Clara’s Ogen. Hoofdstuk 3.

Dit is deel 1 van hoofdstuk 3.

Clara's ogen

3. De ogen van Clara

De volgende dag begon Ron met het checken van zijn e-mail. Twee keer per week was een record voor hem, maar nu had hij een geldige reden. Zijn moeite werd beloond want er was weer een e-mail van Terence Ostring. Het bevatte een compleet programma voor de reis naar New York, inclusief vluchttijden en de plaatsen waar hij de tickets op kon halen.

Voor de zekerheid kneep hij een paar keer in zijn arm. Dat deed best pijn en de e-mail was nog steeds dezelfde, dus dit moest echt zijn. Hij pakte zijn telefoon en belde Shelley om haar over de e-mail te vertellen.

Zijn zus was onder de indruk van de hele lijst aan informatie. “Dat is heel wat, Ron. Ik weet dat je best mooi schildert maar dit had ik echt niet verwacht.”

Best mooi. Nou ja, zij had andere kwaliteiten. “Dit had ik ook niet verwacht maar het is echt, zus.”

“En het is echt een retour, dat weet je zeker, hè?” Shelley zat altijd bovenop de details.

“Zeker weten. Ik moet naar Richmond International Airport en me daar melden bij de balie. Daar liggen de tickets.” Ron wachtte tot zijn zus weer wat zei. Of ze was bezig of ze zat te denken.

“Oké. Dat klinkt veilig genoeg. Zorg maar dat je je plastic tas met ondergoed klaar hebt liggen voor de grote reis naar New York, Ron.”

“Bedankt voor de hulp, Shell, ik waardeer dit echt. En ik laat je zeker weten hoe het gaat, maar het duurt nog twee weken, hoor.”

Na het gesprek moest Ron grijnzen. New York, en alles betaald. De steek van zijn zus, over die plastic zak, kon hem daarom niet deren.

Met een gebrek aan plannen voor de rest van de dag besloot hij de natuur in te trekken. Dat was een van de dingen waar hij dol op was, en dit soort uitstapjes leverde hem altijd weer inspiratie op voor een nieuw schilderij. Hij verbeeldde zich om daar samen met zijn idool, Vincent van Gogh, rond te lopen, alles te observeren en te proberen in de ziel van de wereld en het heelal te kijken, om dat later in een schilderij te vatten. Het was altijd moeilijk om te laten zien wat hij had opgevangen in zo’n wandeling, en het resultaat voelde altijd maar als een slap aftreksel van de echte ervaring. Zou er ooit iemand goed genoeg zijn om dat echt over te brengen? Om dat alles in kleuren en penseelstreken neer te zetten was een onmogelijke opgave.

“Geen wonder dat Vincent soms gek werd,” verzuchtte Ron, toen hij ergens in het zand ging zitten en van het zonlicht genoot dat door de bomen heen omlaag kwam. Hij keerde zijn gezicht naar de warmte en voelde de rust om en door hem heen stromen. En toen keek hij in Clara’s ogen.

De overgang vanaf niets naar die grote ogen was zo acuut dat hij ervan schrok. Zijn eigen ogen vlogen open en hij keek om zich heen. Natuurlijk was er niemand.

“Rustig aan, jongen,” stelde hij zichzelf gerust. “Vincent was geniaal. Geen wonder dat hij doordraaide. Wacht jij daar nou maar mee tot je het in New York gemaakt hebt.” Het waren prima woorden, maar zijn hart raasde nog steeds door de onverwachte aanblik. Ron stond op en wandelde een eindje langs de beek die door het bos liep. Hij wist dat hij op die manier met een leuke omweg weer bij zijn auto terugkwam, dus was dit een prima zet.

De verrassing had zijn bezoek aan het bos wel flink ingekort maar hij was daardoor overtuigd dat hij terug moest en die ogen moest inkleuren.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *