Clara’s Ogen. Hoofdstuk 8, deel 3

Clara's ogen

“Hallo, Ron.”

Het was niet zozeer Clara’s stem die hem liet schrikken, maar meer het feit dat ze dat hier deed, nu, in het park. “O! Hallo, Clara.”

“Liet ik je schrikken? Is dit geen goede tijd om te praten?”

“Dit is een prima tijd, ik had je alleen niet verwacht hier.” Ron zag de ogen en voelde hoe een glimlach zich over zijn gezicht verspreidde.

“Je bent blij me te zien,” zei ze. Het klonk als een constatering, niet als iets waar ze bijzonder trots op was.

“Dat klopt. Het is speciaal om met iemand als jij te praten.”

“Is dat echt zo?”

Rons glimlach werd nog wat groter. Hoe kon Clara zo naïef zijn? Het was net alsof ze zonder enige voorkennis in de wereld was gekomen, maar ze pakte dingen wel snel op. “Ja. Dat is echt zo.”

“Maakt dat mij speciaal, Ron?”

“Hmm. Ja, ik denk het wel.” De glimlach was vastbesloten op zijn gezicht te blijven wonen. Bij het laatste telefoontje naar huis had Shelley bevestigd dat het schilderij van de twee ogen nog steeds stond waar hij het had weggezet, en hij steeds zekerder dat er iets met dat schilderij was gebeurd. Alsof dat Clara tot leven had gewekt. Dat klonk in elk geval een stuk beter dan dat hij op een heel aparte manier hartstikke gek aan het worden was. Maar wat zou er gebeurd kunnen zijn om dit te laten gebeuren?

“Je voelt alsof je slaapt, Ron.”

“Ik zit te ontspannen. Ik zit in een park tegen een boom aan,” legde hij uit.

“Dat klinkt heel fijn.” Het was net alsof er een glimlach in haar stem klonk. “Mag ik een tijdje bij je blijven?”

“Natuurlijk.” Ron was intussen gewend geraakt aan Clara’s onzichtbare aanwezigheid. Elke avond zat ze bij hem op bed, voor hij in slaap viel, en soms kon hij haar nabijheid zelfs overdag voelen als hij er even aandacht aan schonk. Met zijn gedachten bij Clara genoot hij van de vreemde patronen die het zonlicht op zijn oogleden tekende, en hij vroeg zich telkens af hoe hij dat moois in een schilderij zou kunnen verwerken.

“Wat ben je aan het doen, Ron?” vroeg ze. “Ik zie dat je aan allerlei dingen denkt.”

Hij probeerde uit te leggen wat hij in zijn hoofd zag gebeuren, en al ging het meeste langs haar heen, ze bleef luisteren en leek daar genoeg aan te hebben. Hij merkte dat het onmogelijk was om sommige dingen met woorden uit te leggen. Het waren indrukken gevat in emoties, en daar was geen woordenboek voor. Om een reden die hij niet kende begreep Ron dat Clara wel erg goed bleek in het opvangen van zijn emoties. Hij dacht iets en zij ving dan zijn gevoel bijna feilloos op en zo bleven ze praten tot er opeens een koude wind over de schilder heen trok. Hij rilde, en ook dat werd door Clara opgevangen.

“Wat is dat?”

Weer was hij verwonderd. Wist ze niet wat kou was? Hij legde het uit en voor zijn gevoel knikte ze begrijpend toen hij zei dat hij onderhand eens iets te eten moest gaan zoeken. Ron wist al dat ze ook nooit at, nooit honger had, daar hadden ze het al vaker over gehad.

“Ga jij maar eten zoeken, Ron,” zei ze. “Dan spreken we elkaar later weer.” En daarmee was ze opeens weg. Net als zo vaak werd hij de leegte en stilte gewaar die ze achterliet. Even vroeg hij zich af of hij langzaamaan gek aan het worden was, maar schudde dat idee van zich af. Ron Brooks was niet het soort dat gek werd.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *