Clara’s Ogen. Hoofdstuk 4, deel 3

Clara's ogen

“Ging het goed?” wilde Harvey weten. “Het viel me op dat de schilderijen op kantoor blijven. Dat is een goed teken.”

“Het ging snel,” zei Ron. “Heel snel. Ik had gedacht dat dit allemaal veel moeilijker zou gaan.”

“De baas houdt niet zo van moeilijk,” wist Harvey. “Dat houdt de gang van zaken alleen maar op. Als hij je werk goed vindt dan vindt hij het goed. Als niet, dan word je niet eens gevraagd om te komen. Ik heb heel wat mensen opgehaald van het vliegveld, en een groot deel daarvan werkt nog steeds voor hem.”

Ron vond dat waardevolle informatie.

De rit naar het hotel ging traag, want het avondverkeer was op gang gekomen. Uiteindelijk kwam de vaart weer terug, omdat veel auto’s naar andere straten afsloegen. Ron had intussen tijd genoeg om deze enorme stad in zich op te nemen. Hij hing even scheef in de auto om de bovenkant van de wolkenkrabbers te kunnen zien. “Die zijn echt hoog.” Hij moest dat feit gewoon even kwijt.

Harvey grijnsde. “Dat was de bedoeling ook.”

“Als ik dit zie, krijg ik meteen weer ideeën voor een schilderij,” zei Ron. “Iets in de trant van Dali. Niet dat ik daar zo dol op ben maar het zou geweldig worden.”

“Goed, meneer Brooks. Even een tip van iemand die het weet. Nooit Dali aankaarten als meneer Ostring in de buurt is. Hij heeft een absolute hekel aan dat werk, al moet hij er soms over praten in deze tak van sport.”

Nog meer belangrijke informatie, begreep Ron. Goed dat hij dit wist voor het diner vanavond.

Niet veel later stopte de auto bij het hotel. Harvey vroeg of Ron zich zou redden.

De schilder wist dat het allemaal wel zou lukken. Hij had de sleutel van de kamer – o nee, suite – bij zich en hij wist waar de lift was. Harvey zou op tijd weer in de lobby zijn om hem op te halen. Ron stapte uit en liep het hotel in.

“Juist. Lift…”

Uiteindelijk werd hij geholpen door iemand. De liften waren te goed verstopt voor een schilder uit Midlothian.

Eenmaal weer in de gigantische kamer maakt hij zijn koffer open en haalde er wat spullen uit die hij later aan zou doen. Een controle stelde hem gerust: geen verfvlekken.

Daarna nam hij zijn tijd in de enorme badkamer en daarna, gehuld in de schone kleding, ging hij op de bank zitten. Het zou nog even duren voor Harvey zou komen, dus belde hij zijn zus om te laten weten wat er tot dan toe was gebeurd.

Shelley was opgetogen dat het allemaal zo voorspoedig ging, maar waarschuwde hem wel om allerlei papieren goed te lezen voor hij er een handtekening opzette. Na het gesprek liet Ron de gebeurtenissen van die dag nog eens de mentale revue passeren. Tot nu toe was het geweldig gegaan. Hopelijk bleef dit zo, maar hij was reëel genoeg te beseffen dat er wel wat hobbels op de weg zouden zijn.

Toen hij dat allemaal bedacht had dwaalden zijn gedachten af naar de ogen van Clara, die thuis onder een laken op hem stonden te wachten. Samen met een stapel andere schilderijen die ook nog eens af moesten worden gemaakt. Een korte gedachte flitste door zijn hoofd maar voor hij helemaal doorhad wat die gedachte was, zoemde de huistelefoon.

“Uw chauffeur is aangekomen, meneer Brooks.”

Uw chauffeur. Ron grijnsde terwijl hij een colbertje aanschoot en op zoek ging naar de lift. De grijns was er nog steeds toen hij de lobby instapte.

Eenmaal weer in de limousine vroeg Ron simpelweg aan Harvey of meneer Ostring hem een positie aan zou bieden.

“Misschien wel, misschien niet. Dat weet ik echt niet, meneer Brooks. Dat weet alleen hij. Het feit dat u uit eten wordt gevraagd is wel een goed teken. Reken voorlopig alleen maar op een uitstekend diner, dan wordt u niet teleurgesteld.”

Dat klonk als een goed advies.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *