Clara’s Ogen. Hoofdstuk 4, deel 4

Ja, inderdaad. Vorige week helemaal vergeten. Daarom deze ronde een dubbele dosis!

Clara's ogen

De auto stopte voor een gebouw dat helemaal uit de toon viel naast de uitbundig verlichte etablissementen.

“Denk niet dat dit een grap is, meneer Brooks. Dit is de plaats om uit te gaan eten tegenwoordig,” zei Harvey terwijl hij de autodeur voor Ron openhield. “Loop de trap maar op en zeg de man bij de deur dat meneer Ostring u verwacht, dan komt het allemaal in orde.”

“Dank je, Harvey.” Ron knikte om zijn dankbaarheid te onderstrepen en liep toen de trap op.

Het restaurant was ongelofelijk luxe ingericht. Meneer Ostring was er al, net als Jess. Die zag er prachtig uit, en er was ook heel veel Jess te zien, merkte Ron op.

De drie werden naar een tafeltje gebracht waar ze iets konden drinken, en terwijl het diner werd geserveerd was meneer Ostring aan het uitleggen hoe hij en zijn compagnons werkten.

“Wij kiezen alleen het meestbelovende talent, Ron. Zoals je hebt gemerkt scharen wij jou daaronder. Je werk heeft een bepaalde flair en dat raakt me. Als we tot overeenstemming kunnen komen dan regelen we over drie maanden een kleine tentoonstelling voor je. In die tijd maak je nog wat doeken zodat we er twaalf tot vijftien hebben. Je beste werk. Denk je dat je dat gaat lukken in die tijd?”

“Dat zal geen probleem zijn, meneer. Ik heb nog wat werk liggen thuis dat nog niet af is. Als ik die-“

“Nee, Ron. We willen echt nieuw, vers werk. Het laatste nieuwe van je. Werk dat de energie weerspiegelt die je hier opvangt, in en om de stad. Als je met ons mee wilt werken voor die eerste tentoonstelling dan zorgen we voor een appartement voor je, hier in de stad. Daar kun je werken. Je krijgt een bescheiden toelage voor je werk en wij zorgen voor al het materiaal dat je nodig hebt.”

Daar moest Ron even over nadenken. Hoe zou Shelley dit aanpakken? Hmm. Hij vroeg hoe hoog de bescheiden toelage zou zijn en schrok van de hoogte van het bedrag. Jess verzekerde hem dat het niet meer dan een normaal bedrag was voor het leven in New York. De deal was: zes tot acht schilderijen in drie maanden, en de vrijheid om te gaan en te staan waar hij wilde, om de vibe van de stad te pakken te krijgen. Alles bij elkaar klonk dit wel heel aangenaam, zeker omdat hij er geen klusjes bij hoefde te doen om rond te komen.

“We verwachten niet dat je onmiddellijk beslist, Ron. Denk erover. Slaap er een nachtje over. Harvey haalt je morgenochtend op om door de stad te toeren. Wij weten dat zoiets belangrijk is voor artiesten; om gevoel voor de omgeving te krijgen. Niet vergeten, je moet schilderen wat je hier opvangt, Ron. Op die manier kunnen we ook zien hoe snel je iets oppakt en je aanpast aan de omgeving. Hoe flexibel je schilderwerk is.”

Ron was onder de indruk hoe doordacht dit allemaal was. Ze namen nogal wat risico met iemand die ze amper kenden, dus hadden zij het voor het zeggen. Terwijl hij nog nadacht vroeg meneer Ostring of hij het werk van de oude meesters kende en waardeerde.

“Neem me niet kwalijk?”

Meneer Ostring glimlachte even. “Je kent ze beslist, Ron. Rembrandt, van Gogh, Monet, Botticelli…”

“O, zeker, beslist. Van Gogh is mijn grote voorbeeld in veel werken. Ik was enkel een beetje verbaasd door die vraag.”

“Mooi zo,” zei meneer Ostring. “Mag ik je uitdagen, Ron? Zou je van de schilderijen die je de komende maanden gaat maken iets in de stijl van drie meesters kunnen maken? Van Gogh is prima. En bijvoorbeeld Rembrandt en Da Vinci?”

“Leonardo da Vinci? Ik weet niet of ik zo goed ben,” bekende Ron. “Die man heeft een heel unieke stijl.”

Meneer Ostring knikte. “Dat klopt, maar zou dat geen geweldige uitdaging zijn? Ik beloof je dat het geen invloed zal hebben op de uitkomst als je er niets van kunt maken, maar we zijn altijd geïnteresseerd in hoeverre iemands reikwijdte is met z’n penseel.”

“Als ik me kan beperken tot Vincent van Gogh, dan ben ik uw man, meneer Ostring. Ik ben een grote fan van zijn werk en soms voel ik me een beetje als hem. Als u begrijpt wat ik bedoel.”

Jess keek Ron even aan en zei toen: “Je hebt wel allebei je oren nog.” Het was het eerste dat ze die avond zei.

“Dat klopt, en dat wil ik ook zo houden,” zei Ron.

Meneer Ostring glimlachte daar even om. “Je bent, denk ik, wat verbaasd om dit verzoek, Ron. De reden hiervoor is deze: soms krijgen we verzoeken om tentoonstellingen te doen in een bepaald genre, bijvoorbeeld dat van Rubens. Zoals je begrijpt is het ondoenlijk om een galerij vol met echte Rubensen te krijgen, dus als we een aantal mensen hebben die werk in die stijl kunnen produceren, dan wordt dat allemaal een stuk eenvoudiger. En dat is dan weer goed voor onze naam en voor de naam van de artiesten die hieraan meewerkten. We hadden eens een Rembrandt-achtige tentoonstelling en de reacties daarop waren adembenemend, was het niet, Jess?”

Jess knikte en leunde over de tafel. Haar toch al weinig verhullende jurk onthulde daardoor nog wat meer, waardoor Ron even niet wist waar hij moest kijken. “Het was indrukwekkend, Ron, en beslist een signaal dat de wereld nog niet genoeg heeft van de oude meesters. De kritieken waren geweldig.”

Ron had niet verwacht dat deze mensen zulke specifieke ideeën hadden over de werken die ze wilden hebben en het sprak hem allemaal ontzettend aan. “Als ik dit allemaal hoor dan kan ik bijna niet wachten om aan het werk te gaan,” zei hij in alle eerlijkheid.

“Dat is mooi, Ron.” Terence Ostring hief zijn glas. “Op het vooruitzicht van een een mooie samenwerking.”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *