Sneeuwwitje herzien. Hoofdstuk 1.

Beste lezer,

Het is mijn gewoonte om vlak voor de publicatie van een nieuw boek iedereen gratis en voor niets mee te laten genieten van het eerste hoofdstuk. In dit geval het eerste hoofdstuk van:

Sneeuwwitje herzienVeel leesplezier!

1. Oost west, thuis best

Grimhilda hoorde het gekraak van de splinters onder haar voeten toen ze in haar eigen huis terugkeerde. De splinters van wat ooit haar magische spiegel was geweest. “Brakende draken, wat zonde van die spiegel,” mopperde ze. “Deze deed het zo goed. En al zo lang. Ik zal een nieuwe moeten bestellen.” Haar humeur was concurrentie voor een donderwolk toen ze aan haar andere spiegel dacht. Die was gestolen dus had ze nooit de kans gehad om die te testen. De herinnering aan die diefstal maakte haar woedend. Als haar spiegel al niet kapot was dan had die deze vlaag van kwaadheid niet overleefd. Nu waren er enkel een paar stoelen die het slachtoffer werden van Hilda’s temperament, en die waren eenvoudig genoeg te herstellen.
“Ik haat die trien,” gromde Hilda terwijl ze probeerde om de woedende gedachte te verbannen, al was het maar voor het moment. Ze liet haar toverstaf verschijnen en veegde toen met magie, flair en een paar bruuske bewegingen de splinters op een hoop. Het gerinkel van de zilveren scherven voedden haar slechte zin. Dat bovenop het feit dat al haar voorbereidingen voor niets waren geweest maakte het allemaal niet veel beter, dus slingerde ze met nog wat magie de hele hoop scherven door een raam haar kamer uit. Het geschreeuw van de nietsvermoedende ontvanger van deze hoop spiegelonderdelen maakte dat Hilda een beetje minder kwaad werd. “Net goed. Had je daar maar niet moeten lopen.” Toen liep ze naar de hoek waar haar bezems stonden, pakte het beste exemplaar en verliet haar huis. “Als ik mijn handen ooit om de nek van Repelsteeltje krijg…” Met dat onheilspellende commentaar stapte ze op haar bezem en vloog ze naar het dorpje om de spiegelmaker te bezoeken en hem te verblijden met haar bezoek en de opdracht voor een nieuwe spiegel.
Spiegelmaker Johan beloofde dat hij zo snel mogelijk een nieuwe zou maken. En meteen een reservespiegel, voor het geval dat een dergelijk ongeluk nog eens voor zou komen.
“Je doet maar. Ik wil ‘m in elk geval groter dan de vorige. Groter en beter. En helderder, zoiets als die.” Hilda wees naar een spiegel die volgens haar helder genoeg was.
Johan knikte. “Ik zal zoals altijd mijn best doen, roemruchte heks,” zei hij. Vanuit tweede hand, ook genaamd het roddelcircuit, had hij vernomen dat Hilda niet iemand was om tegen je te hebben. De dingen die zij kon doen waren erger dan angstaanjagend en dat was dan nog mild uitgedrukt.
“Regel dat zelf maar en anders word jij een tijdje een spiegel, en als ik dat doe dan is dat geen pretje, geloof mij maar.” Grimhilda keerde zich om en was van plan om de werkplaats uit te lopen toen ze iets bedacht. “Ik heb wel een spiegel nodig tot de nieuwe klaar is. Heb je iets voor me?”
Johan krabte even op zijn kruin. Hij had op dat moment namelijk niet veel staan, hangen en liggen. “Ik zal even achter kijken…” De man verdween uit het zicht en begaf zich naar de ruimte achter zijn huis dat hij met reden de puinhoop noemde. Daar vond hij zowaar een spiegel, en er zat maar één barst in. “Dit is wat ik op dit moment heb liggen, roemruchte heks.” Johan hield de spiegel omhoog. “Als ik ‘m een beetje schoonmaak en oppoets is die zo goed als nieuw.”
Hilda bekeek de spiegel. “Eentje te leen? Daar kan ik wat mee. Goed, maak ‘m schoon en breng hem maar voor het donker is.” Johan knikte en was behoorlijk opgelucht. Als de heks met dit afdankertje geholpen was dan had hij in elk geval een paar dagen extra de tijd om de nieuwe spiegel te maken. “Maar geen gerommel, hoor je? Ik wil de echte spiegel zo snel mogelijk,” zei Hilda, haar handen op haar heupen. “Ik neem maar aan dat dit niet te moeilijk te snappen is.”
Johan hield zijn zucht binnen. “Natuurlijk. Roemruchte heks.” Hilda knikte, draaide zich om en verliet de werkplaats.
-=-
In de avond klopte Johan op de deur. Heel voorzichtig. Dit was tenslotte een heksenhuis en ook niet van zomaar de eerste de beste heks; dit was waar Grimhilda woonde. De heks opende de deur. Ze had een appel in haar hand en Johan staarde naar de vrucht. “Wat sta jij te kijken?” vroeg de heks op haar gebruikelijke, directe manier.
“Uhm, die appel…”
“Wat is daarmee? Het is een appel. Mijn appel, begrepen?” Om dit duidelijk te maken nam ze er een grote hap uit. “Heb we de spiewel bij we?” Het stuk appel maakte dat ze wat ingewikkeld praatte maar Johan begreep het feilloos.
“Zeker, roemruchte heks. Hier is hij. Ik heb zelfs de barst een beetje weg kunnen krijgen,” zei de spiegelmaker met gepaste trots.
“Goed. Kom binnen, dan zeg ik waar de spiegel moet komen.”
“Uhm, kunt u ‘m niet gewoon…” Johan maakte toen een enorme fout. Hij wiebelde even met zijn vinger boven de spiegel in de hoop dat ze magie zou gebruiken om het ding op de goede plaats te krijgen.
Hilda keek even naar de bewegende vinger. “O. Geen probleem. Digitus agilis in noctium.” Daarna kwam Johan er achter dat het best lastig was om een zware spiegel ergens naar binnen te brengen met een vinger die niet wilde stoppen met heen en weer bewegen. “Je vinger is na morgenochtend weer gewoon,” stelde Hilda hem een beetje gerust, “maar in het vervolg niet meer van die stomme dingen vragen.”
“Zeker niet, roemruchte heks!” Johan maakte een soort van buiging en verliet toen zo snel mogelijk het huis. Hij hield zijn mond dicht en spoedde zich naar veiliger, niet-magische oorden. In de tussentijd bekeek Hilda de spiegel. Daar zou ze het dus mee moeten doen. Morgen zou ze het ding prepareren voor magisch werk, nu was het tijd om te gaan slapen. Ze hoopte dat ze geen nare dromen zou hebben over de gestoorde wereld die ze pas geleden nog bezocht had. Het zou niet meevallen: de herinneringen waren gewoon nog te vers.
-=-=-
“Zo. Nu eens zien…” Hilda hield haar staf in een hand en stond voor de zojuist geprepareerde spiegel. Ze keek naar de stand van de zon om te bepalen hoe laat het was en waar de prinses zou zijn. Waarschijnlijk… “Exhibio castellum.” De spiegel deed niets. “Brakende draken. Laat me het kasteel en het plein zien!” Hilda stond op het punt om de spiegel met een serieuze bundel magie in actie te dwingen maar ze kon zich net op tijd inhouden. “Leenspiegel. Gebarsten. Bah. Geduld.” Vooral dat laatste was niet haar sterkste punt. Een klopje op de deur brak haar concentratie. Ze liep naar de deur en rukte die open. Daar stond Johan de spiegelman die zijn nog steeds wiebelende vinger omhoog hield. “Wat?”
“Uhm, roemruchte heks, u zei dat mijn vinger na de ochtend weer gewoon zou zijn.”
“Is de ochtend al om?” vroeg de heks hem.
“Nee. Nog niet,” moest de man toegeven.
“Nou dan.” De deur knalde dicht en Hilda begaf zich weer naar de spiegel. “Kijk eens aan.” De spiegel was tot leven gekomen en toonde een beeld. Het was verwrongen en had vale kleuren maar dat was voorlopig geen probleem. Hilda trok een stoel naar de spiegel toe en keek naar het hakkelende beeld. Ze bestudeerde het kasteel en het omliggende gebied. “Nou, waar is dat kind…” Maar hoe ze ook speurde, Sneeuwwitje was nergens te vinden. Zelfs op de grote weide waar ze wel eens bloemen ging plukken was het wicht niet te zien. “Elvengelebber. Ze kan zich toch niet onzichtbaar hebben gemaakt?” mopperde Hilda en sprak toen een snelle spreuk uit om de prinses te lokaliseren. De spiegel nam er de tijd voor maar toonde toen een beeld dat Hilda verbaasde: de koninklijke jachtopziener beende door het woud en hij sleepte Sneeuwwitje aan een arm met zich mee. Dat was niet bepaald wat Hilda had verwacht te zien. Met belangstelling bekeek ze het tafereel tot de jachtopziener zijn enorme mes trok en van plan leek om het meisje te fileren. De spiegel die met haast was geprepareerd liet geen geluid horen maar het was duidelijk dat Sneeuwwitje een ijselijke kreet slaakte. “Wat krijgen we nou? Ze doet wel eens wat raars, maar dit gaat wel erg ver. Hoe komt die gek op dat idee?” Hilda stond op om naar het woud te vliegen om de helpende hand te bieden toen de jachtopziener het meisje losliet. Sneeuwwitje ging er vandoor alsof ze door een beer achtervolgd werd. De heks merkte dat het kind niet richting het kasteel rende. “Da’s raar. Dat is toch de eerste plek die ze normaal gesproken kiest om heen te vluchten…” Ze zwaaide met een hand en de spiegel werd tijdelijk weer een gewone, gebarsten spiegel. Hilda greep haar bezem en ging naar buiten. Daar steeg ze op en zette koers richting de jachtopziener. De brutale heks was van plan om uit te zoeken wat daar aan de hand was, en hij was de makkelijkste prooi om daar achter te komen.
Toen ze de man had bereikt moest ze noodgedwongen even boven de bomen blijven cirkelen tot de man ergens heen was gelopen waar ze kon landen. Met een gebaar dat ervaring verried trok hij zijn grote mes, nog voor Hilda de grond had bereikt. “Wie ben jij? Jij bent zeker de heks!” Hij hield het mes voor zich uit.
“Nou, nou. Jij hebt zeker niet veel tijd op school doorgebracht.” Ze wist dat deze man nogal nieuw was in deze buurt, maar hoeveel mensen vlogen hier op bezems?
De jachtopziener fronste even. “Hoe weet jij dat?”
Hilda liet haar staf verschijnen en even later hing het grote mes over zijn hand in de vorm van te lang gekookte stukken rode kool. “Anders zou je wel weten dat je een heks niet tegenhoudt met zo’n mesje. En ook dat je een heks niet met zoiets kunt bedreigen. Je ziet wel wat daarvan komt.”
De jager keek naar zijn hand en schudde de kool weg. “Wat wil je van me? Ik heb niets van waarde,” brulde hij naar haar.
“Brakende draken, je hoeft niet zo te schreeuwen, ik sta vlak voor je!” riep Hilda terug, veel harder dan de jachtopziener. De kracht van haar woorden lieten hem achterover rollen in een hoop varens. Ze wachtte tot hij weer stond. “Zo. En nu ga jij me vertellen wat er met die meid aan de hand was zojuist.”
“Welke meid?” De jachtopziener probeerde het eerst met zijn moed waarvoor hij bekend stond en waardoor hij ook voor deze baan was uitgekozen door de koningin.
Hilda vouwde haar armen over haar borst en tikte ongeduldig met haar voet op de grond. “Jagertje, behandel me nou niet als een spreukenloze. Wat ik net met dat grote mes van je deed kan ik ook met bepaalde onderdelen van je anatomie en dan zou je vrouw vreselijk de pest in krijgen. Snap je?”
De jachtopziener slikte een paar keer terwijl de impact van haar woorden tot hem doordrong. “Oké, oké, zover hoef je niet te gaan, heks. Die meid was Sneeuwwitje, de dochter van de koning en stiefdochter van de koningin. De koningin wil dat ik die meid doodmaak. Ik stond op het punt om dat te doen toen ze begon te huilen en te snotteren en zo, en daar kan ik niet zo goed tegen, weet je. Dus liet ik haar gaan. Ze redt het toch niet in haar eentje hier, en op deze manier weet ik dat ik haar in elk geval niet gedood heb.”
De brutale heks snoof. “Nou ja, dat heb je dan eigenlijk wel gedaan, alleen op een andere manier. Maar ja, als jij daar vrolijker van wordt, wie ben ik dan om je tegen te houden? En dat was het? Einde verhaal, iedereen blij?”
“Ja. Nee. Eigenlijk niet. Net toen jij uit de lucht kwam vallen was ik aan het bedenken hoe ik aan een long en een lever kan komen.”
“Brakende draken, jij hebt wel vreemde voorkeuren, jagertje.” Hilda’s gezicht vertrok bij het idee alleen al.
“Hé, wacht effe, die zijn niet voor mij. De koningin wil de longen en de lever van Sneeuwwitje zien zodat ze zeker is dat die meid opgeruimd is. Ik had net bedacht dat ik een beer zou villen op de terugweg. Maar ja, dat zit er niet meer in na wat je met mijn mes hebt gedaan.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reactie Spam Blokkade door WP-SpamShield