De gekte is onderweg. Nanowrimo 2016.

Beste lezer,

Het schrijft. Het verhaal groeit gestaag maar langzamer dan ik had verwacht. Tot nu toe heb ik deze wedstrijd der titanen altijd in het Engels gedaan, dit is de eerste keer in het Nederlands. Misschien dat het daarom langzamer gaat.

Het idee voor het verhaal zit wel goed volgens mij. Het gaat over een man en die… nou ja, daar komt de wereld nog wel achter.

letter hakkenDag 4 en ik heb bijna 12.000 woorden geschreven. Dat zegt natuurlijk niemand wat. 33 bladzijden van een gemiddelde paperback zegt mogelijk wat meer. Dat dus. Er zijn jaren dat ik op dag vier op het dubbele aantal woorden zat dus er is wel degelijk iets aan de hand.

Ja, het voelt echt bijna aan alsof ik de tekst aan het beitelen ben in plaats van aan het schrijven op mijn supersnelle computer die meestentijds op me staat te wachten. (En zo hoort het ook. Dat wachten dus.)

Ik ga in elk geval vrolijk verder. Volgende week zaterdag ben ik extra vrolijk, want een ingelaste extra werkdag is komen te vervallen en dat schept lucht voor meer schrijverij.

Iets wat me vanavond te binnen schoot was de mogelijke titel van het verhaal. Vaak komt die ergens naar boven als ik onderweg ben met schrijven. “Alvar. Alvari.” Ik begrijp het als dit niemand wat zegt, al hebben oplettende lezers onthouden dat de hoofdpersoon van het verhaal Alvar heet.

Tot zover dit bericht. Eens zien of ik er nog een paar woorden bij kan beitelen…

Een nieuwe impuls.

Beste lezer,
Ik liep al meer dan een half jaar rond met het idee om een verhaal te schrijven met mijn woonplaats Cuijk als ‘toneel’. Verder als rondlopen kwam ik niet want het is niet eenvoudig om iets pakkends te bedenken over een kleine plaats die niet groot op de wereldkaart staat. Toch is het gelukt. Ik heb een idee, een begin en een eind van het verhaal en ook een aantal ‘stations’ die ik aan wil gaan doen als het verhaal groeit.
Veel kan en wil ik er nog niet van vertellen, maar ik wil wel kwijt dat het boegbeeld van Cuijk, de ‘stier’, hier een rol in gaat spelen.
PaulStier
Zo gauw ik meer te melden heb zal ik dat uiteraard doen.

Nederlandse ballast

Beste bezoeker,

Evolutie_Nederlandse_taal

Wist u dat Nederlands de taal is met de meeste ballast? Volgens een proefschrift van taalwetenschapper Sterre Leufkens is het Nederlands vergeven van de onzinnige dingen, zoals de verschillende lidwoorden (de en het). Het interessante in haar onderzoek van 22 talen is vind ik dat ze het Nederlands vergeleken heeft met talen als (en ik citeer) het Bantawa, het Bininj Gun-Wok, het Egyptisch-Arabisch, het Samoaans, het Sandawe, het Kharia, het Khwarshi, het Kayardild, het Teiwa, het Tidore, het Sheko en het Sochiapan Chinantec.

Egyptisch-Arabisch en Samoaans kan ik nog wel thuisbrengen. De rest zegt me helaas niet zo vreselijk veel. Als ze het dan toch ver had willen zoeken had ze het Nederlands van mij ook mogen vergelijken met het Klingon (de kunstmatig gemaakte taal uit Star Trek), het Elfs (uit de beroemde boeken van Tolkien) en het Na’vi (dat gemaakt werd voor de film Avatar). Maar ja, da’s misschien wat ver van huis.

Ze zegt dat ze met opzet deze ver-van-huis talen heeft gekozen om te laten zien wat er mogelijk is met taal.

Nederlanders zeggen: ‘Er loopt een hond door de straat.’ Efficiënt is: ‘Een hond loopt door de straat.’ ‘Er’ is, stelt Leufkens, een ‘leeg element’, net als ‘het’ in ‘het sneeuwt’. ‘Het’ betekent daarin niets. Transparant is: ‘Sneeuw valt.’

Leuk gevonden, maar de ‘er’ en de ‘het’ zijn mijns inziens toch wel belangrijk. ‘Er’ is een afkorting van ‘daar’ (hetgeen een lokatie aangeeft). Een hond loopt door de straat zegt niets over de plek; een hond loopt tenslotte wel vaker door een of andere straat. Dat het sneeuwt zal wel wezen, het weer dat dit veroorzaakt is tenslotte geen hij of zij. Dit zal wel een kwestie van wennen zijn, van taalontwikkeling en (zoals ze stelt) het feit dat niet veel mensen het Nederlands als tweede taal hebben. Dat zou vanzelf een vereenvoudiging veroorzaken zoals al lang geleden met het Engels is gebeurd. (Apart dat hier wel Engels ter sprake komt, en dat terwijl veel Engelsen steen en been klagen over de puinhoop die hun taal eigenlijk is omdat er 1001 niet-Engelse invloeden op los zijn gelaten.)

Uiteraard moet men dit soort proefschriften niet zo serieus nemen als ik hier zojuist gedaan heb. Het gaat bij zoiets denk ik meer over de stelling en hoe zoiets verdedigd wordt dan over een echt fenomeen in de taal. Taal is niet alleen een zaak van efficiency maar ook van cultuur. Een cultuur waarin het sneeuwt en waarin ook sneeuw valt (ten opzichte van sneeuw die omhoog vliegt of zoiets). Een cultuur waar hier, daar of ergens anders een hond door de straat loopt. Een dusdanige vergelijking met het Duits, Frans of Engels zou redelijk spaak lopen omdat die talen tenslotte ook vergeven zijn van eenzelfde soort ballast. Het regent in die talen als es regnetit’s raining, il pleut. Dat die regen valt en niet opstijgt is daar al duidelijk

Ik vind dit gewoon leuk om te doen. Of om het efficienter te zeggen: leuk te doen voor mij.