Clara’s Ogen. Hoofdstuk 8, deel 2

Clara's ogen

Ze keken eerst naar de vijver met de eenden. Charles was ervan onder de indruk en besteedde er een hoop tijd aan. Hij wees zelfs een aantal details aan waar Ron erg trots op was. “Mooi werk, Ron. Echt heel fraai gedaan.”

Toen kwam de jonge vrouw van Lievens aan de beurt. Ron waarschuwde de man maar meteen om er niet teveel van te verwachten.

“Hmm. Ik zie wat je bedoelt.” Charles knikte bedachtzaam. “Dit is absoluut de verkeerde stijl voor jou.” Hij bekeek de foto en zag onmiddellijk zes plekken waar de lijnen en rondingen niet klopten.

“Ik wist dat vanaf het begin,” zei Ron. “Meer dan dit kan ik er niet van maken. Deze stijl heeft gewoon mijn hart en oog niet.” Hij voelde zich niet rot over deze ‘mislukking’. Het was gewoon zoals het was.

“Houd hier maar mee op, Ron. Zet het doek terug of maak het schoon en zet er iets anders op, iets waar je wel blij van wordt. Hier word niemand vrolijk van. Het zijn gelukkig alleen maar potloodlijnen. Ga naar buiten. Zoek een nieuw onderwerp. Maak hier iets moois van. We kijken wel of we iets kunnen vinden wat beter bij je past. Iets Van Gogh-igs, want dat stond in je dossier, klopt dat?”

Ron knikte en voelde zich opgelucht.

“Prima. We duiken wat op voor je en dan zullen we eens zien hoe goed je daarmee overweg kunt.” Charles vroeg daarna of hij het vijverschilderij mee mocht nemen om het aan de anderen te laten zien.

“Zeker, neem maar mee,” zei Ron. “En dank je voor je eerlijkheid en begrip.”

“Natuurlijk, Ron. Dat is hoe we het verst komen, toch? Als je een bakker bent moeten we zorgen dat je geen auto’s hoeft te repareren.” De man knipoogde.

Toen Charles vertrokken was keek Ron nog eens naar de poging het jonge meisje te tekenen. Het was echt te erg dus draaide hij het doek om. De achterkant van het doek was niet zo’n armoede om te zien. Hoe laat was het eigenlijk? Bijna vijf uur in de middag. Een beetje laat om nog op inspiratie uit te gaan, maar aan de andere kant zou een wandeling wel lekker zijn. Hij pakte zijn sleutels en een jas, liet Marcus weten dat hij niet mee zou eten, en ging toen op weg naar de eendenvijver. Het parkje was een prima doel en de stilte daar zou hem goed doen.

~~~

Ron wandelde op zijn gemak over de aangegeven paden en keek naar het gras en de bomen alsof ze nieuw voor hem waren. Dat was iets dat hij heel vaak probeerde te doen, om iets nieuws te ontdekken. Vaak werkte het niet, maar als het werkte dan was hij de koning te rijk. Hij had al een rondje om de vijver gelopen en per ongeluk een paar eenden bang gemaakt.

Een grote boom leek er speciaal voor hem neergezet. Zo’n uitnodiging kon hij niet afslaan, dus ging hij er op zijn gemak tegenaan zitten, strekte zijn benen uit en keek omhoog, naar de takken en bladeren, waardoor de laatste restjes zonlicht doorheen kwamen. Een beetje wind liet de takken bewegen, waardoor de zon telkens ergens anders omlaag kwam.

Ron knipperde wat met zijn ogen tegen het licht. Het betoverde hem. Op de een of andere manier leek dit wel een bizarre vorm van de nachtelijke hemel met z’n sterrenpuntjes. Dit was een vreemde bladerhemel met overgrote sterren. Hij deed zijn ogen even dicht en verbeeldde zich hoe zoiets in een schilderij te vangen was. Langzaam ontstond er een beeld in zijn hoofd, waar bladeren de vorm van de ‘sterren’ bepaalden, en hoe de nerven van die bladeren ook zichtbaar zouden zijn. Hoe meer licht, hoe meer nerven. Wat een geweldig idee.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *