Clara’s Ogen. Hoofdstuk 3, deel 3

Clara's ogen

De vlucht duurde iets meer dan een uur. Ron had vaker gevlogen dus was dit geen nieuwe ervaring maar het was toch wel iets om een enorme stad als New York onder zich te zien.

Toen hij eenmaal het vliegtuig verlaten had, was de mensenmassa waarin hij leek te verdwijnen ook gigantisch. Het was niets minder dan een wonder dat hij de weg naar de bagage-uitgifte vond en ook nog zijn geleende koffer terugvond. Toen ging hij op zoek naar de plek waar hij iemand zou ontmoeten die hem zou ophalen. Dat bleek makkelijker te zijn dan hij dacht, want er stond een rij mensen met naambordjes. En zijn naam stond op een van die bordjes.

De man achter het bordje herkende Ron en nodigde hem uit om mee te gaan naar de auto.

“Maar mijn schilderijen!” Ron wilde niet weg zonder zijn schilderijen.

“Geen zorgen, meneer Brooks, daar is al voor gezorgd,” zei de man terwijl hij zijn telefoon liet zien. “Zes schilderijen, netjes verpakt, staan klaar voor ons bij de auto.”

Ron zag een foto van een grote houten kist. Zaten zijn werken daarin? Dan zou het wel kloppen. Op weg naar de auto, wat een enorme limousine bleek te zijn, vroeg Ron hoe de man hem herkend had in die drukke hal.

“Er zit verf op uw mouw, meneer Brooks,” was het rustige antwoord. “En u zag er volslagen verloren uit.”

De man had gelijk: er zat inderdaad een grote verfveeg op zijn mouw. Had Shelley die niet gezien of had ze er niets van gezegd? Nou ja, hij zat er. Misschien kon hij dat een soort handelsmerk maken. Een verfvlek ergens op zijn kleren. Misschien als hij later een vertegenwoordiger had dat die van zoiets meer wist. Eerst dit maar eens doorstaan.

Er stond zowaar iemand van het vliegveld bij de auto. Met de kist met schilderijen. Die werd ingeladen en daarna begon deel twee van de reis. De auto gleed vlot door het verkeer.

“Ik heb de opdracht om u eerst naar uw hotel te brengen, meneer Brooks,” zei de chauffeur. “Dan kunt u zich wat opfrissen. Daarna hebt u een ontmoeting met meneer Ostring.”

Ron vond het allemaal prima.

De auto stopte voor de deur van een immens hotel in Manhattan. De chauffeur pakte Rons koffer. Ron pakte de kist met de schilderijen, ondanks de woorden van de chauffeur dat de schilderijen veilig zouden zijn in de auto. Ron vroeg zich af of die man wist wat er in New York zoal gebeurde.

Eenmaal ingecheckt betrad Ron de suite die voor hem was gereserveerd. De ruimte was zowat even groot als zijn hele huis in Midlothian. Er was een aparte slaapkamer, een woonkamer om in te verdwalen en een badkamer met veel te veel spiegels. Hij had geen tijd om alles op zijn gemak te bekijken. Even waste hij zijn gezicht en daarna gingen ze weer naar beneden voor de volgende stop. Meneer Ostring.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *