Clara’s Ogen. Hoofdstuk 6, deel 2.

Clara's ogen

“Iemand van kantoor zal af en toe langskomen om te kijken hoe het gaat,” vertelde Harvey. “En het is ook een goed idee om een of twee keer per week naar kantoor te gaan. Even je neus laten zien, contacten maken. Op het bureau ligt een map met informatie over de trein en de bus, hoe je het kantoor het makkelijkste kunt bereiken. Daarin staan ook wat telefoonnummers voor als je snel hulp nodig hebt. En een lijst met ideeën voor de eerste schilderijen. En dat is alles wat ik te zeggen heb. Heb je nog vragen?”

Ron grijnsde. “Nog niet. Ik probeer alles te onthouden, maar ik denk dat het allemaal goed komt. Hartelijk dank voor alles dat je hebt gedaan.”

“Mijn genoegen, Ron. Meneer Ostring doet het meeste. Bedank die maar, door goed werk te leveren.” Harvey knipoogde. De man had duidelijk plezier in zijn werk. “Dan laat ik je nu met rust en ga ik terug.”

“Goede reis, Harvey. En nogmaals bedankt!” Ron liep met hem mee naar buiten en keek de grote auto na. Toen keek hij naar het gebouw waar hij voorlopig zou wonen. “Oké. Aan het werk…”

~~~

Ron was snel klaar met het inruimen. De paar kledingstukken die hij voorlopig had waren snel opgehangen. Hij had de radio aangezet en zat in de comfortabele stoel bij het raam om de papieren uit de map te bestuderen.

“Da’s interessant,” zei hij tegen het blad papier. “Het eerste werk is iets persoonlijks; gebaseerd op indrukken van de omgeving. Het tweede werk is geïnspireerd op het werk van een oude meester. Ze gaan wel door over die oude meesters…” Misschien was het een gat in de kunstmarkt waar Ron geen weet van had. “Laat ik eerst maar eens naar dat eerste werk kijken, en omdat dat met de omgeving te maken moet hebben ga ik die maar eens bekijken.”

Hij pakte de sleutels, stak de telefoon in zijn zak en verliet het appartement. Terwijl hij de trap afliep (de lift kon altijd nog naar boven) vroeg hij zich af wanneer hij een of meer van zijn medeschilders zou ontmoeten.

Zijn eerste wandeling bracht hem naar het kleine winkelcentrum waar Harvey over had verteld. Het was echt klein, nog kleiner dan wat hij thuis gewend was, maar het zag er naar uit dat hij hier alles kon krijgen om te overleven. Er waren zelfs een paar restaurantjes. Een stukje verderop ontdekte Ron een klein park met een vijver waar een paar eenden zich vermaakten. Dat was misschien wel iets om te schilderen, bedacht hij, maar het zou een hele klus zijn om zijn schilderspullen hierheen te sjouwen. Even speelde hij met het idee om Harvey daarvoor te bellen, maar dat zou wel heel ver gaan. Ron moest om het idee wel even lachen.

De rest van zijn wandeling toonde hem nog een appartementencomplex en een paar boeiend uitziende straten. Aan het eind van zijn onderzoek moest hij zowaar een mevrouw de weg terug vragen want hij was helemaal verloren gelopen. Shelley zou daar niet verbaasd over zijn, bedacht hij op weg terug naar zijn nieuwe woning.

Eenmaal terug belde hij even naar zijn ouders, om hen te laten weten dat alles goed gegaan was hier en dat hij het naar zijn zin had. Na dat gesprek maakte hij iets te eten en zette hij de schildersezel op zodat het licht uit het raam er goed op viel.

“Hé, eikel van Brooks,” mopperde hij daarna op zichzelf. “Waarom heb je geen foto van die vijver gemaakt, sukkel? Dat zou heel wat geholpen hebben.”

Nou ja, volgende keer dan maar. Met een fijn potlood begon hij de omtrekken vast te leggen van wat hij had gezien. Dat leek er al aardig op, vond hij, en zijn fantasie zorgde voor de rest. Het duurde niet lang voordat hij in zijn schildermodus gleed.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *