Clara’s Ogen. Hoofdstuk 5, deel 2.

Clara's ogen

Na iets te eten en een beker koffie kon Ron de wereld aan en liep naar de uitgang, toen hij zich realiseerde dat hij eigenlijk geen idee had waar hij was. Manhattan was best groot. De vroege vogel aan de receptie was erg behulpzaam en gaf hem een kaar van de omgeving. De beste plek om heen te wandelen nu was Central Park, zei de man.

“Wij zijn op de 58e straat,” wees de man aan. Hij zette een kruisje op de kaart. “Als u de deur uit gaat en rechtsaf gaat en dan weer rechts bij de volgende kruising, dan loopt u zo het park in. Dat is niet missen al ben je blind.”

Ron grijnsde om die uitdrukking. Hij bedankte de man en begon toen aan zijn eerste solo-avontuur in New York.

Het vroege ochtendlicht was zo bijzonder hier dat hij na een paar honderd meter al stopte om rond te kijken. Het voelde bijzonder, dus pakte hij zijn telefoon, overtuigde het apparaat om de camera in te schakelen en toen maakte hij wat foto’s. Het apparaat klikte als een echt fototoestel dus moest het gelukt zijn. Daarna wandelde hij door naar 6th Avenue en sloeg rechtsaf. De man aan de receptie had helemaal gelijk: vanaf hier was het zo goed als onmogelijk om het park te missen.

Op zijn gemak slenterde hij door en liep uiteindelijk het park in. Ondanks het vroege uur waren er al heel wat mensen op de been. De meeste waren joggers en andere gezondheidsfanaten, maar er waren ook een hoop jongeren die blijkbaar niets beters te doen hadden dan rondhangen en er verveeld uit te zien.

Een paar van de groepen waren erg kleurrijk en zouden een prachtig thema zijn voor een schilderij, maar Ron betwijfelde of het hem in dank zou worden afgenomen als hij een foto maakte. Hij was tenslotte in New York, en hij had vaak gehoord dat een leven hier vaak niet veel waard was.

Langzaamaan kwam de zon op, en het park veranderde in een explosie van rood en oranje. Ron bleef foto’s maken van een boom die er een minuut geleden nog als een gewone boom uit had gezien. Nu leek die wel van binnen in brand te staan. Als hij zoiets ooit op een doek zou kunnen zetten dan zou hij de gelukkigste schilder van de wereld zijn.

Na de fotoserie begon hij weer te wandelen. Meer vertrouwend op zijn gevoel dan op bordjes kwam hij aan bij een groot meer. Volgens de infoborden was het gewoon The Pond genoemd. Het Meer. Lekker makkelijk. Er was een uitnodigend pad dat eromheen liep maar dat zou hem niet veel van de stad laten zien. En dat was nou net de bedoeling van meneer Ostring. Nou ja, Central Park was nou ook niet echt de stad maar voor een jongen uit Virginia, zoals Ron, was het een goede start. Hij besloot toch het pad te volgen.

Na een uurtje lopen en foto’s maken vond hij een bank waar hij op ging zitten. Hij wilde zijn foto’s bekijken maar de camera in zijn telefoon wilde die geheimen niet prijsgeven. Na de derde poging werd Ron ongeduldig en zat flink te mopperen op de moderne techniek toen een groep tieners voorbij kwam.

“Hé. Heb je een probleem?” vroeg een meisje uit de groep die naar Ron toeliep.

Hij keek op naar het meisje met de donkere huid. Ze had gitzwart haar en diep-bruine ogen. “Ik probeer de foto’s te bekijken die ik net heb gemaakt, maar ik ben hier niet zo handig in.”

“Dat zie ik,” zei het meisje terwijl ze naast hem ging zitten en de telefoon uit zijn handen graaide. “Kijk. Je drukt hierop, dan tik je hier, en hier, en dan hier en dan dat, en dan zie je je foto’s.”

“Ehm. Kun je dat nog eens doen, maar dan in slow motion?” Ron knipperde met zijn ogen. Hoe kreeg ze dat zo snel voor elkaar? Het was niet eens haar telefoon.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *