Ottomar deel 8. Allemaal plaatsen.

Otto en Hille, deel 8. Allemaal plaatsen.

8 – Allemaal plaatsen

Het viel niet mee om in Maassluis een plek te vinden waar we ongestoord konden leven. Hille was snel tevreden maar door mijn achtergrond wilde ik niet nog eens zo’n afgeleefde hut als waar we met Straffe en Pier hadden gewoond.

In het begin was het niet anders dus ‘betrokken’ we een ding dat een stel kinderen eens had opgebouwd. Het was een gammel gebeuren dat ik met gestolen hout wat wist te verstevigen. Het hield in elk geval de sneeuw van ons af.

Het was weer gaan sneeuwen. Hille en ik zaten tegen elkaar aan in ons onderkomen en praatten over ons verleden. Ze luisterde graag naar me, terwijl ik nooit het idee had gehad dat ik onderhoudend kon vertellen. Toen ik uitgepraat was over mijn korte loopbaan in het bedrijf van mijn vader, vertelde ze over haar herkomst. Haar ouders waren hardwerkende mensen geweest die ziek waren geworden. Ze waren overleden toen Hille nog maar zes was. Sinds die tijd had ze voor zichzelf gezorgd, hoofdzakelijk door stelen en kleine klusjes doen voor ‘dure mensen’.

Ik vroeg haar of ze de achtergrond van Pier en Straffe kende maar daar had ze zich nooit in verdiept. Overleven was veel belangrijker, en met die twee in de buurt was dat volgens haar een hele klus geweest.

“Het werd wat beter toen jij erbij kwam,” vertelde ze me. “Omdat je een man bent, denk ik.”

Ik vroeg haar of ze een idee had over de toekomst. Ze schudde haar hoofd. “Ik wil bij jou blijven. Bij jou is het fijn.” Die woorden maakten me aan het lachen. De houten bouwval die amper alle sneeuw weg hield was een bijzondere manier van ‘fijn’.

“We moeten een betere manier vinden om te… bestaan dan dat,” vond ik. Ik aarzelde even omdat ‘leven’ niet klopte. We leefden tenslotte niet meer.

“En hoe dan?” Hille klonk geïnteresseerd. “Ik kan niet veel.”

“Je kunt dingen leren. Je bent niet dom, Hille. En ik heb mijn vak geleerd, en ik kan ook nieuwe dingen leren.”

Terwijl de sneeuw zich verzamelde op het krakkemikkige dak van onze ‘huis’ begonnen we te bedenken hoe we onze situatie zouden kunnen verbeteren. Met wat geluk hadden we een heel lang bestaan voor ons en om in een hok als dit te bestaan sprak me niet erg aan. Zeker niet nadat het dak omlaag was gekomen en ons bijna had begraven in een immense lading sneeuw.

Nadat we uit de sneeuw waren gekropen liepen we op goed geluk maar een straat in. Er lag vreselijk veel sneeuw dus lopen als een levende was behoorlijk lastig maar we deden het om niet op te vallen.

We waren half door de straat heen toen we een stem hoorden.

“Hé. Jullie twee.” Het was de stem van een jonge vrouw. We keken om en zagen een dienstmeid in de sneeuw staan. “Ja. Jullie twee. Wat zien jullie eruit. Willen jullie misschien even binnenkomen?” In een droge keuken zitten was beslist beter dan door de natte sneeuw ploeteren, al deerde de kou ons niet.

“Graag. Onze dank,” zei ik terwijl ik Hille meetrok. “Gewoon meedoen,” fluisterde ik. “Dit kan het begin zijn van ons betere leven.” Ik had geen idee hoe dicht ik met die woorden bij de waarheid was.

De dienstmeid ging ons voor naar de keuken en bood ons thee aan. “Welkom in het huis van den heer Adriaan Hendriksz van der Marel,” zei ze terwijl ze de thee ging zetten. Er ging een schok door me heen. Ik kende die naam. Mijn vader had vaak over deze man gesproken.

*

“Meen je dat?” Hille kijkt me stralend aan. “Je kunt mee naar Londen?” Ze vliegt me om de hals. “Te gek! Ik had dat al gehoopt en ik had al een beetje iets geregeld.”

Ik sla mijn armen om haar heen, til haar op en draag haar naar de bank, waar ik ons op laat vallen. “Wat heb je al ‘een beetje iets’ geregeld?”

Hille is in de loop der vele jaren in staat gebleken me behoorlijk vaak te verrassen. Van die timide juffrouw uit Vlaardingen van vroeger is niet veel meer over maar het belangrijkste is gelukkig gebleven. “Ik had Mariek al een beetje verteld dat jij misschien mee kunt komen. Je kent haar nog wel, hè?”

“Hoe kan ik Mariek vergeten,” zucht ik. “Haar stunt op dat bedrijfsfeest waar ik bij mocht zijn vergeet niemand meer.” Mariek was hartstikke dronken op een tafel geklommen en was met een strip-tease begonnen.

“En jij vond het maar al te leuk,” herinnert Hille zich. “En zij weet nog precies wie jij bent. Volgens mij vindt ze jou wel leuk, want ze heeft voor jou ook vervoer geregeld. En we hebben samen een kamer in het hotel.”

“Wat?” Dat had ik niet verwacht. “Geintje zeker?”

“Absoluut niet. Je hebt veel te weinig vertrouwen in me.” Hille trekt een pruillip, maar niet voor lang. Ze vertelt me dat ze al een tijdje thuis is en dat ze al een koffer heeft klaargezet met de spullen die we in Londen nodig hebben. We hebben samen al zoveel gereisd dat ik er blind op kan vertrouwen dat de koffer puik voor elkaar is. “En we moeten over een half uur beneden staan want dan worden we opgehaald.”

“Ga je het redden tot we in Londen zijn?” vraag ik. Ze heeft gisteravond de laatste zak bloed opengemaakt; ze zou dus oké moeten zijn, maar dat is nooit honderd procent zeker. Ze rolt van me af en pakt haar handtas, ook zoiets wat totaal niet bij de Hille van vroeger past.

“Tada…” Ze laat me een flesje zien. “Noodvoorraad. Slim hè?” Het blijkt een restje te zijn van de zak van de vorige avond. Ze blijft me verbazen.

Een half uur later staan we beneden te wachten. Een dikke auto rolt voor en haalt ons op. Diezelfde auto brengt ons naar Brussel. De reis gaat over het spoor, door de Kanaaltunnel naar Londen.

Twee uur later staan we, met de directie én Mariek op St Pancras Station in Londen en wordt er voor een paar taxi’s gezorgd. Ook dat gaat snel en binnen een uur staan we in een idioot grote suite. Voor ons alleen. We vinden het allebei wel erg mooi maar eigenlijk is het zonde van al dat geld want het bed hebben we niet nodig. In elk geval niet om te slapen.

Om toch waar voor het geld van Hille’s baas te hebben maken we uitgebreid gebruik van het grote bad en ver na middernacht verlaten we het hotel. We gaan Londen herontdekken. Eens zien wat er sinds het begin van de vorige eeuw veranderd is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *