Clara’s Ogen. Hoofdstuk 7, deel 2

Clara's ogen

De groep avondeters was maar zeven personen groot die avond. Er was een nieuw iemand bij deze keer. Ron zou zich deze vrouw beslist hebben herinnerd. Haar naam was Cornelia en alles aan haar was zwart. Haar ogen en haar, haar kleding, haar nagellak en oogschaduw. Zelfs de kettingen en ringen die ze droeg waren zwart, en dat alles stak dramatisch af tegen haar bleke huid.

Ze keek Ron strak aan. De blik in haar ogen gaf hem het gevoel dat ze hem als een kwade geest zag. “Jij…” zei ze, zonder daar verder iets aan toe te voegen. Voor hij iets kon zeggen of vragen, liep ze weg, en aan tafel zocht ze een plek op zo ver mogelijk van hem af. Dat was heel raar. De anderen behandelden hem in elk geval als een gewoon mens, niet als een spook of zo.

Net als de avond ervoor ging het gesprek hoofdzakelijk over wat iedereen aan het doen was. Laura was bezig met iets dat een Salvador Dali-achtig doek moest worden. Dat verbaasde Ron want hij wist wat voor een hekel meneer Ostring had aan Dali. “O, da’s makkelijk genoeg,” verklaarde Laura. “Wat hij niet mooi vindt wordt afgehandeld door Jess. Waarom hij zo door het lint gaat over Dali snapt niemand, maar er zijn klanten die er niet genoeg van krijgen. Ik vind het prima, ik houd van mijn Dali-spul.”

“Dus van ons wordt verwacht dat we ook werk maken waar mensen om vragen. In een bepaalde stijl.” Ron snapte het langzaamaan. Hij hoopte al dat er veel vraag was naar de stijl van Van Gogh.

“Dat en ook andere opdrachten. Meer specifieke dingen,” zei Marcus, een van de oudgedienden in de organisatie. Hij was begin vijftig en zag er meer uit als een zakenman in vrijetijdskleren dan als een schilder. “Je komt er nog wel achter, Ron. Zorg eerst maar dat je je eerste serie doeken af krijgt en dat je je tentoonstelling achter de rug hebt.”

Iedereen was het ermee eens dat die tentoonstelling een bijzondere ervaring was. Zoiets was adembenemend, vooral als je bedacht dat het in New York was. Ron wist dat Laura daar ook mee bezig was, net als een paar anderen aan de tafel.

“Werken voor Ostring Art is geweldig zolang je de juiste instelling hebt,” ging Marcus verder. “Ze hebben veel klanten met stevige bankrekeningen dus is er genoeg werk voor mensen als wij, die voor hun levensonderhoud willen schilderen.”

Ron kreeg het gevoel alsof hij in een gespreid bed was gevallen, met een schatkist vol goud aan elke kant. Schilderen voor zijn levensonderhoud. Dat was wat hij wilde, al zolang hij de eerste keer een penseel had vastgehouden. Dit kon echt wel eens de kans zijn waar hij op had gewacht.

Na het eten liep Ron naar huis met Ross en Marcus. “Kunnen jullie me meer vertellen over die Cornelia? Ze vermijdt me alsof ik een ziekte ben.”

Marcus schoot in de lach. “Cornelia is ongevaarlijk, maar ze is zo gek als een deur. Ze heeft zichzelf wijsgemaakt dat ze dingen ziet die anderen niet kunnen zien. De meesten van ons zijn al beschuldigd van zwarte toverkunsten, dus ben je in goed gezelschap. Als zij iemand vertrouwd dan zijn wij meteen op onze hoede.”

Ron moest daar om lachen en ging met de mannen mee om nog een biertje te pakken voor het slapen gaan. Marcus vertelde wat meer over zijn ervaringen met de organisatie en dat klonk Ron als muziek in de oren. Toen hij naar zijn eigen appartement ging wist hij dat hij de jackpot getroffen had.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *