Clara’s Ogen. Hoofdstuk 8, deel 5

Clara's ogen

Ross schudde zijn hoofd, de lange haren dansend. “Dat was ook niet slim, Laura. Gewoon maken wat hij vraagt. Niet dwars zitten. Dan kun je niet stuk bij hem.”

Laura keek over de rand van haar koffiebeker. “Ik ben te creatief, Bob, en dat weet je. Dat heb ik al een miljoen keer gezegd. Ik doe mijn eigen ding als ik daar zin in heb.”

Ross zuchtte en keek Ron aan. “Zij gaat terug naar New Jersey. Dat weet ze nog niet, maar voor mij is dat al lang duidelijk. Ze bijt niet alleen in de hand die haar voedt, ze probeert ‘m verdomme af te bijten, en Ostring kan daar niet om lachen, weet je.”

Ron maakte een mentale notitie om wat meer met Ross te praten. Die man wist blijkbaar heel wat over Terence Ostring en dat kon wel eens handig zijn om ook te weten.

“Zin om straks mee te gaan met de club, om te eten?” vroeg Ross. “Normaal gaan we met een hele groep. Dat scheelt afwassen. Het is geen dure plek, het eten is goed en het is een leuke manier om elkaar even te zien.”

Ron vond dat wel een praktisch idee dus nam hij het aanbod graag aan.

Cool,” zei Ross. “Zorg dat je over een half uur of zo beneden bent. Dan is iedereen er wel zo’n beetje.”

Ron beloofde dat hij er op tijd zou zijn. Toen de visite weg was spoelde hij de koffiebekers om. Dat waren al twee mensen die hij nu ‘kende’, en dat op de eerste dag. Dit ging goed!

~~~

Later die avond, na het eten en de kennismaking met negen andere schilders, zat Ron in de stoel bij het raam. Het zou nog wel even duren voor hij alle namen kende en die bij de juiste gezichten kon zetten, maar de meesten van hen waren aardige lui. Een of twee van hen leken hem lastige gasten, maar misschien was zijn eerste indruk fout. Er was tenslotte een grens aan wat hij kon oppikken van een ander, vooral met elf anderen en een goed bord eten voor zijn neus.

Ron pakte nog een biertje en feliciteerde zichzelf met een goede dag. Morgen zou hij gewoon doorgaan met wat hij aan het doen was en zien wat de dag hem zou brengen.

Toen hij klaar was om naar bed te gaan dacht hij weer even aan de vreemde droom van de nacht ervoor. Zou Clara hem opnieuw bezoeken? Hij dacht met opzet niet aan komen spoken. Dat was niet aardig. Al had het daar wel op geleken.

Het bed was een stuk harder en prettiger dan de wattenbaal in het hotel. Ron grijnsde tegen het donker.

“Clara? Ben je daar?” vroeg hij.

Geen antwoord. Hij voelde zich eigenlijk een beetje gestoord omdat hij nu tegen het plafond lag te praten maar nu wist hij het in elk geval. Hij trok de dekens over zijn oren en rolde op zijn zij. Ron deed zijn ogen dicht – en keek meteen in twee grote, grijs-blauwe ogen.

“Jezus!” Hij was nog nooit zo snel uit een bed gekomen. Hij knipte het licht aan en keek rond, maar de ogen waren nergens te bekennen. Zijn hart stampte in zijn ribbenkast. “Wat was dat?” vroeg hij hardop.

“Hallo. Ik ben Clara. Herinner je je mij niet meer?”

Ron was overtuigd dat hij droomde maar hij kon niet dromen want hij stond koude voeten te krijgen naast zijn bed. “Ehm, hallo Clara.” Hij voelde een druppeltje zweet langs zijn voorhoofd omlaag komen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *