Clara’s Ogen. Hoofdstuk 6, deel 6.

Juist. Ik zie dat ik ergens een fout heb gemaakt in de nummering van de hoofdstukken. Alles van hoofdstuk 8 is… hoofdstuk 6!

Je zou bijna denken dat ik een mens ben, met zo’n vergissing… Nou ja, we gaan gewoon door. Met het laatste deel van hoofdstuk 6.

Clara's ogen

“Heb ik je bang gemaakt? Dat wilde ik niet. Het spijt me.”

Ron slikte eens hard en probeerde zijn gejaagde ademhaling onder controle te krijgen. Hij ging op het bed zitten. “Ja, ehm, weet je, ik verwachtte dat niet. Je zo opeens te zien, bedoel ik. Je ogen dus. En waarom zie ik alleen je ogen?” Hij voelde zich heel raar. Tegen wie zat hij eigenlijk te praten?

“Dat weet ik niet. Misschien heb ik alleen maar ogen,” zei de stem.

“Dat zou echt raar zijn. Iedereen heeft meer dan alleen ogen. De enige ogen die ik ken die er zo uitzien zijn…” Ron klapte dicht terwijl hem een onmogelijk gevoel bekroop. Zijn huid werd even koud. Dit kon niet. “Nee, dat kan echt niet. Nee. Ik heb gewoon teveel gedronken. Onmogelijk.”

“Wat is onmogelijk?” vroeg de vrouwenstem.

Ron deed zijn ogen weer dicht en zag de twee ogen weer. Er was geen ontsnappen aan. Hoezeer hij dit niet wilde, dit waren de twee ogen die hij zelf had getekend en ingekleurd. De ogen op het doek, thuis. Clara’s ogen. “Nee, ik ben gek aan het worden. Ik ben niet tegen de ogen van mijn eigen schilderij aan het praten. Toch?”

Even was het stil in Rons hoofd. Daarna: “Dus ik ben niet echt?”

Dat was echt iets waar Ron geen antwoord op kon geven. “Dat weet ik niet. Misschien dat een psychiater daar een antwoord op heeft maar… Je klinkt echt terwijl je niet echt kunt zijn. Je bent een onafgewerkt schilderij!”

Er viel een diepe, ongemakkelijke stilte die meer zei dan duizend woorden hadden kunnen doen.

“Clara?”

“Ik ben er nog. Ik begrijp niet wat je bedoelt. Je noemt me Clara. Hoe kan ik jou noemen?”

“Ik ben Ron.” De schilder verbaasde zichzelf door dit bizarre gesprek gaande te houden. Een gesprek dat helemaal niet kon bestaan. Misschien droomde hij toch. Misschien was hij zo snel in slaap gevallen dat het echt niet echt was. Tegelijk waren de ogen die hem aankeken wel erg prettig om naar te kijken en de stem was heel vriendelijk. Lief. Te lief, bijna. Misschien moest hij dit maar even laten doorgaan en ervan genieten.

Hij kroop weer in bed en deed het licht uit. De ogen waren er nog steeds.

“Hallo, Ron. Wat ben je aan het doen?”

“Ik probeer te slapen.”

“O. O ja. Ik herinner me dat. Dat deed je net ook al.”

“En jij doet dat nog steeds niet, hè?”

Clara’s ogen knipperden even. “Nee. Vind je het goed als ik naar je kijk terwijl je slaapt?”

“Ehm.” Dat was een rare vraag. “Nee, ik denk niet dat dat erg is. Het wordt, denk ik, op een gegeven moment wel erg saai.”

“Als het saai wordt dan ga ik. Je kunt nu beginnen met slapen, Ron.”

“Dank je, Clara.” Ron rolde op een zij en grinnikte. Wat een raar gesprek. Toen probeerde hij nergens aan te denken, om in slaap te komen, maar haar ogen bleven in de zijne kijken.

“Slaap je nu?” vroeg ze.

“Nog niet. Als ik slaap ben ik stil.”

“Maar je was net ook stil, Ron.”

Ron haalde diep adem. Hoe kon hij het concept van slapen uitleggen aan een stem met twee zwevende ogen die totaal geen idee had? “Het idee achter slapen is dat je een hele tijd niets hoort en ziet en doet. Tot je weer wakker wordt. En dan hoor en zie je weer dingen.”

“Die tijden heb ik ook Ron. Soms heel lang. Als dat slaap is dan vind ik slaap niet fijn.”

“Dat is jammer, Clara, want ik houd van mijn slaap, en ik heb dat ook nodig. Anders ben ik doodmoe morgen en dan kan ik niets doen.”

“O. Dan moet je je slapen maar doen, Ron. En ik zal stil zijn terwijl ik naar je kijk.” Haar stem was zo zacht en lieflijk dat Ron bijna smolt. Het was een stem waar hij verliefd op kon worden, enkel door hoe ze klonk.

“Dank je, Clara,” fluisterde hij. Daarna viel hij zo snel in slaap dat hij niet eens wist of ze nog antwoordde.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *