Clara’s Ogen. Hoofdstuk 4, deel 1

Clara's ogen

4. Het voorstel

De organisatie was gehuisvest in een gebouw dat leek op een stalen skelet dat bij elkaar werd gehouden door al het glas eromheen. Toen Ron vroeg of de architect dronken was geweest moest de chauffeur grinniken.

“Ik durf het niet te zeggen, meneer Brooks.”

Ze gingen naar binnen, werden meteen verder gestuurd door een receptioniste die veel te mooi was om waar te zijn, en begaven zich met de lift naar de elfde verdieping. Na een paar gangen werd Ron met zijn schilderijen in een wachtkamer achtergelaten, waarna de chauffeur een kantoor binnenging.

De schilder uit Virginia keek rond, maar voor hij alles had bekeken ging de deur open. Een wezen, nog mooier dan de receptioniste, kwam naar buiten en stelde zich voor als Jess, de secretaresse van meneer Ostring, en ze vroeg hem binnen te komen.

Ron droeg de krat met schilderijen het kantoor in. Jess sloot de deur achter hem terwijl Rons mond openviel toen hij de overdadige luxe in het kantoor zag. Het tapijt was zo hoog dat het moeilijk was om eroverheen te lopen. De muren waren bedekt met schilderijen in de meest extreme stijlen. Dat zei wel iets over de man die hier werkte.

“Meneer Brooks.” De stem rukte Ron uit zijn verbazing en terug naar de reden waarvoor hij hier was. “Hoe aangenaam om u persoonlijk te leren kennen.” Dat was duidelijk Terence Ostring. Ron zag een magere, bleke man. Door zijn voorkomen leek hij meer dan twee meter lang, maar hij bleek maar een half hoofd langer te zijn dan de schilder. Terence Ostring was al achter zijn gigantische bureau vandaan gekomen en liep op Ron af, een hand al uitgestoken.

“O, juist,” zei Ron terwijl hij rondkeek naar een plek om zijn krat neer te zetten. Zo kon hij de man nooit de hand schudden.

“Zet de kist maar naast de bank,” zei Jess behulpzaam. “Dan maken we die zo wel open.”

Ron bedankte haar en liet de kist zakken. Daarna schudde hij de aangeboden hand. Die voelde aan als een dunne handschoen vol fijne botjes, dus zorgde Ron ervoor dat hij niet te hard kneep. In Midlothian werden handen stevig geschud. Als Ron hier echt iets wilde bereiken, kon hij beter voorzichtig zijn met zijn mogelijk nieuwe werkgever. “Aangenaam kennis te maken, meneer Ostring,” zei hij.

“Geheel mijnerzijds. Alstublieft, ga ergens zitten.” Meneer Ostring zwaaide zijn arm over de vele zitplaatsen in het kantoor. “Wilt u iets drinken?”

Ron vroeg om een biertje en was verbaasd toen Jess vroeg welke van de zeven soorten in de koelkast zijn voorkeur had. Ze noemde zelfs de namen op. Geen van hen zei hem iets dus koos hij voor het bier met de gekste naam. Met zijn bier (in een glas!) ging hij op de bank zitten, naast zijn schilderijen. Terence Ostring accepteerde een glas witte wijn van Jess, die er voor zichzelf ook een had ingeschonken. Daarna gingen de twee naast elkaar tegenover hem zitten.

De schilder wist niet of het nu aan hem was om met praten te beginnen, maar de man tegenover hem loste dat snel op. “Ron, ik ben benieuwd naar je werk. Laat eens wat zien.”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *