Clara’s Ogen. Hoofdstuk 20, deel 2

Het idee van zo'n avontuur leek hem wakker te maken en Ron merkte dat het op een gevaarlijke manier aanstekelijk werkte. De twee schilders pakten de lift naar de tweede verdieping en Ron liep naar de kamer waar hij de mannen bezig had gezien. Tim duwde tegen de deur. Die was open. Ze stapten naar binnen, deden het licht aan en de deur dicht.

De kamer leek op een vergaderruimte, maar toen Tim begon de kasten open te maken, kwamen ze allerhande technische apparatuur tegen.

"Sodeju, man, dit is spul waar de recherche van droomt," zei Tim toen hij wat instrumenten op de tafel uitspreidde. "Dit is het beste van het beste. Als ze iemand af willen luisteren zouden ze niets beters kunnen vinden. Een gewoon bedrijf dat gekopieerde kunst verkoopt heeft dit niet nodig, Ron." Tim leek heel wat meer van elektronica af te weten dan hij had laten merken.

"Misschien laten ze dat door de koper beslissen," zei Ron. De spullen op de tafel zeiden hem niets. Het zag er enkel klein en duur uit. "En nu?"

"We leggen alles terug. En later zal ik eens een beetje rondvragen," zei Tim, die de daad bij het woord voegde.

"Jij?" Ron had dat niet verwacht. "Jij bent iemand die kluizenaars een kluizenaar noemen."

"Tenzij ik nieuwsgierig ben, en dit spul maakt me heel nieuwsgierig." Tim legde de laatste spullen terug en sloot de deur. "Zin om nog wat aan die Monet te doen?"

Daar kon Ron heel wat meer mee, dus gingen ze terug naar boven en werkten ze samen aan het schilderij, tot Ron vond dat het licht te slecht werd.

Tim bedankte hem voor de hulp. "Misschien krijg ik dit toch nog op tijd af, Ron. Ik ben je heel wat verschuldigd."

"Nee hoor, da's wel goed. Jij zou mij ook geholpen hebben."

Tim fronste even en schudde zijn hoofd. "Ik denk het niet, Ron. Sorry, maar… zo ben ik niet."

Ron grinnikte. "Geen punt. Het was leuk om je te helpen. Dus jij blijft nog even? Het licht is echt prut aan het worden."

"Ja. Dit stukje nog." Tim pakte de penseel en boog zich over het schilderij. Hij leek Ron prompt vergeten te zijn.

Ron pakte dus zijn spullen bij elkaar en ging naar Jess' kantoor, waar hij een briefje achter liet dat de Dali klaar was. Daarna begaf hij zich naar het metrostation.

Ron nam zich voor om de volgende dag niets te doen. Hij wilde uitslapen, met Clara praten, haar zo vaak bezoeken als maar kon, en hij wilde een schets maken voor een nieuw schilderij in de stijl van Vincent, maar dan met een specifieke "Ron Brooks" draai. Hij had vaker dat soort schetsen gemaakt, maar het was nooit iets geworden. Toch wilde hij dat niet opgeven. Ooit zou dat lukken.

De reis naar huis was omslachtig. Hij miste een trein die één minuut te vroeg vertrokken was. De tweede trein had storing, dus die reed niet, dus moest de geplaagde schilder een manier met bussen vinden om thuis te komen. Hij zou een taxi kunnen nemen, maar dat zou een hoop geld kosten, en dat was het hem niet waard. De bus stopte niet in de buurt, dus moest hij de laatste kilometers lopen. Zijn geluk was tegen die tijd helemaal op, want halverwege begon het ook nog te regenen.

Toen hij eenmaal druppend voor de deur van zijn woning stond, hing daar een briefje. 'We gaan niet met z'n allen eten, want het regent.'

"Eh, ja, daar was ik ook al achter gekomen," zei Ron, die de sleutel in het slot stak en naar binnen ging. Daar werd hij vrolijk begroet door een lieve stem in zijn hoofd.

"Hallo, Clara," zei hij, terwijl hij zich van de natte kleren begon te ontdoen. Om overal water te voorkomen, besloot hij dat toch maar in de badkamer te doen. Terwijl zijn keren hingen te drogen en hij in een badjas in de kamer zat, praatte hij met haar, over hoe de dag was gegaan en hoe geweldig de Dali was geworden.

"Dat was echt verbluffend," zei hij. Hmm, hij moest er wel aan denken iets te eten. Hij liep naar het keukentje en begon iets bij elkaar te pakken. Jammer dat Clara's vreemde woonruimte geen keuken had. Anders zou hij naar haar toe gaan, en voor hen beiden koken. Uiteraard ving ze dat op terwijl hij dat dacht.

"Misschien moet je een keuken in mijn schilderij tekenen, Ron."

Hij schoot in de lach. "Ik moet nog gaan oppassen met wat ik denk, als jij in de buurt bent."

Reacties