Clara’s Ogen. Hoofdstuk 20, deel 1.

20. Tim

Voor Ron begon de dag met zonneschijn en het gevoel om helemaal fris te zijn. Terwijl hij met zijn ontbijt bezig was floot hij een liedje, terwijl Clara tevreden was met naar hem te luisteren.

Toen hij zover was dat hij kon vertrekken, tilde hij het schilderij van de ezel en kuste het voorzichtig. "Ik kom zo snel mogelijk terug. Als de Dali zo goed is geworden als ik denk, dan hoef ik er niet veel meer aan te doen."

"Ik wacht hier op je, Ron. Wees voorzichtig."

"Reken maar. Ik wil in een stuk terugkomen." Ron verliet zijn woning en liep naar de lift, waar hij Tim trof. "Hé, Tim. Ben je de weg kwijt? Jij woont toch een verdieping naar beneden?"

De jongeman schudde zijn hoofd. "Ik ga vandaag weer terug en ik hoorde dat jij ook weer op de bovenste verdieping zou werken, dus wachtte ik hier. Vind je het goed als we samen gaan?" Tim klonk bijna smekend.

"Natuurlijk. Kom, daar is de lift."

Het eerste deel van de reis was Tim zo stil als anders. Toen ze eenmaal in de stad waren en in de metro zaten, begon hij opeens over zijn leven te vertellen. Hij was opgegroeid in een slecht deel van Washington D.C. Zijn vader was door een onbekende doodgeschoten. Vijf jaar geleden was Tim daar vertrokken, zijn moeder en twee zussen achterlatend. "Zij wilden niet weg daar en ik kon er niet blijven. Ik heb wat gezworven en kwam toen hier uit. Ik begon weer te schilderen en iemand van de Ostring organisatie zag me bezig in het park. Daardoor kreeg ik hier de plek waar ik nog steeds woon."

"Dat is nogal wat, Tim. Weet je familie dat het je zo goed gaat?"

Hij knikte. "Ik heb hen geschreven. Nooit een antwoord gehad."

Intussen waren ze de metro uit en liepen naar het gebouw. Eenmaal binnen werden ze verwelkomd door de koude lucht van de airconditioning.

"Bah, veel te koud," mopperde Tim. "Dat is slecht voor de verf."

De lift bracht het tweetal vlug naar de bovenste verdieping, waar ze plaatsnamen achter hun ezels. Ron voelde zijn handen trillen van de opwinding, toen hij de beschermende doek van zijn Dali tilde. Hij zag de mieren op de klok.

Even moest hij gaan zitten, om zijn adem en hart onder controle te krijgen. Toen dat weer gewoon was pakte hij een vergrootglas en begon het schilderij te inspecteren, vooral de plekken waar hij met Clara had gelopen, en waar hij bezig was geweest. In het schilderij.

"Allemachtig…" mompelde hij. "We zijn daar echt bezig geweest, Clara. Ik weet niet hoe je dat geflikt hebt, maar ik ga je hiervoor zoenen tot je om adem smeekt." Ron pakte de afbeeldingen van het origineel erbij en vond nog een paar kleine details die aandacht vroegen. Die had hij zich in het schilderij niet kunnen herinneren. Die details waren nu heel snel aangepast.

Weer keek hij naar het schilderij, en dacht terug aan dat bijzondere moment dat ze ditzelfde schilderij binnen waren gegaan. Ongelofelijk. Daarna werkte hij aan de plekken in de verte. Die hadden nog wat extra schaduw nodig. Het ging zo snel dat hij voor de middag al klaar was.

Zelfs meneer Ostring zou hier enthousiast over zijn, al gaf hij geen klap om Dali. Daar was Ron zeker van. Hij maakte zijn spullen schoon en ging bij Tim kijken, die nog steeds zat te zwoegen op de Tuin van Monet. Op dat tempo zou hij over een jaar nog bezig zijn.

"Hé, zal ik je een beetje helpen?" vroeg Ron. "Jij pakt de linkerkant en ik de rechter?"

Tim keek Ron aan alsof hij in brand stond. "Zou je dat echt doen?"

"Anders zou ik het niet aanbieden, kerel. Ja of nee?"

"Graag!"

Een tijdlang werkten ze naast elkaar aan het schilderij. Ze stopten heel even voor een snelle lunch en waren daarna meteen weer volop bezig.

Tot Rons verbazing begon Tim even later weer te praten. "Ik heb wat rare dingen gehoord over deze tent."

"Echt?" Ron probeerde een bloembed af te krijgen.

"Ja. Dat ze illegaal spul doen behalve met die schilderijen."

"Zoals? Hé, is dit de goede kleur blauw?" Ron was niet helemaal zeker, omdat Tim hem eigenlijk in het licht stond.

"Da's prima, Ron," verzekerde Tim hem. "Ik hoorde dat ze mensen huren om spullen te stelen bij de mensen die deze schilderijen kopen."

Ron keek op. "En waar heb je dat gehoord?"

Tim haalde zijn schouders op. "Het roddelcircuit, waar anders? Hier, daar, overal." Voor Ron was dat eigenlijk geen antwoord, maar meer kon Tim niet zeggen. "Dat is niet goed, Ron. Als ik ergens heen kon om met schilderen ook mijn brood te verdienen, dan zou ik meteen weg zijn."

Na een kort, innerlijk beraad besloot Ron met Tim te delen wat hij de drie mannen met de lijst om het schilderij had zien doen. "Denk je dat dat op een of andere manier past bij wat jij hebt gehoord?"

"Een camera en een microfoon in het frame? Echt wel. Ik denk dat de kopers hun schilderij ergens op een goeie plek neerhangen, en dat ze dan over van alles praten. Als die microfoon alles opvangt dan is dat heel makkelijk af te luisteren. Dat spul is tegenwoordig zo gevoelig."

"O, weet jij daar zoveel vanaf?" Ron had dat niet verwacht.

"Een beetje." Tim bekeek het schilderij. "Waar zag jij die lui met die lijst klooien?"

"Tweede verdieping. Waarom?"

"Dan kunnen we er eens gaan kijken. Het gebouw is nu toch leeg, niemand heeft dat in de gaten."

"En als die kamer is afgesloten?"

"Dan komen we gewoon terug en schilderen we nog wat," zei Tim.

Reacties