Clara’s Ogen, Hoofdstuk 18, deel 3.

Clara's ogen

Door al dit gedoe was zijn lust om te schilderen wel bedorven, merkte hij. Na een half uur zt hij nog steeds naar het schilderij te staren, terwijl hij het liefst naar huis wilde rennen en naar Clara’s vreemde wereld vluchten. Hij keek om zich heen. Tim was aan het werk maar leek er geen plezier in te hebben. Bob zat bijna met zijn neus in de Vermeer om de lijntjes goed te krijgen, en Laura, met een koptelefoon op, zat op haar kruk te swingen alsof er niets aan de hand was.

Met een zucht begon Ron zijn spullen op te ruimen. Deze middag werd niets meer, dat wist hij.

“Fijne middag nog, allemaal,” zei hij. “Morgen verder.”

De anderen vroegen hem wat er aan de hand was, maar hij kon dat niet echt uitleggen.

“Het lukt gewoon niet vandaag. Zoals ik al zei, morgen verder.”

“Oké, man. Goeie reis,” zei Bob. Laura zwaaide even, en Tim had de hele wereld buitengesloten.

Terwijl Ron in de trein en de bus naar huis zat, werd zijn verlangen om bij Clara te zijn steeds groter. Tegen de tijd dat hij bij het appartementencomplex was, was hij aan het joggen en hij wilde niet wachten op de lift. Hij nam de trap met twee treden tegelijk en kwam hijgend aan in de woonkamer. “Ik moet echt meer bewegen,” zei hij tegen zichzelf.

“Ron!” Clara’s stem galmde met zoveel blijdschap in zijn hoofd dat zijn vermoeidheid op slag verdween.

“Lieverd! Ik ben er weer!”

“Ja, ik weet het, maar ben je niet erg vroeg terug?” vroeg ze.

Ron wist niet precies hoe zij dat wist, maar negeerde dat. Hij vertelde haar wat er was gebeurd en smeerde wat verf op zijn vingers. “En dus ben ik nu hier en kom ik maar je toe, Clara.” Hij legde het schilderij op de tafel en leunde eroverheen. Toen rook hij aan de verf en was hij klaar voor de vreemde duik door de vlekkerige tunnel.

Toen hij de zachte vloer onder zich voelde, liet hij een zucht ontsnappen en toen hij zijn ogen opende, zag hij Clara naast hem zitten. Ze leunde over hem heen. Haar grote ogen keken hem strak aan terwijl haar lippen steeds dichter bij de zijne kwamen. Ron stak zijn armen uit en trok haar boven op hem. “Ik houd van je,” fluisterde hij, vlak voordat hun lippen elkaar raakten.

“Ik houd ook van jou, Ron,” antwoordde ze toen de kus heel even onderbroken werd.

Uiteindelijk rolde ze van hem af en, terwijl ze naast hem lag met zijn arm om haar heen, vertelde ze dat ze had gevoeld dat hij het gebouw binnen was gekomen. “Misschien was dat omdat je zoveel haast had, want anders voel ik je pas als je bij de deur bent.”

“Hmm, dat is interessant.” Ron wist dat ze de deur kon vinden, omdat ze die door zijn ogen had gezien. Hij kuste haar haren. “Ik vind je mooi.”

Clara keek hem aan en voor de eerste keer zag hij haar blozen. “Dank je.” Ze keken een tijdlang in elkaars ogen. Toen vroeg ze wat hij die dag gedaan had.

Ron vertelde haar over het schilderij waar hij aan bezig was, en hoe hij ruzie had met een paar details die maar niet goed wilden worden. “Als ik, net zoals bij jou, dat schilderij in kon gaan, dan zou het een stuk makkelijker zijn, denk ik. Het origineel is nogal klein van formaat, dus zijn de details van een van de klokken heel moeilijk te vangen.”

“Waarom ga je dan niet dat schilderij in?” vroeg Clara. Ze ging rechtop zitten en keek wat verbaasd.

“Wat?” Ron kwam ook overeind. “Omdat ik hierin kan komen – mijn eigen werk – betekent niet dat ik zomaar in elk willekeurig schilderij kan stappen, lieve Clara.”

Ze fronste, iets wat ze volgens hem nog nooit eerder had gedaan. “Jij bent niet van hier, Ron. Er is zoveel dat je niet weet.” Ze stond op en liep naar een van de muren. Die was van hetzelfde vreemde materiaal als de vloer. Clara tekende met haar vinger op de muur en daar verschenen lijnen. Ze draaide zich om naar hem. “Zie je Als je de afbeelding die je wilt bezoeken kunt tekenen, dan kun je daar ook binnengaan.”

Ron stond op en staarde naar de lijnen op de muur. “Je meent het, hè?”

“Ja, zeker. Ik meen het, Ron.” Clara veegde met haar open hand over de muur. De lijnen verdwenen waar ze die aanraakte. “Probeer het maar.”

Ron stond voor de muur en raakte die voorzichtig aan. Langzaam tekende hij een cirkel, veegde die uit en maakte daarna, heel grof, een afbeelding van de klok waar hij een probleem mee had. Alsof de muur wist wat hij bedoelde, verscheen de klok onder zijn hand. Ron draaide zich om en keek Clara aan, die stond te stralen. “Dit is geweldig! Alsof het zichzelf schildert!”

Met een brede glimlach op haar gezicht vroeg Clara hem om het hele schilderij te maken, want ze wilde het graag zien.

Rons handen vlogen over de muur; het schilderij van Dali verscheen net zo snel als hij het zich kon inbeelden.

“Denk eraan dat je hetzelfde verkeerd maakt als op dat andere schilderij,” waarschuwde Clara hem.

Hij knikte en wees naar het liggende klokje. Er liepen mieren over het klokje, en dat was zijn grootste probleem met dit schilderij. Die beestjes waren nu enkel vage kloddertjes. In recordtijd was de afbeelding compleet. Hij stapte achteruit en bekeek de bijzondere creatie. “Zo ziet het er nu uit.”

Clara pakte zijn hand. “En je weet wat je moet verbeteren, Ron?”

“Beslist. Ik weet het wel, maar ik krijg het niet goed.”

“Kom dan met me mee.” Ze stapte naar voren en trok hem mee. Terwijl ze de muur naderden leek het alsof het schilderij samenvloeide met de ruimte waar ze nu waren. De donkere vloer van de Dali spreidde zich uit onder hun voeten. Ron staarde ernaar, terwijl hij zich heel erg bewust was van Clara’s warme hand in de zijne.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *