Clara’s Ogen. Hoofdstuk 3, deel 2

Clara's ogen

Het leek alsof de uitnodiging uit de grote stad een schakelaar had omgegooid voor Ron. Opeens kwamen er zoveel mensen om een schilderij vragen dat hij de meeste vragers teleur moest stellen. Zoveel opdrachten zou hij nooit rond krijgen. Een plaatselijke krant wilde opeens een interview met hem, iets dat nog nooit eerder was voorgekomen. Het leek wel alsof heel Midlothian en de wijde omgeving erop gebrand was hem hier te houden, nu hij eindelijk kans op de doorbraak in New York had.

De tijd ging in een hogere versnelling en opeens was het nog maar een paar dagen voor de reis naar de grote stad. Ron voelde zich weer verrast toen hij zich dat realiseerde. Door de drukte van de afgelopen dagen was het hem bijna ontschoten.

De dag voor het vertrek stond hij in zijn slaapkamer en pakte wat spullen in een geleende koffer. Vanaf een stoel naast het bed keken Clara’s ogen naar hem, bijna beschuldigend. Hij keek even in die ogen, zuchtte en ging op het bed zitten.

“Sorry, Clara, ik weet dat ik je niet genoeg aandacht heb gegeven,” zei hij. “Het is echt druk geweest, weet je. Kijk niet zo. Ik weet dat je intussen een gezicht had kunnen hebben.” Ron stond op en pakte het doek van de stoel. “Ik beloof dat ik je persoonlijk kom ophalen als ik het voor elkaar heb in de stad.” Hij glimlachte en hoopte dat dat overtuigend overkwam. “En anders kom ik gewoon terug voor je. Afgesproken?” Met nog een zucht zette hij het doek weer neer. Toen hij zich omdraaide om verder in te pakken voelde het alsof de ogen in zijn rug brandden.

De rest van de dag probeerde Ron de ogen te negeren maar telkens als hij ze zag voelde hij zich schuldig, en dat gaf hem een onprettig gevoel. Hij had nog nooit zo’n emotionele band met een werk gehad als met dit, en dit waren enkel een paar ogen. Ten einde raad pakte hij een laken en legde dat over het doek. “Sorry, Clara,” zei hij in alle eerlijkheid, “maar ik kan er niet tegen als je zo naar me kijkt.”

Die avond ging Ron op bezoek bij zijn ouders. Zijn zus was er ook, en iedereen was behoorlijk trots op hem. Hij was de eerste van de familie die voor zoiets naar New York ging, op uitnodiging zelf. Ron beloofde nogmaals dat hij iedereen op de hoogte zou houden van wat hij meemaakt. Shelley onderstreepte dat ze hem eraan zou herinneren als hij het eens zou vergeten, en dat zorgde voor plezier alom.

Het bleek moeilijker dan hij had gedacht om afscheid te nemen van zijn ouders. Ze zouden niet meekomen naar het vliegveld, want dat was teveel gedoe voor ze. Ze waren tenslotte al op leeftijd.

Zijn zus had al aangeboden om hem naar het vliegveld te brengen. Ze was er al vroeg. Ron was al een tijdje op, dus waren ze erg vroeg bij de vertrekhal. De tickets lagen klaar voor hem en alles was in orde. Ron had zes schilderijen bij zich die hij aan Terence Ostring wilde laten zien. De mevrouw achter de balie bood aan om ervoor te zorgen dat ze goed ingepakt werden en veilig op reis konden. Ron nam dat aanbod graag aan. Daarna zochten ze een koffiebar op. Ron vond het prettig dat zijn zus er nog even was.

“Pas goed op jezelf, Ron,” zei Shelley. “New York is een grote stad en je hoort en leest er rare dingen over. Ik heb maar een broer en die wil ik graag houden .”

Ron grijnsde. “Pa en ma zullen beslist niet meer voor een broertje zorgen dus doe ik mijn best.” De tik die hij daarop kreeg had hij verdiend.

“Je weet wel wat ik bedoel, etterbak,” mopperde ze.

“Ik pas op. Beloofd. Met hart en penseel.” Ron hield een hand omhoog en de andere over zijn hart.

“Jij en die rare gelofte, ik snap hem nog steeds niet.” Shelley lachte. “Maar ja, er zit een penseel in en dat is heilig voor je, dus dat moet goed zitten.”

Op dat moment werd Rons vlucht omgeroepen dus moesten ze afscheid nemen. Shelley zei dat ze op hun ouders zou blijven passen (zoals altijd) en ze zou het hem meteen laten weten als er iets aan de hand was.

Hij bedankte haar voor alles en voelde zich best rot toen hij in z’n eentje door de douane ging en zijn ‘kleine zusje’ achter moest blijven. Goed, hij ging op avontuur en niet op weg naar het eind van de wereld. Hij was nu echt op weg naar New York en een mogelijk grote toekomst.

Clara’s Ogen. Hoofdstuk 3.

Dit is deel 1 van hoofdstuk 3.

Clara's ogen

3. De ogen van Clara

De volgende dag begon Ron met het checken van zijn e-mail. Twee keer per week was een record voor hem, maar nu had hij een geldige reden. Zijn moeite werd beloond want er was weer een e-mail van Terence Ostring. Het bevatte een compleet programma voor de reis naar New York, inclusief vluchttijden en de plaatsen waar hij de tickets op kon halen.

Voor de zekerheid kneep hij een paar keer in zijn arm. Dat deed best pijn en de e-mail was nog steeds dezelfde, dus dit moest echt zijn. Hij pakte zijn telefoon en belde Shelley om haar over de e-mail te vertellen.

Zijn zus was onder de indruk van de hele lijst aan informatie. “Dat is heel wat, Ron. Ik weet dat je best mooi schildert maar dit had ik echt niet verwacht.”

Best mooi. Nou ja, zij had andere kwaliteiten. “Dit had ik ook niet verwacht maar het is echt, zus.”

“En het is echt een retour, dat weet je zeker, hè?” Shelley zat altijd bovenop de details.

“Zeker weten. Ik moet naar Richmond International Airport en me daar melden bij de balie. Daar liggen de tickets.” Ron wachtte tot zijn zus weer wat zei. Of ze was bezig of ze zat te denken.

“Oké. Dat klinkt veilig genoeg. Zorg maar dat je je plastic tas met ondergoed klaar hebt liggen voor de grote reis naar New York, Ron.”

“Bedankt voor de hulp, Shell, ik waardeer dit echt. En ik laat je zeker weten hoe het gaat, maar het duurt nog twee weken, hoor.”

Na het gesprek moest Ron grijnzen. New York, en alles betaald. De steek van zijn zus, over die plastic zak, kon hem daarom niet deren.

Met een gebrek aan plannen voor de rest van de dag besloot hij de natuur in te trekken. Dat was een van de dingen waar hij dol op was, en dit soort uitstapjes leverde hem altijd weer inspiratie op voor een nieuw schilderij. Hij verbeeldde zich om daar samen met zijn idool, Vincent van Gogh, rond te lopen, alles te observeren en te proberen in de ziel van de wereld en het heelal te kijken, om dat later in een schilderij te vatten. Het was altijd moeilijk om te laten zien wat hij had opgevangen in zo’n wandeling, en het resultaat voelde altijd maar als een slap aftreksel van de echte ervaring. Zou er ooit iemand goed genoeg zijn om dat echt over te brengen? Om dat alles in kleuren en penseelstreken neer te zetten was een onmogelijke opgave.

“Geen wonder dat Vincent soms gek werd,” verzuchtte Ron, toen hij ergens in het zand ging zitten en van het zonlicht genoot dat door de bomen heen omlaag kwam. Hij keerde zijn gezicht naar de warmte en voelde de rust om en door hem heen stromen. En toen keek hij in Clara’s ogen.

De overgang vanaf niets naar die grote ogen was zo acuut dat hij ervan schrok. Zijn eigen ogen vlogen open en hij keek om zich heen. Natuurlijk was er niemand.

“Rustig aan, jongen,” stelde hij zichzelf gerust. “Vincent was geniaal. Geen wonder dat hij doordraaide. Wacht jij daar nou maar mee tot je het in New York gemaakt hebt.” Het waren prima woorden, maar zijn hart raasde nog steeds door de onverwachte aanblik. Ron stond op en wandelde een eindje langs de beek die door het bos liep. Hij wist dat hij op die manier met een leuke omweg weer bij zijn auto terugkwam, dus was dit een prima zet.

De verrassing had zijn bezoek aan het bos wel flink ingekort maar hij was daardoor overtuigd dat hij terug moest en die ogen moest inkleuren.

Clara’s Ogen. Deel 7

Clara's ogen

Met het gesprek achter de rug pakte Ron het blad papier op en keek naar de ogen. Of was het in de ogen? Hoe had hij deze ogen voor elkaar gekregen? Ze moesten groter, wist hij, op een goed canvas, en misschien zou hij er ooit eens een echt gezicht omheen tekenen. Maar die ogen waren nu het belangrijkste.

Hij vond een nieuw doek, zette zijn ezel op en toen begon hij aan het moeilijke werk om de ogen zo perfect mogelijk opnieuw te creëren. Het kostte hem het merendeel van de ochtend om de ogen perfect na te maken. Ze waren nog niet eens ingekleurd maar dat maakte niet uit. Ze stonden er en ze keken naar hem.

Daarna moest hij zich snel omkleden. De middag was volgepland. Hij zou bij iemand het gras gaan maaien, ergens moest een zwembad worden schoongemaakt en daarna zou hij bij de plaatselijke school gaan helpen. Verschillende lokalen waren toe aan een nieuwe laag verf. Hij vond al die dingen leuk om te doen, zeker de school, want de muur van een van de lokalen moest met allerlei afbeeldingen worden versierd. En daar was hij goed in.

~~~

Het was avond. Ron zat lekker buiten, na een verfrissende douche. De ezel met het doek met de twee ogen stond naast hem. Hij bestuurde die ogen; het was alsof hij in iemands ogen keek. Onzin natuurlijk; het waren enkel lijnen op canvas. Hij zou ze makkelijk uit kunnen vegen en er een huis op kunnen schilderen. Maar dat zou niet gebeuren. Dat wist hij. Er was iets met die ogen dat hem diep van binnen raakte, en dat verwarde hem.

“Hoe zou de mens achter die ogen heten,” vroeg hij zichzelf af. De ogen waren beslist vrouwelijk, dus moest het een vrouwennaam zijn. “Alexis.” Nee, dat klopte niet. Alexis klonk voor hem naar een wild iemand en dit waren geen wilde ogen. “Wilma? Ben je misschien een Wilma?” Die naam klopte ook niet.

Bij zijn derde biertje was hij bijna door zijn arsenaal aan vrouwennamen heen maar de ogen waren nog steeds gehuld in anonimiteit. “Je bent een… Betty. Nee, die had ik al gehad. Carla?” Dat voelde eigenlijk wel goed maar niet precies goed. “Wacht. Ik heb het. Clara.” Terwijl hij de naam uitsprak voelde hij een rilling over zijn rug. Die ogen hoorden bij Clara. Daar zou hij een weddenschap op afsluiten. Hij wist toen ook de kleur van die ogen. Grijs-blauw. En dat zouden ze morgen worden, met goed licht.

“Je hebt mooie ogen, Clara,” zei hij. Ron glimlachte.

De rest van de avond keek hij naar Clara’s ogen, terwijl hij er een gezicht omheen dacht en zich afvroeg welke kleur haar ze zou hebben.

Clara’s Ogen. Deel 6

Clara's ogen

Hij zocht de laatste e-mail van Terence Ostring up and belde het nummer onderaan het bericht. De telefoon werd snel opgenomen door een dame die hem vroeg even te wachten. Minder dan een minuut later had hij de enige echte Terence Ostring aan de lijn.

Tot Rons grote verbazing wist de man precies wie hij aan de telefoon had. Na wat informeel gepraat vroeg Ron of de man uit New York kon verduidelijken wat hij of zijn organisatie zochten en hoe ze hadden besloten dat zijn werk het juiste was.

Terence zei dat de organisatie een programma had om verborgen talent een kans te geven. “We hebben een aantal mensen in dienst die het internet afzoeken naar mensen met de gave. Mensen zoals u, meneer Brooks. Uw werk heeft een bepaalde ‘touch’, een ‘touch’ die de wereld nodig heeft. Dat is waarom we u willen ontmoeten en ook uw laatste creaties willen zien. Zo kunnen we zien of uw stijl zich heeft veranderd. Verbeterd.”

Ron voelde dat iets hem wilde waarschuwen, dat er iets niet in de haak was, maar dat gevoel werd overstemd door de plotselinge roes die hem overviel na al die lovende woorden van iemand die hij niet eens echt kende.

“We begrijpen dat u een drukbezet man bent, meneer Brooks, maar zou het schikken om over, zeg, een week of twee een ontmoeting te arrangeren? We hebben uw e-mailadres in ons bestand dus kunnen we u de details over een paar dagen sturen.”

“En u gaat dat allemaal betalen, klopt dat?” Ron was trots op zichzelf dat hij daaraan dacht. Zonder Shelley’s hulp zou hij meteen ja hebben gezegd.

“Uiteraard. U vliegt hierheen, en weer terug, op onze kosten, en wij zorgen ook voor de transfer naar en van het hotel, en voor het hotel. We zien u als een gewaardeerd gast.”

Ron fronste even. Eigenlijk zou hij het hier met Shelley over moeten hebben, maar dit klonk naar een snoepreisje zonder voorwaarden. Hij besloot de gok te wagen. “Als u de details kunt sturen zou dat prachtig zijn. Ik zorg ervoor dat ik over twee weken de ruimte heb.”

“Fantastisch, meneer Brooks,” zei Terrence. “U krijgt de informatie binnen drie dagen. Mijn dank voor het gesprek en uw tijd.”

Ron legde de telefoon neer en feliciteerde zichzelf. De ogen op het blad keken hem aan. Het voelde bijna beschuldigend. “Waar kijk jij naar?” vroeg hij de tekening. “Dit is een kans op de grote doorbraak. Dat doe je niet zomaar even.” Hij zorgde voor een kop koffie en belde toen naar zijn zus om te zeggen wat hij geregeld had.

“Daar issie weer hoor, de impulsieve broer die ik ken,” zei Shelley.

“Ik kan nog altijd afzeggen hoor,” schoot Ron in de verdediging.

“Alsof dat gaat gebeuren. Ik ken je lang genoeg, broertje. Als je maar zorgt dat je je telefoon altijd bij je hebt zodat je mij kunt bellen. Oké?”

“Beloofd, Shell. En het duurt nog even, dus heb ik genoeg tijd om de telefoon op te laden.”

Ze lachte. “Je hebt geluk dat ik mijzelf toegang heb gegeven tot jouw online kalender. Ik ga er elke dag een herinnering inzetten zodat je niet vergeet te bellen.”

“Huh? Heb ik een online kalender?” Ron krabde zich op zijn hoofd en knipoogde naar de twee ogen die hem nog steeds in de gaten leken te houden. Er was iets met die ogen en hij nam zich voor om erachter te komen wat dat was. Hij was meteen weer zo met die tekening bezig dat hij Shelley’s antwoord compleet miste. “Ja, dank je, zus,” gokte hij.

“Ron! Verdomme! Luister nou eens naar me als we aan het praten zijn! Ik zei dat je me op de hoogte moet houden van wat daar met New York gebeurd. Ook als je voor die reis wat hoort.”

“O, zeker. Absoluut. Beloofd. Ik zal je bellen. Enne, dank je nogmaals.”

Clara’s Ogen. Hoofdstuk 2. Deel 5.

Clara's ogen

2. Terence Ostring

Die nacht droomde Ron van ogen. Hij werd een paar keer wakker en telkens vanwege diezelfde ogen. Eerst dacht hij dat hij zich wat verbeeldde, maar na de derde keer kwam hij overeind en wreef even over zijn gezicht. De klok met de grote, rode cijfers liet hem weten dat het bijna half drie ’s nachts was. Slaapdronken stond Ron op en ging naar beneden.

Die ogen… ze achtervolgden hem. Hij wist zeker dat hij ze al eerder had gezien. Hij kneep zijn eigen ogen dicht tegen het felle licht van de huiskamerlamp en weer waren daar die grote kijkers. Het waren dezelfde die hij de dag ervoor even snel had getekend. Grote, sprekende ogen, met grijs en blauwe vlekjes. Ron pakte een glas water en ging aan de tafel zitten. Daar lag de tekening. “In elk geval zijn jullie de hele tijd bij me,” zei hij tegen het blad. “Zij zou bellen, hè? Mooi niet, hè? Mooie zus…” Hij had het nog niet gezegd of hij voelde zich schuldig. Shelley was de allerbeste zus die hij zich kon wensen.

Weer keek hij naar de twee ogen op het papier. Hij kon zich niet herinneren hoeveel paar ogen hij al getekend en geschilderd had, maar deze twee hadden een diepte, een echtheid die hij nooit eerder voor elkaar had gekregen.

“Ik heb een voorstel,” zei hij tegen de tekening. “Je komt mee naar boven. En dan mag je blijven slapen.” De ogen keken zwijgend terug van het papier. Hij pakte het dikke vel op en ging terug naar zijn slaapkamer. Daar zette hij de tekening op een stoel en plofte op bed.

Die nacht droomde hij nog een paar keer over die ogen maar gelukkig sliep hij nu door tot de ochtend.

~~~

Ron zat nog aan zijn ontbijt toen de telefoon ging. “Met Ron. Brooks,” zei hij. Waarom vergat hij zijn achternaam toch zo vaak?

“Hé schilderbroertje. Ik zei toch dat ik terug zou bellen?”

“Hé Shellebel!

“Ha ha, die is zelfs leuk. Wie heeft die voor je bedacht? Zeg, over dat bedrijf in New York. Het bestaat echt, en Terence Ostring is er een hoge piet of zo. Ik heb zijn LinkedIn-profiel even bekeken. Als je hem bezoekt, breng je hem dan voor me mee? Ik kan wel een paar dingen bedenken die ik met hem wil doen.”

“Als hij leuk is en hij woont in New York dan is hij waarschijnlijk een homo, zus. Ik waarschuw je maar vast.”

Shelley was overtuigd dat ze Terence wel zou bekeren als het zover was. “Bel hem eerst maar eens op, Ron, en probeer erachter te komen wat ze echt van je willen. Als je dat weet neem je geen beslissing maar dan praat je eerst met je grote zus.”

Ron beloofde dat hij dat zou doen en bedankte haar voor al haar hulp.

Na het ontbijt keek hij naar zijn computer maar voordat die werd aangezet ging de schilder naar zijn slaapkamer en haalde de tekening met de twee ogen naar beneden. Toen schakelde hij het apparaat in.

Clara’s Ogen. Deel 4

Calara’s ogen, het laatste deel van hoofdstuk 1

Clara's ogen

Deel 4. Het laatste stuk van hoofdstuk 1.

Veel plezier!


Geachte meneer Brooks,

Ik benader u uit naam van een organisatie die op zoek is naar veelbelovend talent. Een van onze mensen ontdekte uw werk ‘Zonnewende’ op het internet, en we zijn geïnteresseerd in dat soort werk. Zou u zo vriendelijk willen zijn om ons een reactie te sturen als u in New York een ontmoeting zou willen hebben met onze organisatie?

Met vriendelijke groet,

Terence Ostring

Ron las het bericht nog een keer. New York? Nee, dat was totaal onmogelijk. Iemand had hier een blunder gemaakt. ‘Zonnewende’ was niet eens zo goed, en iemand daar vond het mooi? Hij keek naar de rest van de e-mail. Daar stond echt een adres en een telefoonnummer uit New York. New York… Dat klonk toch wel geweldig. Misschien een beetje te mooi, maar als dit waar was dan kon dit zijn ticket naar het leven zijn waar hij van droomde.

Hij klikte op de ‘antwoord’-knop en schreef een antwoord naar Terence Ostring. Hij keek de tekst een paar keer na, veranderde het een en ander en verstuurde het bericht. Ze kregen waarschijnlijk honderd van zulke mails per dag, maar niet geschoten was altijd mis.

Daarna ging hij terug naar het verwijderen van de spammails en toen dat achter de rug was kon hij zijn computer met een gerust hart weer uitzetten.

~~~

Een week later besloot Ron om nog een foto van een werk online te zetten. Hij had een paar nachten buiten gezeten om de sterrenhemel nog eens goed in beeld te brengen, en de wereld mocht het resultaat nu zien. Toen hij dat voor elkaar had, dacht hij weer aan e-mail.

Hij startte het programma en begon de lijst te bekijken. De schrik sloeg hem bijna om het hart toen hij een reactie van Terence Ostring zag staan. Wederom in de spammail.

“Geachte meneer Brooks,

Dank u voor uw reactie op mijn vorige e-mail. We zouden u graag persoonlijk begroeten in New York, op een moment dat u uitkomt. Als u ons laat weten wanneer uw agenda het toelaat, dan kunnen wij vervoer regelen voor u en een paar van uw werken. Uiteraard zorgen we dan ook voor een passende accommodatie.

In afwachting van uw antwoord,

Terence Ostring

De schilder staarde verbluft naar het scherm. Dit moest een geintje zijn. Een uitnodiging om naar New York te komen, met vervoer en hotel? Hij was geneigd om de telefoon te pakken en het nummer onderaan de mail te bellen, gewoon om zeker te zijn dat dit een grap was, maar iets hield hem tegen. In plaats daarvan belde hij zijn zus.

“Ron, ik zit op mijn werk. Ik heb geen tijd voor grappen,” siste zijn zus.

“Dit is geen grap, Shell. Ik zie dit op mijn scherm en ik heb een verstandig iemand nodig die me verteld dat ik dit moet gaan doen.” Ron wist dat hij niet een goede was om dit soort dingen te beredeneren. Hij vertrouwde daarvoor altijd op zijn zus, en tot nu toe was dat nog altijd een goed idee geweest.

“Je bent serieus, he? Oké, stuur die mail eens even door. Dan kijk ik even in mijn pauze. Misschien kan ik iets over dat bedrijf vinden.” Ze vertelde hem precies wat hij moest doen om de mail door te sturen. “Hebbes. Ik bel je als ik wat weet, Ron.”

“Dank je, Shell. Je hebt er een van me tegoed.”

“Ik zal hem in bij die duizend andere leggen,” zei ze.

Ron kon de grijns horen en bedankte haar nog eens. Toen legde hij op en zette hij de computer uit. Genoeg technologie voor vandaag. Nu was het tijd voor iets serieus. Hij zocht een schoon vel papier op, klemde dat op zijn schetsboek, en greep een paar tekenpotloden. Daarmee ging hij naar buiten, draaide zijn stoel richting het bos in de verte, en begon een paar ogen te tekenen.

Clara’s ogen. Deel 3

Clara's ogen

Hier is het derde deel van hoofdstuk 1. Veel plezier!

“O? Sinds wanneer lees jij SMS-jes?” Shelley snoof luidruchtig. “Jij hebt de geest van een artiest, broertje, niet voor technologie.” Ze had gelijk. Ron en techniek waren een slechte combinatie, en meestal liep het slecht af met het technische onderdeel. Ze liep naar de tafel en zag de krant openliggen. Alle advertenties van galerijen waren omcirkeld. “Wacht je nog steeds op de doorbraak?”

“Ik zoek nog altijd,” zei Ron, die een nieuw blik bier opentrok.

“Zoeken, ja. Maar met vinden wil het niet zo lukken, hè?”

Ron had intussen een pen gepakt en een kalender. “Verjaardag mam” schreef hij erop.

“Dat gaat niet helpen, Ron. Je hebt teveel kalenders hier.”

Ron verdedigde dat feit door haar erop te wijzen dat op al die kalenders prachtige schilderijen stonden.

“Tuurlijk, Ron. Weet je wat? Ik kom je over twee dagen gewoon ophalen voor haar verjaardag. Dan ben je er eens bij, en op tijd ook nog.”

“Dank je. Dat zou fijn zijn.” Ron was goed in verjaardagen vergeten.

“O, kijk eens! Een aanbieding voor schoenen!” Shelley stond over de krant gebogen. “Daar moet ik echt even op af!”

Ron zuchtte.

~~~

“Jij bent goed, Ron. Dat schilderij lijkt nog meer op mijn zus dan mijn zus!” John was echt opgetogen toen hij het schilderij zag. “Ik vraag me af wat iemand met jouw talent nog doet in een plaats als dit.”

“Ik schilder en ik leef,” zei Ron en haalde even zijn schouders op. Daarnaast deed hij een hoop klusjes voor mensen en dat leverde hem eigenlijk het geld op om rond te komen. Het was geen vetpot maar hij was redelijk gelukkig zo. Hij gaf John een zakje met alle foto’s die hij had gebruikt om het schilderij mee te maken. “Ik ben bang dat je hier en daar een spatje verf tegenkomt. Sorry.” Daarna wikkelde hij het schilderij in een linnen doen om het gaaf te houden. “En die is ook voor jou. Veel succes ermee, John, ik hoop dat ze het mooi vindt.”

John zette het schilderij voorzichtig in zijn auto en betaalde daarna het bedrag dat ze overeen waren gekomen. En een kleine bonus. “Je zou echt meer moeten vragen, kerel. Dingen zo goed als weggeven is leuk, maar daar kun je niet van eten,” gaf John de schilder nog als raad. Toen stapte hij in. “Tot kijk, Ron!”

De auto reed weg en liet een stofwolk achter. Het was tijd dat het eens zou gaan regenen, mijmerde Ron. Toen keek hij naar de bankbiljetten die hij vasthield. Mooi, dat was zeker, maar het was mooier dat John zo enthousiast was. Hij ging weer naar binnen en stopte het geld in het koekblik dat hij tot persoonlijk kluis had bevorderd. Daarna ging hij bij zijn oude computer zitten. Dat was een technologisch wonder, want het verdomde het om onder Rons onkundige handen kapot te gaan.

Hij had een paar foto’s gemaakt van het schilderij en hij wilde kijken of het deze keer lukte om die online te zetten. Op internet had hij een simpele galerij met zijn werk opgezet, dankzij Shelley. Ze had hem eens een briefje gegeven met hoe hij foto’s kon toevoegen. Jammer genoeg was dat briefje al een tijd spoorloos.

“Ha, zie je wel! Ik kan dit!” Ron had er een uurtje over gedaan om twee foto’s daar te krijgen waar hij ze wilde hebben maar hij voelde zich even een computerspecialist. Dat het lang had geduurd lag uiteraard enkel aan zijn trage, oude computer.

“O ja. E-mail,” herinnerde hij zich. Shelley had dat ook eens voor hem opgezet en elke paar weken schoot hem te binnen dat hij daar ook af en toe eens moest kijken.

Bladzijde na bladzijde met rommel over Viagra en huwbare Aziatische vrouwen rolde voorbij. Dat de DELETE-knop op zijn computer nog niet versleten was vond hij een wonder, want die knop maakte weer overuren. In gedachten zag de schilder blikken met het etiket ‘Ongewenste e-mail’ die ergens vandaan in zijn e-mail werden leeggegoten. Hij grijnsde toen hij bedacht dat daar wel eens een aardig schilderij in kon zitten.

“Ho, stop!” waarschuwde hij zijn DELETE-vinger. Bijna had hij een mailtje verwijderd met de titel “Uitnodiging.” Uitnodiging? Wat was dat nou? Hij klikte op het bericht om het te openen.

Clara’s ogen. Deel 2

Zoals al aangekondigd, elke zondag een stukje van het verhaal over Clara’s ogen. Hier is het volgende deel uit hoofdstuk 1…

Clara's ogen

Na de rit trakteerde hij zichzelf op een biertje en smeet zichzelf daarna in zijn hangmat. Die hing officieel gedeeltelijk in de tuin van de buren maar die vonden dat geen punt als hun zoontje de hangmat ook af en toe mocht gebruiken. Op die manier was dat prettig geregeld.

Terwijl hij daar zo tussen de bomen hing, dacht hij na over zijn leven en de toekomst. Op een of andere manier moest er iets gebeuren, want het kleine plaatsje Midlothian in Virginia waar hij nu woonde zou hem nooit de grote doorbraak opleveren waar hij op hoopte. Daarvoor zou hij naar de grote steden moeten, met de grote mensen en de grote galerijen. Plaatsen als Los Angeles, of New York. Of Miami. New York zou het helemaal zijn, wist hij, maar hij wist ook dat daar al veel te veel berooide artiesten rondliepen die met prutsbaantjes hun bestaan bij elkaar moesten schrapen.

Misschien, zo fantaseerde hij, moest hij naar Frankrijk, waar zijn idool Vincent van Gogh had gewoond. Werken aan schilderijen op het platteland, mooie doeken maken en dan doorbreken in Parijs. Dat klonk geweldig. Oké, hij zou dan wel Frans moeten leren, maar dat leek hem niet zo’n probleem. Hij dagdroomde een tijdje over de agenten die hem zouden bekogelen met uitnodigingen om naar New York te komen, voor een grote expositie in een beroemde galerij, zoals Hauser&Wirth of zelfs de Gagosian Gallery. Dat was wel wat anders dan de kleine tentoonstelling die hij hier in Midlothian eens had gehouden, in een gemeenschapshuis.

Ron merkte pas dat hij in slaap was gevallen toen zus Shelley een straal water in zijn nek spoot uit de fles die ze bij zich had. Van de schrik viel hij bijna uit zijn hangmat.

“Jezus, Shell, moet dat?!”

Shelley klapte dubbel van het lachen. “Mij maakt het niet uit. Jij ligt bijna op de grond, ik niet!”

Ron krabbelde overeind uit de hangmat. “En bedankt hè…” Hij wreef even over zijn gezicht om echt wakker te worden. “Wat brengt jou hier? Ben je je sleutels weer kwijt?”

“Sleutels? Hoezo?” Shelley keek verwonderd, al was ze alom bekend dat niet alleen haar sleutels vaak ergens neerlegde en ze niet meer kon vinden.

“Daarvoor kwam je de laatste drie keer hier, weet je nog?” Hij knipoogde. “Kan ik iets voor je inschenken?” Hij pakte zijn bierblikje. Halfvol en warm.

“Graag!”

Eenmaal binnen dook Ron de koelkast in.

“Is dat Johns zus?” vroeg zijn zus.

“Ja, klopt. Herken je haar?” Dat was positief. “Wat wil je drinken? Cola? Sinas? Bier?”

“Cola! Lekker!”

“Dat…. is jammer.” Ron keek naar de lege fles die hij uit de koelkast had gepakt. Hoe was dat gebeurd? “De Cola is op. Sinas dus?” Dat was prima, vond Shelley, die hem daarna vertelde dat ze was gekomen om hem aan de verjaardag van hun moeder te herinneren.

“Dank je, maar daar had je niet voor hoeven komen, zus. Da’s volgende week zondag,” zei hij, vol vertrouwen.

“Ja, daarom dus. Mam is overmorgen jarig.”

Ron keek even verbaasd. “Je had ook een SMS-je kunnen sturen.”

Clara’s Ogen

Ik ga een begin maken met het publiceren van stukjes uit een nieuw verhaal. Nou ja, nieuw is het niet echt. Het is een verhaal dat ik eerder in het Engels heb geschreven.

Je vraagt je mogelijk af wat er met Otto en Hille aan de hand is. Niets. Helemaal niets. Er zit op dit moment even geen schot in dat verhaal dus heb ik daar helemaal niets over te melden, behalve dan dat er geen schot in het verhaal zit, maar dat had ik al gemeld. 😉

Voor degenen die geïnteresseerd zijn in fantasy en een schilder die met zijn werk allerlei avonturen gaat beleven is er dus nu “Clara’s Ogen”. Het gaat over ogen. En Clara. En ook over Rob Brooks.


Ogen

Clara’s Ogen

Hoofstuk 1. Blok 1.

1. Ogen

Ron keek naar de twee grote ogen in het incomplete, grof geschetste gezicht. Ze keken uitdrukkingsloos terug naar hem. In een opwelling pakte hij een potlood en niet veel later keken diezelfde twee ogen scheel.

“Een stuk beter,” vond de schilder en knipoogde naar de beeltenis van iemands zus. “Dat zou je in werkelijkheid ook wel staan.”

Ogen waren belangrijk. Dat wist hij. Het spreekwoord ‘ogen zijn de poort naar de ziel’ zou speciaal voor hem kunnen zijn uitgevonden, dacht hij wel eens. Jammer dat die schele ogen het niet zouden halen, want Johns zus was niet scheel.

Hij keerde zich weer naar het doek waarop hij met de echte afbeelding bezig was. Het grootste probleem was dat ze niet in de buurt woonde maar heel ver weg, en het enige waar hij mee kon werken waren wat foto’s. Gevaarlijke foto’s, want ten eerste waren ze best oud en ten tweede waren de foto’s waar haar gezicht bruikbaar op stond nogal onduidelijk. John had hem gevraagd om ‘zijn best’ te doen en daarna zou hij wel wat commentaar geven over hoe zijn zus er nu uitzag. Het zou dus meer een schilderij worden van hoe John zijn zus nu zag dan hoe ze er echt uitzag, maar ja, hij betaalde ervoor en dus mocht hij het zeggen. Wat een cadeau voor iemands vijftigste verjaardag.

Een paar uur, wat voortgang en een hoop glazen water later legde Ron de penselen neer. Hij moest er even uit, bewegen, het bloed weer laten stromen in de frisse lucht. Indirect natuurlijk, hij was niet van plan zichzelf leeg te laten lopen. Schilderen was leuk maar dit soort werk was alleen voor het geld. Het had zijn hart niet. Ron wilde de dingen schilderen die iets betekenden, die een essentie weergaven. Dingen die in mensen woonden, en hij wilde die dingen vinden door de beste weg naar iemands ziel. Inderdaad, door de ogen.

De zon was al aan het zakken. Het was de afgelopen dagen bloedheet geweest hier en vandaag was het amper anders. Ron vroeg zich af wat hij zou doen nu hij buiten was. Hij kon een stuk gaan wandelen, of naar het meertje in de buurt gaan om wat te zwemmen, of helemaal niets.

Het werd het tweede, het zwemmen, en dat zou worden gevolgd door nummer drie: helemaal niets doen. En daarna misschien nog wat werk aan Johns zus. Nou ja, aan haar schilderij dus. Als hij daar nog de puf voor op kon brengen tegen die tijd.

Zijn autootje bracht hem vlot naar het meertje. Daar ontdekte hij bij het parkeren al dat hij niet de enige was met dat idee. Het stond er bijna helemaal vol, en toen hij eenmaal naar de waterkant was gelopen zag hij dat het meer ook bijna helemaal vol was. Zwemmende mensen, surfplanken en zelfs een opblaasbare roeiboot wedijverden om wat water. De schilder had het snel genoeg gezien. Dit was niet de rust die hij voor ogen had, dus maakte hij rechtsomkeert en zat snel weer in de auto op de weg naar huis.