Clara’s Ogen. Hoofdstuk 19, deel 3.

Clara's ogen

Een blik op de klok leerde hem dat het veel later was dan hij had verwacht. Ron wist niet precies hoe laat hij naar Clara was gegaan, maar hij had nu het idee dat er makkelijk drie uur verstreken waren, maar het voelde beslist niet zo lang. Het was wel veel langer dan hij er normaal gesproken zou zijn. Misschien kwam dat ook door het schilderij-hoppen.

Toen hij dat aan Clara vertelde, zei ze dat ze dat niet kon beamen. “Jammer, maar ik snap het wel. Het is voor ons allebei nieuw. Ik moet nu gaan eten met de anderen, lief. Ik kom zo snel mogelijk terug en dan praten we verder.”

“Dat is goed. Wees voorzichtig, Ron. Ik houd van je…”

De glimlach was niet van zijn gezicht te krijgen al had hij dat gewild. “En ik houd van jou, Clara.” Ron hees zich overeind. Hij miste nog de nodige stabiliteit maar het zou wel lukken. Hij leunde overal tegenaan op weg naar de lift. Bob, Lavinia en Cornelia stonden ook in de lift. Ze keken hem allemaal vragend aan. Cornelia schudde haar hoofd, maar toen hij vroeg waarom ze dat deed bleef ze stil. Van haar had hij niet anders verwacht.

Toen hij buiten kwam voelde Ron zich opleven. De frisse lucht deed hem goed, maar niet goed genoeg. Iedereen in de groep eters merkte dat er iets met hem aan de hand was. Veel van hen vroegen of hij in orde was, en sommigen boden hem zelfs een arm aan om op te leunen. Ron voelde zich bijzonder lullig maar hij nam een van de aangeboden armen toch maar aan. Hij hing een verhaal op over misschien iets verkeerd te hebben gegeten, of niet genoeg. Gelukkig knikten er een aantal en die zeiden dat ze precies wisten hoe dat in z’n werk ging als ze met iets fascinerends bezig waren. Cornelia zei niets. Die keek hem enkel nog eens aan, terwijl Ron zich afvroeg wat er door haar hoofd ging.

Eenmaal in het restaurant, met een bord goed eten voor zich, voelde Ron zich opknappen. De duizeligheid was helemaal verdwenen, waarschijnlijk op de vlucht gejaagd door het glas bier.

Na het eten stelde een aantal schilders voor om even te gaan stappen, maar Ron bedankte daarvoor. Hij was geen uitgaansmens, en hij wilde de volgende dag weer op tijd op de bovenste verdieping aan de slag. Gaan stappen zou hem ook weghouden van Clara, en dat kon gewoon niet. Alleen al het idee dat hij haar zo lang alleen zou laten liet zijn hart even krimpen van schrik.

“Je voelt zoveel beter!” Clara’s blije stem schetterde bijna door zijn hoofd. “Ik ben zo blij voor je, Ron.”

Ron plofte op de bank neer. “Ik ook, lieve schat. Ik heb je gemist, maar ik moest er echt even uit.”

“Dat voelde ik,” zei ze, “en je moet nu ook niet veel langer opblijven.”

“Ja, mam,” zei hij lachend. Toen schoot een gedachte door hem heen Hij hoopte dat Clara dat niet had opgevangen, maar die vlieger ging niet op. Het was bijna beangstigend hoe snel ze tegenwoordig iets van hem opving.

“Ik weet het niet, Ron,” zei ze. “Ik weet echt niet of ik ook zo zwak zou zijn als ik in jouw wereld zou zijn, zoals jij in de mijne bent.”

Hij zuchtte. “Ik maak me daar wel zorgen om, maar het goede aan deze kant is dat we niet zomaar in een ander schilderij stappen.”

Ze probeerden daar nog wat over te praten, maar het was allemaal theorie, omdat Clara nog steeds te bang was om uit haar schilderij te komen, samen met Ron. Dat zou gebeuren als zij zich veilig genoeg voelde.

Daarop besloot Ron dat het echt bedtijd was. Hij voelde nog steeds de effecten van die duizeligheid, en dat moest hij eruit slapen. Clara beloofde dat ze bij hem zou zijn tot hij in slaap zou vallen.

Toen Ron in bed lag probeerde hij zich voor te stellen hoe het zou zijn met Clara daar echt naast hem. Hij wist dat ze dat meteen opving, en dat was prima. Het was een eerlijke vraag. Het duurde wel even voor ze daarop reageerde.

“Ik denk dat het heel fijn zou zijn om bij jou in het bed te liggen, Ron. Is dat anders dan hier op de vloer?”

Hij moest daarom glimlachen. Natuurlijk wist ze het verschil niet. “Het is echt anders. Ten eerste is het heel comfortabel, al moet ik toegeven dat jouw vloer ook prettig aanvoelt.”

“En is er een tweede? Omdat je ten eerste zei?”

“Ja. Ten tweede zouden we geen kleren aanhebben.”

“O ja, dat zou inderdaad wel anders zijn.”

Hij voelde haar glimlach en ook een hint van nieuwsgierigheid van Clara komen. Op dat moment werden zijn oogleden heel zwaar, en hij vroeg zich af of zij daar iets mee te maken had.

“Slaap goed, lieve Ron.”

“Goedenacht, lieverd…”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *