Clara’s Ogen. Hoofdstuk 4, deel 2

Clara's ogen

Meneer Brooks was al de deur uit. Dat was een goed teken, vond Ron, die de deksel van de kist losmaakt en een van de doeken eruit viste. “Dit is er een die me heel dierbaar is, meneer Ostring.” Ron besloot niet meteen te familiair te zijn hier. Dit was tenslotte de man van het geld. Hij vertelde hoe hij de inspiratie had gevonden voor het werk en welke emoties hij had geprobeerd in de afbeelding te leggen.

Terwijl hij sprak viel het hem op de Jess wel heel dichtbij ‘de baas’ zat. Veel dichter dan een gewone secretaresse zou doen, voor zover hij wist. Nou ja, misschien waren de twee getrouwd. Dat zou natuurlijk zomaar kunnen.

Meneer Ostring vroeg een paar dingen over de doeken die Ron liet zien, over de soorten verf die hij had gekozen en een hoop andere schildertechnische dingen, wat wel aangaf dat deze man echt wist waar hij het over had. Ron voelde zich op zijn gemak bij deze man die, mager als hij was, een vertrouwen uitstraalde. Dit voelde echt en goed. Niet als een oplichterskliek. Die zouden een gebouw als dit nooit kunnen betalen. Wat hem ook opviel was dat zijn antwoorden blijkbaar de juiste waren.

“Ron…” Meneer Ostring leunde voorover, zijn ellebogen op de magere knieën. “Je hebt echt gevoel voor dit vak. Ik wil je uitnodigen voor een etentje vanavond. Dan kunnen we over de zakenkant van deze samenwerking praten. Als je daarna het gevoel hebt dat je mee wilt doen dan kunnen we morgen meteen over de contractenkant praten.”

Daar had Ron niet op gerekend. Contracten? Morgen? Kon het leven echt zo simpel zijn als je eenmaal in het juiste kantoor zat? “Dat klinkt geweldig, meneer. Ik ben alleen, ehm, nou, nogal verrast.”

“Verrast, Ron?”

“Ja. Ik had meer, weet u, moeilijke dingen verwacht. U hebt enkel naar mijn schilderijen gekeken, wat vragen gesteld en dat was het. Toch?”

“Maar dat is toch waarvoor je hierheen gekomen bent, Ron? Om te schilderen?” Meneer Ostring glimlachte. “We hebben onze scouts, Ron. Die zoeken het internet af naar talent. De hele dag. En als ze iemand ontdekken dan gaan we niet over een nacht ijs voor we iemand uitnodigen. We weten al heel veel over je, mijn beste. Jij bent een van de twee mensen die we het laatste jaar hebben uitgenodigd. Dat zou je wat moeten zeggen, Ron. Als die vakmensen in zes maanden tijd maar twee personen vinden die aan onze kwaliteitseisen voldoen.”

De man stond op. “Ik zal Harvey instrueren je naar het hotel te brengen zodat je je op kunt frissen. En dan is hij er om half acht weer, om je naar het restaurant te brengen.” Meneer Ostring keek naar de kist. “Zou je je schilderijen hier willen laten, Ron? Dan kan ik ze aan mijn partners laten zien morgenochtend.” Toen Ron fronste zei hij dat Ron de kist ook mee mocht nemen, maar dat zou wel het nodige sjouwwerk zijn, met het gevaar op beschadiging. “We zullen je werk hier in onze kluis bewaren. Daar kun je ze zelf inzetten als je wilt.”

Dat klonk dan wel weer goed. Ron accepteerde het aanbod en volgde de twee, met zijn kist, naar een andere kamer, waar een enorme kluisdeur werd geopend. Hij zette de kist op een schap en Jess hing er een kaartje aan dat dit de werken waren van Ron Brooks. De kluisdeur ging daarna dicht met een gedempte maar bevredigende dreun.

Harvey, de chauffeur, wachtte al op hem, dus nadat Ron meneer Ostring en Jess had bedankt ging de reis per lift naar de parkeergarage en vandaar weer naar het hotel.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *