Clara’s Ogen. Hoofdstuk 8, deel 4.

Clara's ogen

De tijd had geen betekenis meer terwijl hij werkte. Het beeld op het doek kreeg steeds meer vorm en kleur. Toen hij eindelijk opkeek bleken er aardig wat uren voorbij te zijn gegaan. Tevreden bekeek hij zijn werk nog eens. Dat was al aardig, en het was tijd om te stoppen. Het buitenlicht vervaagde, en verkeerd licht zorgde enkel voor verkeerde resultaten.

Toen er een paar keer hard en snel op de voordeur werd geklopt, sprong Ron bijna uit zijn vel van schrik. Wat was dat nou? Snel legde hij het penseel neer, veegde zijn handen af en liep naar de deur, waarachter een man en een vrouw stonden te wachten.

“Hé!” zei de vrouw enthousiast. “We hoorden dat je de nieuwe bent, en dus dachten we even te komen kijken. Welkom wensen en zo. Ik ben Laura en dit is Ross, daarom noemen we hem Bob.”

Ron grinnikte om die naam. Hij herinnerde zich Bob Ross, de man die iedereen in Amerika aan het schilderen wilde zetten. Laura leek op een echte zigeunerin met haar kleurige rok, een wijde roze blouse en een overdaad aan gekleurde linten die ze in haar lange, zwarte haar had geweven. Ross, die ook Bob was, was een grote man met lang, blond haar dat alle kanten op leek te groeien.

“Hoi, leuk om jullie te ontmoeten,” zei Ron. “Ik ben Ron. Ron Brooks. Kom erin. Wie heeft jullie verteld dat ik hier ben?”

“Dat was iemand van kantoor,” zei Ross. “Die lui laten dat altijd even weten, zodat we een welkomstcommissie kunnen vormen. Meestal Laura en ik,” voegde hij eraan toe. “En daar zijn we dan.”

Al snel zaten de drie in de keuken; de enige plek met genoeg zitplaatsen. Ron zette koffie (voorlopig had hij alleen maar oplos maar dat bleek geen probleem te zijn), en hoorde dat Ross en Laura naast elkaar woonden. Veel anderen van de organisatie waren niet zo mensvriendelijk, zei Laura.

“Die proberen het begrip kluizenaar naar een nieuw niveau te tillen.”

“Klopt,” zei Ross. “Het enige waaraan je kunt zien dat ze nog leven is dat er spullen uit de voorraad worden gehaald.”

“Maar dat kunnen ook de plaatselijke spoken zijn,” vulde Laura aan. Die twee waren echt op elkaar ingespeeld, merkte Ron. “Waar kom jij vandaan?”

Ron vertelde hen een beetje over zichzelf. Laura kwam uit New Jersey en ze woonde hier ongeveer twee maanden. Ross kwam helemaal uit Kansas en woonde hier al ruim een jaar.

“Het is goed leven zo, Ron,” zei de man. “Ik kan doen wat ik wil, schilderen zoveel ik wil en het betaalt ook nog leuk. Ik kan zelfs vrij nemen als ik wil, zonder veel gedoe. Wat wil een mens nog meer?”

Laura was ook heel positief over de hele instelling en de organisatie. “Ik ben wel blij dat ik niet veel met Stringie te maken heb. Ik vind hem een griezel.”

“Stringie?” Ron vermoedde dat hij wist wie ze bedoelde.

“Ostring. De man die alles regelt hier.” Laura grinnikte even.

“Ja, hij is wel anders, dat klopt. Maar hij is wel vriendelijk en zo.”

Laura knikte. “Tot hij de pest in heeft. Dan zie je een heel andere kant van hem. Ik heb eens een Gaugin-achtig iets gemaakt. Best goed gelukt, maar ik had er ook iets van mezelf ingebracht. Jezus, zoals-ie toen tekeer ging. Ik had even het idee dat hij me van de bovenste verdieping naar beneden zou smijten.”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *