Clara's Ogen. Hoofdstuk 18, deel 1.

18. Dali en de parel

Ron werd wakker. Clara was de hele nacht bij hem geweest, in zijn dromen. Warm, levend en echt. Het licht dat door de gordijnen drong herinnerde hem eraan dat hij een afspraak had met Bob, en dat de tijd van dromen ten einde was gekomen.

"Goedemorgen, lieve Ron," fluisterde Clara toen hij aan het ontbijten was.

"Goedemorgen, lieve Clara." Ron glimlachte. "Ik hoop dat je je niet verveeld hebt terwijl ik sliep."

"Nee, helemaal niet," zei ze. "Ik was bij je. Een tijdlang hield ik mijn ogen dicht, lag ik hier op de grond en dacht ik dat ik bij je was. Dat was fijn."

Hij vertelde haar over zijn dromen. "Je was overal, altijd, en dat was… meer dan fijn," zei Ron. Hij dronk het laatste beetje koffie op. "En nu moet ik jammer genoeg weg, mooie vrouw." Hij vond het moeilijk dat te zeggen.

"Ik weet het, Ron. Je hebt daarbuiten dingen te doen. Maar ik ben hier als je terugkomt."

Ron kon een glimlach niet tegenhouden. "En dan zijn we weer samen. Ik houd van je, Clara."

"En ik van jou, Ron."

De glimlach bleef zo lang op Rons gezicht plakken dat Bob hem zag. "Hé, Ron. Wat zie jij er blij uit. Mazzel gehad vannacht?"

"Dat wel, maar niet zoals jij denkt."

"O? Wil je erover praten?" Bob was niet opdringerig, enkel geïnteresseerd.

"Nee, nu niet, dank je."

De twee reisden naar de stad en al snel waren ze bezig op de bovenste verdieping. Er waren nooit veel mensen aanwezig op zaterdag, maar Ron was vastbesloten om de Dali dit weekend af te krijgen, en hij had ook beloofd om naar de parel van de Vermeer te kijken. Maar eerst ging hij zijn best doen op de Dali. Dit was uitzinnige en bijzondere kunst die veel aandacht verdiende.

De twee mannen spendeerden heel wat tijd aan de tijd van hun respectieve werken. In de loop van de ochtend kwamen er nog twee schilders binnen. Laura was een van hen, de ander een knaap genaamd Tim. Ron kende hem eigenlijk niet.

Bob verliet de open ruimte even en kwam terug met een grote pot koffie en een aantal bekers. "Even tijd voor ontspanning, lieden," kondigde hij aan.

Terwijl iedereen bij elkaar zat en iets vertelde over zichzelf, kreeg Ron het gevoel dat ze een beetje familie waren. Toen hij daar een opmerking over maakte, zeiden de anderen dat ze dat gevoel ook hadden.

"We hebben allemaal verf in ons bloed," zei Tim. Hij was iemand die bijna nooit met de anderen meeging om te eten. Het was best een aardige vent die amper iets zei, dus die opmerking wilde wat zeggen.

"Ik denk soms dat Verf een van mijn voornamen had moeten zijn," grapte Bob.

"Dan verander ik mijn achternaam in McVerf," zei Laura. "Mijn opa kwam uit Schotland."

Het ontspannen gebabbel was goed voor ieders gemoed en na de koffie en wat toiletbezoeken was iedereen weer fris om aan het werk te gaan. Ron liep met Bob mee om naar de oorbel te kijken waar de man zoveel moeite mee had.

Samen gooiden ze er een half uur tegenaan om de parel beter te krijgen, en na die tijd vroegen ze Laura om ook mee te kijken. Zoveel tijd op zo'n klein stukje canvas had hen beiden onzeker gemaakt.

Laura keurde de oorbel goed, maar had wel opmerkingen over de structuur in het gezicht van het meisje. "De barstjes zijn niet duidelijk genoeg, Bob. Die lijnen zijn net niet donker genoeg, en daar, bij haar neus, ben je ze helemaal vergeten."

"Verdorie." Bob zuchtte diep. "En ik was al bij dat ik daar vanaf zou zijn. Nou, bedankt hoor."

"Dit is een schilderij uit de late zeventiende eeuw, jongen, dat moet je eraan af kunnen zien." Ze klopte hem op de schouder. "Je kunt dit beter."

Bob knikte. "Weet ik. Met deze wil het gewoon niet. Misschien is het het licht… Als nog eens iemand tegen me zegt dat schilderen een koud kunstje is dan krijgt-ie een dikke penseel in zijn…"

"Ho, stop," zei Ron. "Dat is niet de mindset om aan dit soort detail te werken, Bob. Neem even een pauze. Ga wandelen of zo."

"Of lunchen," zei Tim vanachter zijn ezel. "Is het tijd voor."

"Goed plan, Tim. Wie gaat er allemaal mee?" Laura was meteen voor dat idee. Tim schudde zijn hoofd, maar wenste hen een prettige maaltijd.

De drie schildervrienden zochten het restaurant in het gebouw op maar dat bleek gesloten te zijn. Vanwege te weinig klandizie in het weekend, duidelijk. Ze vonden verderop in de straat een zaak die open was en waar ze van harte welkom waren.

Reacties