Je moet slapen, en ik denk dat slapen hier niet goed is voor je.”

Hij vroeg haar waarom ze dat dacht, maar daar had ze geen verklaring voor. Het was een gevoel, en hij moest daarnaar luisteren.

Ron knikte. Even zonder het waarom voelde hij aan dat hij op haar gevoel af moest gaan. “Beloof me dat je bij me bent als ik in bed lig.”

“Ik zal daar zeker zijn, Ron.” Ze trok zijn hoofd naar haar toe en kuste hem nog een keer. “En nu moet je gaan, voor ik je hier houd!”

Ron zag hoe ze zich omdraaide, om hem niet te zien vertrekken. “Ik houd van je, Clara,” zei hij, voor hij naar de vlekkerige muur rende en sprong.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.