Clara’s Ogen. Hoofdstuk 7, deel 4. En een stukje 8.

Clara's ogen

“Heb je nu weer stilte nodig? Zodat je kunt slapen?” Ze klonk bijna bedrukt over het antwoord dat ongetwijfeld zou komen.

“Ja, dat klopt, Clara. Ik moet morgen weer werken. Schilderen.”

“Ik snap het. Maak je ooit eens een schilderij van mij, Ron? Zodat ik kan zien hoe ik eruit zie?”

“Beslist. Dat doe ik een keer. Zeker weten.” Ron dacht meteen aan het schilderij van Clara’s ogen, thuis in de reservekamer. In zijn verbeelding groeide daar heel snel een gezicht omheen, met het korte haar dat om haar hoofd danste als ze bewoog. Op een of andere manier kwam ze volledig tot leven terwijl hij aan dat beeld dacht.

“Waar denk je aan, Ron? Je moet nu gaan slapen.”

“Ik denk aan jou. Hoe je eruit zult zien op het schilderij. Je bent echt leuk, Clara, met een bijzondere, innerlijke schoonheid.”

“O…”

Ron fronste. Had ze zojuist verbaasd geklonken?

“Ik denk dat ik dat wel leuk vind, Ron. Dank je.”

“Graag gedaan,” zei hij.

“Nu moet je slapen, Ron. En ik blijf hier om naar je te kijken.”

“Welte… ehm… fijne nacht, Clara.”

“Fijne nacht, Ron.”

Hij trok de dekens over zich heen en rolde op zijn zij. Het laatste dat hij zich herinnerde was het gevoel alsof er iemand naast hem zat.

8. Evaluatie en een buskaartje

De dagen gingen schilderend voorbij voor Ron. De meeste avonden ging hij met de groep mee uit eten. Die groep wisselde telkens van grootte en samenstelling, en dat was best leuk. Ook praatte hij elke avond met Clara voor hij ging slapen. Soms was ze er ook ’s ochtends even, maar geen van beiden had een idee waarom dat maar zelden gebeurde. Gelukkig was ook de koffer aangekomen die Shelley had gestuurd. Hij had weer schone kleren.

Het vijverschilderij was klaar en hij had ‘het kantoor’ gebeld om dat te laten weten. Barbara, die zijn vast contactpersoon leek te zijn, bedankte hem voor het belletje en zei dat er iemand zou komen kijken, maar na drie dagen was er nog niemand geweest. Er was wel een envelop met de post gekomen met daarin een foto van een schilderij. Er zat een handgeschreven briefje bij met het verzoek of hij dat schilderij kon reproduceren op een groot doek.

Ron kende het doek. Het was een schilderij van een jonge vrouw, gemaakt door Jan Lievens, een Nederlandse schilder die heel erg de stijl van Rembrandt volgde. Ron vroeg zich af waarom ze dit hadden gestuurd, dus ’s avonds onder het eten vroeg hij dat aan iedereen.

Lavinia, een oudere, schuchtere vrouw van de derde verdieping, zei dat ze dat soms deden. Om te zien wat een nieuwe schilder wel en niet kon.

“Dit wordt een uitdaging,” zuchtte Ron. “Ik kan hier niets van. Dat spul van de achttiende eeuw is te statisch, te strak en te clean.”

“Daar moet je je geen zorgen om maken,” zei Lavinia. “Dit is een experiment. Doe wat je kunt, en als je tips nodig hebt dan kun je ons altijd vragen. Werkt het echt niet, dan bel je het kantoor op en zeg je het gewoon. Je verliest hier geen punten mee, hoor.”

Op de zesde dag van zijn ‘stage’ werd er aan de deur gebeld. Ron maakte open en maakte zo kennis met Charles Simmons, een van de kunstcritici die veel voor Ostring Art deed.

“Aangenaam, Ron. Ik ben gevraagd om naar je eerste werk te komen kijken,” zei de man hartelijk, “en om te zien hoe het lukt met de test die Barbara je heeft gestuurd.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *